Aristoteles in het sociaal domein

Zijn 2300-jaar oude visie op de taak van de wetgever sluit mooi aan bij de transformatie waar we nu in zitten. Ik vertel u daarom graag over de inzichten van deze grote denker en hoe beleidsmakers – de lokale wetgevers – die kunnen toepassen in het sociaal domein.

Verantwoordelijk voor het geluk van de mensen

Natuurlijk wist u al dat u bijzonder waardevol werk doet. Maar in de ogen van Aristoteles bent u nóg waardevoller dan u waarschijnlijk al dacht. Het is namelijk uw taak als beleidsmaker om mensen in staat te stellen om gelukkig te zijn! Gelukkige mensen doen altijd de goede dingen en zijn daarmee waardevol voor de samenleving. In de ogen van deze Griekse filosoof kan een mens alleen gelukkig zijn als hij zijn mogelijkheden en talenten ontplooit. De wetgever moet dit voor mensen mogelijk maken. Dat geldt niet alleen voor de landelijke wetgever, maar ook voor de lokale wetgever. Om deze zware taak te kunnen vervullen, moet u volgens Aristoteles gebruikmaken van alle wetenschappelijke kennis, zoals strategie, economie en kennis van de ziel.

Vrienden, geld en zeggenschap

Aristoteles geeft u handvatten om uw medeburgers gelukkig te maken. Om te beginnen is er een basis van vrienden, geld en een bepaalde mate van politieke macht voor nodig. Geen overvloed, maar u moet er wel voor zorgen dat deze zaken zoveel mogelijk gerealiseerd zijn voor een individu. U kunt natuurlijk geen vrienden regelen voor uw medeburgers, maar wat Aristoteles onder ‘vrienden’ verstaat, kan ook uitgelegd worden als een sociaal netwerk. En u kunt wel een rol spelen bij het opbouwen en versterken van sociale netwerken. Het tweede dat u moet regelen is geld. Daarbij is het van belang dat u het geld geeft aan de juiste personen en op het juiste ogenblik. U moet dus goed voor ogen hebben hoe u het geld wilt verdelen. Realiseert u zich wel dat het minder makkelijk is om een ‘gunst’ aan te nemen dan om er een te geven. Verwacht dus geen eeuwige dankbaarheid van de mensen die geld ontvangen.  Tot slot wil iedereen een bepaalde mate van zeggenschap. Dat gaat deels vanzelf, omdat Nederland een democratie kent en iedereen mag stemmen. Maar daar zal niet iedere medeburger tevreden mee zijn. Door burgerparticipatie wettelijk goed in te richten, is zeggenschap beter geborgd.

Het integrale geluk van de gemeenschap

Wetgeving is niet alleen van belang voor het geluk van individuen, maar ook voor de gemeenschap als geheel. Volgens Aristoteles moeten wetten namelijk betrekking hebben op alle aspecten van het leven en het integrale geluk van de gemeenschap. Wetten moeten bijdragen aan alle goede karaktereigenschappen van mensen. Mensen zijn namelijk niet van nature goed, ze worden dat als resultaat van een gewoonte. Daarbij is de uitdaging van de wetgever om deze ‘opvoeding tot goed burger’ zoveel mogelijk op het individu toe te spitsen. Volgens Aristoteles is het doel van de wetgeving om goede burgers te krijgen. Elke juridische maatregel moet daarom voorafgegaan worden door een inleiding die uitlegt waarom deze maatregel van belang is. Voor je een medeburger een verplichting oplegt, moet je hem overtuigen.

Maatwerk

Met alleen wetten maken bent u er natuurlijk niet. Naast de algemene regels moet namelijk ook gekeken worden naar individuele gevallen. Het is volgens Aristoteles namelijk onmogelijk om een algemene wettelijke bepaling op te stellen die voor alle situaties de juiste oplossing biedt. Dat betekent dat degene die een wet uitvoert, van geval tot geval moet nagaan wat de situatie vereist. Daarbij moet hij nadenken wat de wetgever over deze persoon in deze situatie opgeschreven zou hebben als hij die had gekend.

Wat kunt u met deze kennis van Aristoteles?

Er rust volgens Aristoteles een grote verantwoordelijkheid op uw schouders. Een deel van wat hij zegt klinkt natuurlijk behoorlijk ouderwets en zelfs beledigend (goede burgers creëren door middel van wetgeving). Maar op een aantal punten is zijn visie tijdloos. Het zou natuurlijk heel mooi zijn als u – bij het maken van beleid – als einddoel ‘gelukkige burgers in een gelukkige samenleving’ voor ogen heeft. En natuurlijk is geluk op vele manieren te definiëren, maar Aristoteles geeft een aantal mooie handvatten om mee aan de slag te gaan; vrienden, geld en zeggenschap en natuurlijk de mogelijkheid om zich als mens te ontplooien. Het uitleggen van de vastgestelde regel aan de burger is een mooie toets voor uzelf. Als u kunt uitleggen waarom deze regel belangrijk is, dan is die voor uw collega’s op een goede manier uit te voeren. Met oog voor het individu en waar nodig niet volgens de geschreven regel, maar volgens de regel die u opgesteld zou hebben voor dit bijzondere geval. Wie zei dat de transformatie een nieuw idee was?

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Evelien Meester helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?