Onmiddellijke inwerkingtreding van het amendement van Esmah Lahlah en Bart van Kent was niet mogelijk, want een gemeente moet dan gegevens uit bestanden gaan raadplegen waarvoor nog geen goede wettelijke grondslag bestaat. Volgens het ministerie van SZW is dat pas per 1 januari 2027 het geval. Gemeenten zullen zich in 2026 wel gaan buigen over de vraag of zij van deze nieuwe mogelijkheid gebruik willen maken en op welke wijze.
Zijn ambtshalve toekenningen toegestaan?
Het als overheid ambtshalve toekennen van uitkeringen is niet vanzelfsprekend. De Algemene wet bestuursrecht regelt hoe wordt beschikt op een aanvraag. In dit algemeen (gecodificeerd) recht komt de ambtshalve toekenning niet voor. Rens Koenraad leidt uit de Algemene wet bestuursrecht het beginsel af dat een bestuursorgaan niet uit eigen beweging een publiekrechtelijke aanspraak mag toekennen. Hierbij overweegt Koenraad dat een aanspraak de betrokkene niet alleen een recht op het verkrijgen van een geldbedrag (bijvoorbeeld een toeslag) geeft, maar ook verplichtingen. En het niet nakomen van zo’n verplichting kan leiden tot een terugvordering en een bestuurlijke boete. Met de aanvraag laat de betrokkene impliciet weten dat hij instemt met de verplichtingen die voortvloeien uit het toekennen van de gevraagde aanspraak. In het verlengde daarvan geldt dat de gemeente bij het ontbreken van een aanvraag niet zonder meer mag aannemen dat de betrokkene diens verplichtingen accepteert.
Ambtshalve toekenningen in de bijstandspraktijk
De mogelijkheid van de ambtshalve toekenning van algemene bijstand bestaat al lang in de bijstandswetgeving. Het huidige artikel 43 van de Participatiewet gaat in ieder geval terug tot 1995. Het betreft hier een uitzonderingssituatie wanneer een schriftelijke aanvraag niet mogelijk is. Bijvoorbeeld bij spoedgevallen waarin de wil van de betrokkene niet kenbaar kan worden gemaakt.
In de loop der jaren is de Participatiewet uitgebreid met meer mogelijkheden tot ambtshalve vaststellingen van aanspraken, bijvoorbeeld:
- Beschut werk (artikel 10b);
- Loonkostensubsidie (artikel 10c/10d);
- Inkomensvrijlatingen bij een medische urenbeperking (artikel 31, lid 2, onder x);
- Energietoeslag (artikel 35 lid 5);
- Tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek (artikel 78gg).
Per 1 januari 2027 wordt ook een bufferbudget geïntroduceerd dat in beginsel louter ambtshalve wordt toegepast (artikel 34b).
Van bijzondere situaties naar algemene toepassing
Een mogelijkheid tot ambtshalve verstrekking van de individuele inkomenstoeslag betreft een grote groep personen (richting de 300.000 op jaarbasis). De uitzonderlijkheid van de ambtshalve toepassing als aanleiding verdwijnt gaandeweg uit de Participatiewet. Een beweging die past in een ontwikkeling naar proactieve dienstverlening en het voorkomen van niet-gebruik.
Mogelijkheid van onterechte verstrekkingen
Niet alle gegevensbestanden die bij een ambtshalve toekenning nodig zijn, zijn voldoende betrouwbaar.
Wat zijn de risico’s?
- Gegevens over vermogen zijn niet actueel. Vermogensgegevens zijn afkomstig van de Belastingdienst en worden eens per jaar beschikbaar gesteld. Op het moment van beschikbaarstelling zijn de gegevens al circa 8 maanden oud. Afhankelijk van de aanvraagdatum kan de verouderingsdatum oplopen, want verversing vindt pas weer 12 maanden later plaats.
- Suwinet bevat geen gegevens over waardevolle roerende goederen (zoals boten of woonwagens).
- Gemeenten missen gegevens over inkomstenbronnen, zoals inkomsten uit zzp of pgb.
- De bruikbaarheid van loongegevens uit Suwinet-Inkijk hangt mede af van tijdige en correcte loongegevens van werkgevers. Onjuiste of vertraagde aanlevering leidt tot foutieve gegevens en extra onderzoek wat kan leiden tot geldterugvorderingen bij klanten.
Bron: Keteninformatie in de praktijk. Onderzoek naar de effectiviteit van BKWI- en BIDN-dienstverlening voor de uitvoering van SUWI-taken, Sira consulting, 17-11-2025
Geen ambtshalve toepassing zonder randvoorwaarden
Ambtshalve toekenningen vergen zorgvuldige vaststelling van belangen en feiten. Bij de tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek is aanvaard dat een ambtshalve toekenning kan leiden tot onjuiste besluiten. In het zesde lid van artikel 78gg Participatiewet is bepaald dat deze tegemoetkoming niet ten nadele van de burger kan worden herzien. In zo’n waarborg werd niet voorzien in het amendement Lahlah en Van Kent.
In de afweging om ambtshalve toe te kennen speelt de omvang van de doelgroep een belangrijke rol. De verschillen tussen gemeenten zijn groot, zowel in de hoogte van de toeslag als de omvang van het bereik. Hoe ruimer het gemeentelijk beleid, des te groter zijn de risico’s van onterechte toekenningen. Het meest realistische scenario waarbij onterechte toekenningen beperkt zullen zijn is, de ambtshalve toepassing te beperken tot de personen die op de peildatum algemene bijstand ontvangen.
Waar ligt de beslissing tot ambtshalve toekenning
De beslissing om de individuele inkomenstoeslag ambtshalve toe te kennen is geen beslissing die op ambtelijk of op collegeniveau thuishoort, maar bij de gemeenteraad (bij verordening, zoals voorgeschreven in artikel 8 van de Participatiewet). Zo een beslissing raakt de gemeentelijke begroting en behoeft een beleidsmatige en financiële afweging.
Te maken afwegingen
Attentiepunten zijn om:
- de begroting aan te passen. Een ambtshalve toepassing leidt tot meer toekenningen. Een alternatief kan uiteraard zijn de gemiddelde prijs van individuele inkomenstoeslag te verlagen, als de operatie budgettair neutraal moet verlopen.
- uit oogpunt van rechtmatigheid van de verstrekkingen de omvang van mogelijk “onterechte verstrekkingen” te duiden.
- expliciet te maken of een ambtshalve toekenning van de inkomenstoeslag ten nadele van de bijstandsgerechtigde kan worden herzien, of om te beschrijven wanneer dit uitgangspunt niet geldt.
- de “Verordening individuele inkomenstoeslag” nog eens te evalueren, zeker als de verordening een paar jaar oud is. Onder gemeenten tekent zich een voorhoede af die de toeslag verhoogt als tot het gezin kinderen behoren, dit onder invloed van de rapporten van de Commissie sociaal minimum.