Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

De overgang van Jeugdwet naar Wmo 2015 na 18 jaar

Juridisch adviseur mr. Charlotte Vanderhilt vertelt u alles over de overgang van Jeugdwet naar Wmo 2015 na 18 jaar.

Geldt de Jeugdwet standaard tot 23 jaar?

Allereerst een antwoord op de vraag of de Jeugdwet standaard tot 23 jaar geldt. Dat is niet het geval. In de Jeugdwet is als definitie van jeugdige (in artikel 1.1 Jeugdwet) opgenomen dat een jeugdige een persoon is die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. Op het moment dat de jeugdige 18 jaar wordt, vallen veel verschillende vormen van zorg en ondersteuning onder een andere wet, zoals de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet en de Wmo 2015. In de Jeugdwet is (in artikel 1.2 Jeugdwet) bepaald dat wanneer een andere wet voorliggend is de gemeente geen jeugdhulpvoorziening hoeft te verstrekken.

In sommige gevallen valt de benodigde hulp na 18 jaar nog wel onder de Jeugdwet. Dat geldt voor vormen van jeugdhulp die na 18 jaar niet onder een andere wet vallen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vormen van jeugdhulp als opvoedondersteuning, pedagogische gezinsbegeleiding en bepaalde vaardigheidstrainingen. Inzet van verlengde jeugdhulp is voor die vormen van jeugdhulp mogelijk als sprake is van één van de volgende situaties:

  • Er is bepaald dat voortzetting van jeugdhulp die is ingezet voor 18 jaar noodzakelijk is;
  • Voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is;
  • Na beëindiging van jeugdhulp die was gestart voor 18 jaar blijkt binnen een half jaar dat hervatting van deze jeugdhulp noodzakelijk is.

Is hiervan sprake dan is de gemeente wél gehouden een voorziening voor jeugdhulp te treffen op grond van de Jeugdwet. Dit kan tot 23 jaar. Een uitzondering geldt voor jeugdhulp in het kader van een strafrechtelijke beslissing of jeugdreclassering. De jeugdhulp die hieruit voortvloeit valt ook na 18 jaar onder de Jeugdwet en kan zelfs doorlopen na 23 jaar.

Bij pleegzorg is het weer anders. In de Jeugdwet is opgenomen dat pleegzorg standaard tot 21 jaar loopt. Dit geldt wanneer de pleegzorg was aangevangen voor de leeftijd van 18 jaar of de pleegzorg was aangevangen voor de leeftijd van 18 jaar, is gestopt en binnen een termijn van een half jaar wordt hervat. Bij pleegzorg na 18 jaar geldt dus niet dat moet worden voldaan aan een van voornoemde situaties waarvoor verlengde jeugdhulp kan worden ingezet. Dit geldt wel tussen de 21 en 23 jaar. Dan kan de gemeente verlengde pleegzorg inzetten. Voor verblijf in gezinshuizen geldt een bestuurlijke afspraak waarin is opgenomen dat de gezinszorg tot 21 jaar loopt. Daarna kan er verlengde jeugdhulp in de vorm van gezinszorg worden ingezet.

Aansluiting Jeugdwet en Wmo 2015

Nadat de jeugdige 18 jaar wordt of na de inzet van verlengde jeugdhulp kan de benodigde hulp voor een jeugdige overgaan naar de Wmo 2015. De Jeugdwet en de Wmo 2015 verschillen op sommige punten. De Jeugdwet kent bijvoorbeeld de reguliere aanvraagprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht van aanvraag en beschikking. De Wmo 2015 kent een onderscheid tussen melding en verslag, aanvraag en beschikking. Uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep blijkt dat het de bedoeling is dat in beide wetten op eenzelfde manier met een aanvraag of melding wordt omgegaan. Dit blijkt uit het feit dat de Centrale Raad van Beroep een stappenplan heeft geformuleerd dat dient te worden gebruikt bij het onderzoek naar de benodigde hulp of ondersteuning in het kader van de Jeugdwet én de Wmo 2015. Dit stappenplan is tegenwoordig in bijna elke uitspraak over de Jeugdwet of de Wmo 2015 als toetsingsmaatstaf te vinden. Verschillende gemeenten hebben dit opgenomen in hun beleid, wat leidt tot eenzelfde benadering ondanks dat het andere wetten zijn.

