Bijstand en vreemdelingen: toekennen gehuwdennorm

Bijstand en vreemdelingen: toekennen gehuwdennorm? Participatiewet-expert Hanneke Willemsen geeft antwoord op vragen in deze casus.

“Mevrouw heeft dus nooit Nederland verlaten en woont nog steeds samen met haar partner en hun gezamenlijke kinderen. De man ontvangt nu al enkele jaren de norm voor een alleenstaande ouder. Wij vullen zijn norm aan op grond van artikel 18 Participatiewet vanwege het missen van de ALO-kop omdat de Belastingdienst mevrouw wél als toeslagpartner ziet ondanks haar onrechtmatig verblijf in Nederland. Kan ik nu, omdat mevrouw 5 jaar in Nederland verblijft, de gewone gehuwdennorm toekennen?
Mijn vragen zijn dus:

  • Kan ik op basis van de feiten: al 5 jaar hier, samen kinderen, kortom een ‘deugdelijke en duurzame’ relatie de volledige uitkering toekennen onder de voorwaarde dat zij actie ondernemen bij de IND?
  • Moest de norm niet zijn: gehuwden met een niet-rechthebbende partner in plaats van alleenstaande ouder?
  • Moet ik op grond van artikel 18 blijven afstemmen wegens de ALO-kop?”

Antwoord

Wanneer (opnieuw) een gezamenlijke aanvraag wordt gedaan, zult u die moeten innemen. Het stel moet weten dat u, net zoals uw voorganger, verplicht bent een melding bij de IND te doen. Dit zal hoogstwaarschijnlijk weer tot een verwijderingsmaatregel leiden. 5 jaar verblijf is namelijk niet voldoende, het gaat om 5 jaar rechtmatig verblijf. Het stel kan zich ook niet baseren op de ‘begunstigden’ die in artikel 3, 2e lid onder b van de Richtlijn 2004/38 worden genoemd: “de partner met wie de burger van de Unie een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft” omdat een Nederlander in Nederland geen EU-burger is. De norm had inderdaad gebaseerd moeten worden op artikel 24 Participatiewet. Afstemmen op art. 18 Participatiewet is maatwerk en als de situatie dat noodzakelijk maakt en betrokkenen dat ook aanvoeren zou u dat kunnen blijven doen. Over wat u moet doen wanneer 1 partner geen recht heeft gaat ook de volgende vraag en antwoord op onze website.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Hanneke Willemsen helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?

Handreiking verzachten keteneffecten

Een nabetaling van uitkering of loon lijkt goed nieuws voor de cliënt. Maar in de praktijk kan het leiden tot financiële tegenvallers: toeslagen worden verlaagd of teruggevorderd, of er ontstaat een hoge belastingaanslag. Dit zogenoemde keteneffect zorgt vaak voor stress en onzekerheid.

Is de Participatiewet zelf wel passend en toereikend?

De Participatiewet is een vangnet. Daarom staat in de wet wanneer algemene en soms ook bijzondere bijstand uitgesloten is (art. 13 Pw) of dat bijstand niet mogelijk is als er voor betrokkene een passende en toereikende voorziening bestaat (art. 15 Pw). Daarom zijn bijvoorbeeld bijstand voor een gedetineerde(1) en woonkostentoeslag voor een onzelfstandige huurwoning(2) niet mogelijk.