Spoor 1: Vereenvoudiging van de Wet
Spoor 2: Fundamentele herziening
Spoor 3: Vakmanschap en cultuuromslag
- Bevat 23 concrete wetswijzigingen.
- Deels in werking getreden op 1 januari.
- Handreiking voor de implementatie van spoor 1 door Stimulansz in opdracht van en in samenwerking met VNG Realisatie, Divosa, SAM en het ministerie van SZW.
- Volgt op de eerste wijzigingen van Spoor 1.
- Richt zich op een volledige vernieuwing van de wet.
- Versterkt de rol van professionals in de uitvoering.
- Zorgt voor een cultuuromslag binnen gemeenten.
- Doel is werken volgens het principe van de menselijke maat.
Hoe verandert spoor 3 de rol van gemeente en consulent?
“Je ziet bij gemeenten een beweging van juridisering en standaardprocessen naar oplossingsgericht werken en maatwerk. De gemeente krijgt hierdoor een andere rol: minder die van controleur, en meer die van ondersteuner. De focus verschuift van wat er niet mag naar wat er juist wel kan.
Omdat de nieuwe wetgeving meer vrijheid biedt, moeten consulenten weten hoe zij die ruimte verantwoord benutten en hoe zij binnen de juridische kaders maatwerk concreet kunnen vormgeven. Het vraagt vakmanschap om te beoordelen of iemand met een bijstandsuitkering bijvoorbeeld niet wil of niet kan werken. Dit vereist kennis van doenvermogen en menselijk gedrag, wat veel verder gaat dan alleen dossierkennis.
Tegelijkertijd moeten professionals van hun organisatie de ruimte krijgen om zich echt in inwoners te verdiepen. Je moet weten wat er speelt in iemands leven voor een gewogen oordeel. Anders werkt het niet.”
De menselijke maat toepassen zonder willekeur: hoe doe je dat in de praktijk?
“Willekeur voorkom je door maatwerk te baseren op het beoogde effect. Binnen de wet wordt dit effect steeds belangrijker. Stel jezelf de vraag: ‘Wat wil je bereiken met deze specifieke inwoner, en wat is daarvoor nodig?’ Maatwerk kan overigens ook betekenen dat je een inwoner iets níét geeft omdat diegene het zelf kan oplossen. Zolang je dit maar goed onderbouwt.
En daar wringt vaak de schoen. Voor een goede onderbouwing heeft een consulent een richtinggevend kader nodig. Anders sluipt de willekeur er alsnog in. Veel gemeenten roepen: ‘Wij stellen de inwoner centraal’. Maar wat betekent dat concreet voor de besluitvorming van een consulent of kwaliteitstoetser?
Beleidsmakers moeten daarom houvast bieden door gemeentelijke normen en waarden te vertalen naar een helder handelingskader. Denk bijvoorbeeld aan de richtlijn: ‘We voorkomen dat iemand op straat komt te staan’. Bij het schrijven van een verordening toets je vervolgens elke regel aan deze centrale visie. Zo veranker je de menselijke maat écht in het lokale beleid.”
Heb je een aansprekend voorbeeld van zo’n handelingskader?
“Ja, ik mocht meeschrijven aan de verordening van een gemeente die in haar collegeprogramma had staan: ‘Wij willen een liefdevolle ondersteuning voor onze inwoners’. Dat zorgde tijdens de startbijeenkomst voor de nodige hilariteit. Ik vroeg de Wmo- en bijstandsconsulenten: ‘hoe verstrek je een uitkering of traplift met liefde?’
Toch hebben we ons tijdens het schrijven bij elke regel afgevraagd: is dit wel liefdevol? Die vraag dwong ons om bij het formuleren van elk recht en elke plicht na te denken over de concrete betekenis in de praktijk. Dan kom je een heel eind.
Natuurlijk zijn consulenten prima in staat om zelf verantwoorde beslissingen te nemen, maar zo’n kader stuurt wel. Ook en vooral voor mij als strategisch adviseur. Vroeger vond ik mezelf een geweldige beleidsadviseur als de verordening af was. Ik hield toen te weinig rekening met de impact van mijn beleidsstuk in de spreekkamer.
Daarom is een helder handelingskader cruciaal. Kijk bijvoorbeeld naar de gemeente Enschede. Zij zetten als eerste in Nederland een speciaal handvest op hun website. Zo weet iedereen—zowel de professional als de inwoner—precies waar ze aan toe zijn.”
Spoor 3 vraagt om meer vertrouwen. Hoe voorkom je dat dit botst met de behoefte aan controle, rechtmatigheid en politieke verantwoording?
“Door kwaliteit boven controle te stellen en te investeren in goed contact, verminder je fouten en bezwaarschriften. Dit versterkt de rechtmatigheid op een duurzame manier.
