Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Zuinig leven en bijstand

Algemene bijstand wordt verleend naar een all-in norm. Dit impliceert dat degene die algemene bijstand ontvangt de vrijheid heeft de bijstand te besteden op een wijze die hem goeddunkt. Daartoe kan behoren het voeren van een sobere of kostenbesparende levensstijl. Voor een afstemming (op grond van artikel 18 lid 1 PW) naar een lagere bijstandsnorm is in een dergelijke situatie geen plaats.
De impact van het regeerakkoord voor het gemeentelijk sociaal domein

In het kort

Wat betekent het voor de hoogte van de bijstand wanneer een bijstandsgerechtigde zuinig met het inkomen omgaat of zelfs spaart? Dit artikel legt uit dat deze zuinigheid meestal wordt beloond, maar schetst ook situaties waarbij het wenselijk is om in te grijpen. Je leest over de complexiteit rondom inkomen en bijstand hoe een onderbouwd afwegingskader kan bijdragen aan het consistent beoordelen van situaties rondom inkomen en bijstand.

Op geld waardeerbare activiteiten

Een ander belangrijk principe is dat het verrichten van werk van belang is voor het recht op of de hoogte van de bijstand. Dit ongeacht de intentie waarmee de werkzaamheden worden verricht en ongeacht of uit die werkzaamheden daadwerkelijk inkomsten worden genoten. Het gaat om inkomen waarover betrokkene redelijkerwijs kan beschikken. Ook inkomen in natura wordt in aanmerking genomen (zie artikel 33 lid 1 Participatiewet).

Koopjesjacht

Geld verdienen en zuinig leven zijn 2 verschillende zaken, maar ze hebben ook raakvlakken. Wie de aanbiedingen van supermarkten nauwgezet bestudeert, de koopjes afloopt en de voedselbank vaak bezoekt, verricht activiteiten die op geld te waarderen zijn. Toch zal geen redelijk denkend mens stellen dat de bijstand moet worden verrekend met het voordeel dat iemand op die manier behaalt.

Zuinigheid wordt beloond

Ook de wetgever beloont zuinigheid. De Participatiewet laat sparen tijdens de bijstandsperiode (en stijging van een vermogen daardoor) onaangetast. Ook de rente over vermogen is vrij.

Korting op contributie en servicekosten, en lagere energiekosten door zonnepanelen

Zuinigheid kent nog andere vormen, zoals:

  • het besparen op de energiekosten door aanschaf van zonnepanelen. Het komt zelfs voor dat bijstandsgerechtigden daardoor geld overhouden;
  • het verrichten van bardienst voor een (tennis)vereniging, waarvoor een contributieverlaging wordt ontvangen;
  • het verrichten van werkzaamheden in een wooncoöperatie waardoor de servicekosten lager zijn. Ik schreef daar eerder over in Sprank;
  • het uitruilen van klussen: je doet wat voor de ander en de ander doet wat voor jou.

Zijn deze besparingen vrij als onderdeel van een kostenbesparende levensstijl of moet het voordeel als inkomen in aanmerking worden genomen? En is dit casuïstiek of beleid? Dat laatste verwacht ik niet veel aan te treffen bij gemeenten. Het zijn wellicht meer spreekkamerafwegingen dan beslissingen gestoeld op beleid. Om willekeur te voorkomen is het belangrijk dat binnen een gemeente over dit soort voorbeelden hetzelfde wordt gedacht.

Een afwegingskader

Het is dus goed als voor iedereen binnen de gemeente eenzelfde afwegingskader geldt. Daarbij kunnen de volgende aspecten een rol spelen:

  • de omvang van het behaalde voordeel. De gemeente kan voor de grensbepaling aansluiting zoeken bij de maximale vrijlatingsbedragen die in artikel 31 van de Participatiewet worden genoemd. Die variëren van € 1.200 tot € 3.398  per jaar (2026);
  • de vraag of de activiteit in de concrete situatie de re-integratie bevordert, of juist niet.

Een benadering kan ook zijn dat een neerwaartse afstemming niet aan de orde is als een bijstandsgerechtigde met zijn activiteiten alleen maar zijn eigen kosten (contributie, servicekosten of energiekosten e.d.) verlaagt, ook niet in de vorm van een inkomstenkorting. Dat leidt alleen tot uitzonderingen als:

  • de wetgever expliciet anders koos, zoals bij de inkomsten uit verhuur van eigen woonruimte, of het hebben van kostgangers. Of als SZW zoiets expliciet aangeeft, zoals in 2020 dat opbrengsten uit zonnepanelen in het kader van privé-gebruik geen invloed hebben op de bijstand (antwoord op kamervragen d,d, 14 januari 2020 );
  • het niet in aanmerking nemen van het voordeel uit oogpunt van bijstandsverlening niet aanvaardbaar is. Dit kan bijvoorbeeld spelen als een situatie zou ontstaan waarbij de bijstandsgerechtigde een levensstijl zou hebben die niet met bijstandsverlening te verenigen is.

Complexiteit

Inkomen en bijstand, echt helder is het niet. Toch moet de bijstandsgerechtigde bijna alles melden, zelfs als nagenoeg zeker is dat het geen gevolgen voor de uitkering heeft, en dit op straffe van boete. Ook komt de vraag op, of het niet verstandiger is om in de Participatiewet over te stappen naar een ander inkomensbegrip? Een uitdaging voor wat wordt aangeduid als spoor 2, de fundamentele herziening van de Participatiewet. Een inkomensbegrip dat beter aansluit bij de leefwereld van inwoners en meer overeenstemt met andere inkomensbegrippen in ons wetgevingsstelsel.

Heb je meer behoefte aan inzichten over de uitvoering va de Participatiewet? Raadpleeg onze kennisbank Inzicht Sociaal Domein.

Training Participatiewet in de praktijk

Inkomen, vermogen, kostenbesparingen: als consulent beoordeel je dagelijks situaties waar de wet geen kant-en-klaar antwoord op geeft. In de opleiding Consulent Participatiewet in balans leer je een consistent afwegingskader toepassen bij dit soort grijze gebieden.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Wim Eiselin helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Rijksbegroting 2027: belangrijkste maatregelen voor het sociaal domein

De Rijksbegroting 2027 is gepresenteerd. Traditiegetrouw heeft Stimulansz de belangrijkste maatregelen en beleidsvoornemens voor het sociaal domein feitelijk op een rij gezet. De begrotingsstukken bevatten onder meer plannen voor de Participatiewet, armoede en schulden, inburgering, de Wmo en jeugdhulp.

Wet handhaving sociale zekerheid: meer ruimte voor maatwerk bij maatregelen

Minder standaardsancties, meer ruimte voor passend handhaven. Dat is de richting die de Wet handhaving sociale zekerheid inzet. Gemeenten moeten overtredingen kunnen aanpakken, maar tegelijkertijd meer ruimte krijgen om rekening te houden met de omstandigheden van de inwoner en de menselijke maat, oftewel om evenredig te handhaven.

Handreiking Handhaving door gemeenten

Komen tot een evenwichtig en uitlegbaar sanctiestelsel, waarin maatwerk, evenredigheid en rechtsgelijkheid centraal staan. Dat is het doel van het Wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid. Gemeenten krijgen meer ruimte om zelf af te wegen of een sanctie passend is, en zo ja, welke reactie recht doet aan de omstandigheden van de inwoner én aan de bedoeling van de wet. Het wetsvoorstel wijzigt hiervoor onder andere de Participatiewet, het Maatregelenbesluit en het Boetebesluit socialezekerheidswetten. De wet treedt naar verwachting 1 januari 2027 in werking.