In de uitvoering zijn er echter ook verschillen tussen de Jeugdwet en de Wmo 2015, die de overgang naar de Wmo 2015 na 18 jaar soms bemoeilijken. Gemeenten lopen er bijvoorbeeld tegenaan dat de indicatiestelling op het onderdeel begeleiding in het kader van de Jeugdwet op een andere manier plaatsvindt dan de indicatiestelling rond hetzelfde onderwerp binnen de Wmo 2015. Het gevolg daarvan is dat een jeugdige met 18 jaar in het kader van de Wmo 2015 vaak veel lager geïndiceerd wordt dan voorheen in het kader van de Jeugdwet. Dat is merkwaardig omdat het om dezelfde jeugdige gaat die met zijn 18e verjaardag niet ineens is veranderd.

Daarnaast ontstaan er in de praktijk vaak vragen over welke hulp na 18 jaar onder een andere wet, zoals de Wmo 2015, valt en welke hulp na 18 jaar nog onder de Jeugdwet blijft vallen. Veel verschillende vormen van hulp worden onder de 18 jaar gefinancierd vanuit de Jeugdwet. De definitie van jeugdhulp is ruim en de hulp dient ertoe te leiden dat een jeugdige gezond en veilig opgroeit, groeit naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam is en maatschappelijk kan participeren (artikel 2.3 Jeugdwet). Dit zijn open begrippen. Bij de overgang naar 18 jaar kan uit onderzoek blijken dat de jeugdige nog steeds dezelfde hulp nodig heeft. De vraag is dan: kan deze hulp na 18 jaar vanuit de Wmo 2015 (of een andere wet) worden geboden of valt het onder de Jeugdwet in het kader van verlengde jeugdhulp? Wat betreft opvoedondersteuning, pleegzorg en gezinshuiszorg is het duidelijk dat dit ook na 18 jaar onder de Jeugdwet valt. Bij andere vormen van hulp is dit niet altijd duidelijk en dient dit te worden onderzocht. Het hangt mede af van de inhoud van de benodigde hulp of deze hulp na 18 jaar onder de Wmo 2015 valt, bijvoorbeeld binnen de definitie van begeleiding of beschermd wonen.

Ook wordt er bij de inkoop niet altijd rekening gehouden met de overgang naar 18 jaar, waardoor er verschillende hulpverleners zijn gecontracteerd voor hulp die zowel onder de Jeugdwet als de Wmo 2015 kan vallen. In de praktijk blijkt dat daardoor geregeld verlengde jeugdhulp wordt ingezet, zodat de jeugdige dezelfde hulp (en hulpverlener) behoudt of kan afronden. Ook wanneer juridisch gezien de benodigde hulp of ondersteuning vanuit de Wmo 2015 kan worden geboden.

Afstemming tussen de domeinen

Om ervoor te zorgen dat de overgang van de Jeugdwet naar de Wmo 2015 goed verloopt is het van belang om de beleidsregels Jeugd en Wmo beter op elkaar te laten aansluiten, maar ook dat er in de uitvoering meer wordt samengewerkt tussen de afdelingen Jeugd en Wmo. Wilt u meer leren over de mogelijkheden die hiervoor zijn en welke vormen van jeugdhulp na 18 jaar onder de Wmo 2015 vallen zodat de benodigde hulp of ondersteuning vanuit de juiste wetgeving kan worden geboden? Volg de training Afbakening Jeugdwet, Wmo 2015 en andere relevante wetgeving, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de overgang naar 18 jaar.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Charlotte Vanderhilt helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?