Neem giften als voorbeeld. Die worden nu tot een bedrag van € 1.200 per jaar niet als inkomen of vermogen beschouwd. Maar wat is precies een gift? Dit is niet gedefinieerd in de wet. Inwoners moeten zelf inschatten wat ze moeten doorgeven en in de gaten houden dat ze de grens van € 1.200 niet overschrijden. Onder de oude wet was een consulent geneigd bij elke onregelmatigheid direct alle bankafschriften na te pluizen. Werken vanuit vertrouwen vraagt om de moed dat juist níét te doen en af te gaan op het verhaal van de inwoner. Wel moet de gemeente hierover intern op één lijn zitten. Aan de andere kant kan het ook zo zijn dat je het gevoel hebt dat iemand echt fraudeert. En ook dan blijft de vrijheid bestaan om dit te controleren.
De kernboodschap van de Participatiewet in balans is: accepteer het verhaal als er geen reden is tot wantrouwen. Gemeenten kunnen dit vastleggen in beleid en verordeningen met het principe: ‘wij vertrouwen onze inwoners, tenzij’.”
Zijn gemeenten klaar voor spoor 3, en waar liggen op dit moment de grootste uitdagingen?
“Dat verschilt sterk per gemeente. Sommige gemeenten werken nu al met verkorte aanvragen. Zij proberen vertrouwen echt al handen en voeten te geven in hun werkproces.
De uitdagingen zijn echter groot, met name bij de grotere gemeenten. Zij kampen vaak met verkokerde systemen en gigantische caseloads. De afstand tot de inwoner is daar enorm. Er gaat veel tijd verloren aan administratie, overleg en protocollen. Veel contact verloopt noodgedwongen schriftelijk. Hierdoor slagen consulenten er niet altijd in om de persoonlijke omstandigheden van een inwoner goed te beoordelen.
De Participatiewet in balans vraagt om meer ruimte voor individuele afwegingen en evenredigheid. Maar als je een inwoner niet kent, kun je onmogelijk inschatten of een besluit onevenredig uitpakt. Daarvoor moet je eerst in de situatie duiken.
Bovendien zorgt de erfenis van de toeslagenaffaire—en de jarenlange focus op handhaving—voor koudwatervrees. Professionals durven soms niet te varen op hun eigen oordeel. Zij hebben rugdekking nodig van hun gemeentebestuur om te mogen sturen op het beoogde effect in plaats van op kwantiteit.”
De inwoner staat centraal in de nieuwe Participatiewet. Hoe voorkom je dat het door tijdgebrek blijft bij symboolbeleid?
“Investeren in nauw contact met de inwoner levert juist tijd op. Als de communicatie stroef verloopt en je je niet verdiept in de persoon tegenover je, mis je cruciale signalen. Dit leidt tot niet passende besluiten en een stroom aan bezwaarschriften die veel capaciteit opslokken. Dingen in één keer goed doen, bespaart onderaan de streep tijd.
Dat hoeft niet groots of ingewikkeld te zijn. Mooie voorbeelden laten zien dat het kan. Zo voeren sommige gemeenten jaarlijks met elke inwoner in de bijstand een open gesprek. Geen rechtmatigheidsonderzoek, maar puur een voortgangsgesprek met de vraag: ‘Hoe gaat het met je en kunnen we je nog ergens bij helpen?’
Andere gemeenten organiseren themabijeenkomsten voor groepen bijstandsgerechtigden. Toen zij merkten dat armoederegelingen nauwelijks werden gebruikt, hebben zij inwoners zo actief geïnformeerd over de ondersteuningsmogelijkheden. Dit had direct een positief effect: inwoners kregen meteen antwoord op hun vragen, belden minder vaak onnodig naar het gemeentehuis en voelden zich echt gehoord.
Dit onderlinge contact schept vertrouwen, een van de belangrijkste pijlers van de nieuwe wet. Voor de gemeente is dit bovendien dé manier om de legitimiteit van haar handelen te vergroten.”
Stel, de Participatiewet is over 5 jaar ‘in balans’: hoe ziet succesvolle dienstverlening er dan uit?
“De overheid is dan een dienstbare partner die in nauw contact staat met haar inwoners. Gemeenten werken volledig integraal, waardoor zij goed op de hoogte zijn van de persoonlijke situatie van hun inwoners. De inwoner is de ultieme toetssteen voor de dienstverlening: voelt deze persoon zich gezien, gehoord en geholpen?
Een brief van de gemeente roept voortaan geen schrik meer op, maar het gevoel dat er hulp nabij is. Inwoners durven hun lot weer in handen van de overheid te leggen. Zij weten dat er wordt gekeken naar wat zij écht nodig hebben—en misschien zelf nog niet hebben durven vragen. Zoiets stel ik me voor.”
Tekst: Cassandra Bosters
Kom naar onze deelsessie!
Ontdekken hoe je Spoor 3 succesvol vertaalt naar jouw gemeentelijke praktijk? Bezoek op 24 juni onze deelsessie op het congres De dag van het Sociaal Domein van Binnenlands Bestuur en praat mee over de toekomst van de Participatiewet.
Meld je direct aan en kies voor onze deelsessie van 13:45 – 14:35 uur!