Saneringskredieten Gemeenten

Bij veel gemeenten leeft de laatste jaren de wens om bij minnelijke schuldregelingstrajecten meer saneringskredieten in te zetten in plaats van schuldbemiddelingen.
Moeder en dochter tellen spaargeld aan keukentafel, schulden, armoede, sparen

De laatste jaren zien we een ontwikkeling op het gebied van minnelijke schuldregelingstrajecten. Er is bij veel gemeenten de wens om meer saneringskredieten in te zetten in plaats van schuldbemiddelingen. Steeds meer gemeenten maken daarom afspraken met een (krediet)bank om dit te realiseren. Ook de overheid ziet het belang van saneringskredieten in en wil met de komst van het landelijke Waarborgfonds Saneringskredieten bevorderen dat meer mensen snel uit de schulden geholpen worden.
De vraag is echter of alleen financiële middelen voldoende zijn om daadwerkelijk meer schuldregelingstrajecten op basis van een saneringskrediet op te starten. Hiervoor is ook een verandering in de werk- en denkwijze van de schuldhulpverlener nodig. Zonder de overtuiging dat een saneringskrediet een beter alternatief is voor de schuldeiser en de burger met schulden, wordt waarschijnlijk niet het gewenste resultaat behaald.

Liever een saneringskrediet dan een schuldbemiddeling

In de jaren dat ik als schuldhulpverlener heb gewerkt zijn er veel cliënten geweest die aan mij hebben gevraagd of zij een saneringskrediet in plaats van een schuldbemiddeling konden krijgen. Waarom? Omdat er dan een duidelijk doel/eindbedrag was om naartoe te werken. Maar dat is er toch ook bij een schuldbemiddeling, omdat deze 36 maanden duurt? Ja, maar mensen ervaren dit niet altijd zo omdat zij aan veel verplichtingen moeten voldoen. Als zij zich tussentijds niet aan de afspraken houden en bijvoorbeeld een nieuwe schuld laten ontstaan, dan stopt de regeling. Die onzekerheid levert stress op. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat afspraken niet worden nagekomen of dat er nieuwe schulden ontstaan, maar geloof mij, een betalingsachterstand heb je zo als je weinig financiële ruimte hebt. Bij een schuldbemiddeling blijven alle schulden gedurende de 36 maanden bestaan terwijl bij een saneringskrediet er nog maar 1 schuld is. Dat is dus de grote aantrekkingskracht van het saneringskrediet. Mijn ervaring is dat mensen met een saneringskrediet al toekomstplannen gaan maken op het moment dat de schuldeisers akkoord zijn, terwijl mensen met een schuldbemiddeling op dat moment nog veel meer bezig zijn met hoe zij die 3 jaar gaan doorkomen.

Is een saneringskrediet in alle gevallen en voor alle betrokkenen dan een beter alternatief?

Een saneringskrediet is niet in alle gevallen een beter alternatief. Als iemand een sterk wisselend inkomen heeft of nog geen baangarantie heeft, kan een vaste aflossingsverplichting ook juist voor stress zorgen. Het is bekend dat mensen met schulden toch al veel stress ervaren. Langdurige stress heeft gevolgen voor hun dagelijkse functioneren. Het is daarom het beste om de stress zo veel mogelijk te reduceren. Het is mooi om te zien dat er al veel gedaan wordt aan stress-sensitieve dienstverlening, maar ook in het traject zelf is dus nog winst te behalen. Als de stress daalt zal iemand weer meer regie krijgen over zijn leven en beter in staat zijn om actief deel te nemen aan de maatschappij. Het voordeel van het saneringskrediet voor de schuldeiser is dat zij niet 3 jaar lang administratieve kosten hebben vanwege de jaarlijkse uitbetalingen en hercontroles. Als we kijken naar de betrokkenen dan kunnen dus ook zeker de schuldeisers en andere betrokkenen (werkgever, uitkeringsinstantie, hulpverlening en sociaal netwerk) baat hebben bij een saneringskrediet.

