Gokken en cryptovaluta in de bijstand: dit moet je weten als consulent

Een inwoner meldt zich bij je met een bijstandsuitkering. Tijdens het gesprek vertelt hij dat hij “af en toe wat gokt” en daarnaast handelt in cryptovaluta. Hij zegt dat hij geen winst maakt. Maar klopt dat? En wat betekent dit voor zijn recht op bijstand?

Steeds vaker krijgen professionals in het sociaal domein te maken met dit soort situaties. Gokken en cryptovaluta zijn toegankelijker dan ooit, zeker voor jongeren. Tegelijkertijd zorgen ze voor complexe vraagstukken binnen de Participatiewet.

 

In twee blogs gaat adviseur Hanneke Willemsen in op deze problematiek. Ze laat zien hoe gokken en cryptovaluta juridisch worden beoordeeld en waar je als professional in de praktijk tegenaan loopt.

 

Bijstand en gokken: quitte of niet?

Deze blog laat zien wat gokken precies inhoudt, welke vormen er zijn en hoe de regelgeving rondom gokken is opgebouwd. Ook wordt uitgelegd hoe de rechtspraak gokken interpreteert binnen de Participatiewet en wat dit betekent voor de inlichtingenplicht. De blog gaat in op situaties waarin inwoners inkomsten uit gokken niet melden en wat dat vraagt van jou als consulent. Met actuele praktijkvoorbeelden en concrete inzichten word je beter voorbereid op dit soort vraagstukken.

 

Is het mogelijk te handelen in cryptovaluta met een bijstandsuitkering?

In deze blog wordt uitgelegd hoe cryptovaluta binnen de Participatiewet worden beoordeeld. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bezit als vermogen en handel als mogelijke inkomstenbron, waarbij duidelijk wordt hoe lastig dit onderscheid in de praktijk is. Omdat duidelijke jurisprudentie ontbreekt, hebben gemeenten ruimte om hier zelf invulling aan te geven. Ook worden praktische handvatten geboden voor professionals over controle, vertrouwen en het maken van afspraken met inwoners.

 

Wil je deze vraagstukken niet langer op gevoel beoordelen, maar juridisch scherp en met vertrouwen handelen? Op donderdag 25 juni verzorgt Hanneke Willemsen, juridisch adviseur Participatiewet, een praktijkgerichte training over cryptovaluta, gokken en bijstand. Schrijf je direct in en krijg meer grip op cryptovaluta, gokken en bijstand.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Hanneke Willemsen helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?