Streven naar hoogst haalbare aflossing

Maar als de afloscapaciteit nog kan toenemen, dan is het toch beter om een schuldbemiddeling op te starten zodat de schuldeiser meer ontvangt? Laat ik voorop stellen dat ik het ermee eens ben dat er maximale inspanning moet zijn om zo veel mogelijk af te lossen aan de schuldeisers. Een schuldhulpverlener is tenslotte bemiddelaar tussen de cliënt en de schuldeiser en streeft samen met de cliënt naar een zo hoog mogelijke aflossing. Maar is die aflossing daadwerkelijk altijd veel hoger als iemand gaat werken? In sommige situaties is dat zeker zo, maar in veel situaties is het ook de moeite waard om een proefberekening te maken van de situatie bij een hoger inkomen. Het is dan wel belangrijk om een realistische inschatting te maken van een toekomstige werksituatie gebaseerd op het arbeidsverleden, opleidingsniveau en eventueel andere bepalende omstandigheden.

Een voorbeeld

Neem het voorbeeld van een alleenstaande vrouw die onder beschermingsbewind staat vanwege problematische schulden. Met een bijstandsuitkering van € 1021,67 per maand heeft zij een aflossingscapaciteit van € 54 per maand. Zij heeft een mbo-diploma en heeft voorheen de administratie gedaan van de onderneming van haar ex-partner. Stel dat zij een baan krijgt als administratief medewerker voor 36 uur per week en daarmee bruto € 2137 en netto € 1782,08 netto per maand verdient. Om op haar werk te komen moet zij 15 km enkele reis rijden met haar auto. Hiervoor krijgt zij een reiskostenvergoeding van € 81,32 per maand (€ 0,19 per km). In de berekening van het vrij te laten bedrag (vtlb) wordt een correctie opgevoerd op basis van het aantal kilometers per jaar voor woon-werk verkeer. Daarnaast ontvangt zij een correctie voor de bewindvoeringskosten, omdat zij hier  geen bijzondere bijstand meer voor ontvangt. Omdat zij dan ook geen recht meer heeft op kwijtschelding van de gemeentelijke- en waterschapsbelasting ontvangt zij ook hier een correctie voor. Uit de vtlb-berekening blijkt dat zij een aflossingscapaciteit van € 91,59 per maand (inclusief vakantiegeld) heeft als zij 36 uur gaat werken. Dat is € 37,59 meer dan wanneer zij niet werkt.
In deze casus is het dan ook de vraag of de schuldeisers echt baat hebben bij een schuldbemiddeling en de daarbij komende administratieve kosten als de opbrengst maar een paar tientjes per maand meer is (en dit ook nog naar evenredigheid verdeeld moet worden onder de schuldeisers). De een zal zeggen van wel, de ander zal zeggen van niet. Een sluitend antwoord zal er niet zijn, maar hopelijk wordt het gesprek in ieder geval wel gevoerd.In deze training leert u in welke situaties een saneringskrediet de beste oplossing is. En hoe en op welke manier u saneringskredieten in kunt zetten.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Redactie helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Meedoen: glashelder woord of meer dan het lijkt?

“Jij mag niet meedoen!” Fietsend langs een schoolplein hoor ik roepende kinderstemmen. Een schoolplein, een maatschappij in het klein. Met alles erop en eraan en dus soms ook uitsluiting. Misschien is het zo dat niet iedereen wil meedoen, maar buitengesloten worden van meedoen en daar geen keuze in hebben wil niemand. Meedoen, mee-doen, het lijkt op het eerste gezicht zo’n makkelijk woord. Een helder alternatief voor het deftiger ‘participatie’. Maar is meedoen echt zo’n helder woord? 2 korte woorden, één geheel. Laten we er eens naar kijken.

Waar gaat jouw vuurtje van branden?

Afgelopen week mocht ik spreken op een bijeenkomst waarbij verschillende partijen gezamenlijk aan eenzelfde doel werken. Nu doe ik dat wel vaker en elke keer met veel plezier maar dit keer waren we te gast op een wel heel bijzondere plek: De Stadskamer. Wat zou het mooi zijn als elke gemeente zo’n plek had! Een terugkerende vraag in het verhaal van de Stadskamer was: waar gaat jouw vuurtje van branden? Nou, dat van mij van dit soort initiatieven!

Is compensatie van de ALO-kop in artikel 24a Pw straks nog wel nodig?

De regels rond het kindgebonden budget en de ALO-kop veranderen de komende jaren. Door wijzigingen in de Awir (2026) en de Participatiewet (2027) ontstaat de vraag of gemeentelijke compensatie nog nodig blijft. In deze blog leggen we uit hoe dit zit en waarom compensatie soms nog nodig blijft.