Wat was de situatie?

Een inwoner met schulden werd geholpen door de gemeentelijke kredietbank. Aan de schuldeisers is een voorstel gedaan voor finale kwijting. Alle schuldeisers gingen akkoord, op 1 na, het Zorgcollege. De kredietbank wilde deze schuldeiser via een dwangakkoord laten instemmen met het aangeboden voorstel.

Bij de rechtbank bleek echter dat in het schuldenpakket ook een fraudevordering van de gemeente zat. De gemeente is wel akkoord gegaan met het voorstel, maar niet met finale kwijting. Dit omdat de gemeente op grond van de artikelen 58, lid 7 sub a Pw en 60c Pw niet mag instemmen met een voorstel met finale kwijting.

Omdat de gemeente niet heeft ingestemd met finale kwijting van de restvordering, heeft de rechtbank de gemeente  aangemerkt als weigerende schuldeiser. Daarom betrekt de rechtbank deze vordering ook bij het verzoek om een dwangakkoord.

Wilt u meer inzicht in schuldhulp?

Raadpleeg Inzicht sociaal domein. Heeft u nog geen toegang? Vraag een gratis proefabonnement aan.

Overwegingen van de rechter

Na de afwegingen voor en tegen het toekennen van een dwangakkoord, zegt de rechter het volgende:

“De met de Gemeente Rotterdam getroffen regeling is in feite niet meer dan een betalingsregeling. De gemeente Rotterdam wordt aldus bevoordeeld ten opzichte van de andere schuldeisers, die wel afstand doen van het restant van hun vorderingen. Uit de aanbiedingsbrief van 11 juli 2018 blijkt niet dat de andere schuldeisers op de hoogte zijn gebracht van de bevoorrechte positie van de Gemeente Rotterdam. De andere schuldeisers hadden de mogelijkheid moeten krijgen om vrijwillig in te stemmen met die ongelijke behandeling. “

De rechtbank begrijpt wel dat de Gemeente Rotterdam zelf geen finale kwijting kan verlenen nu zij de bepaling van artikel 60c Pw moet volgen, maar stapt hier in het kader van de belangenafweging bij een dwangakkoord overheen.
De rechtbank is van oordeel dat de Gemeente Rotterdam gezien moet worden als weigerende schuldeiser nu zij feitelijk niet akkoord gaat met het voorstel  voor finale kwijting. Het is een voorwaarde waarmee alle schuldeisers moeten instemmen. Van een uitzonderingspositie voor de Gemeente Rotterdam  kan geen sprake zijn. De rechtbank legt artikel 60c Pw  dus als volgt uit:  het verbiedt de Gemeente Rotterdam op eigen initiatief  in te stemmen met een schuldregeling (voor finale kwijting). Deze bepaling beperkt de rechtbank echter niet in haar belangenafweging als bedoeld in artikel 287a lid 5 Fw.  Want bij die belangenafweging gaat het niet alleen om de beoordeling of de weigerende schuldeiser in redelijkheid tot die weigering kon komen (daar mag hier wel vanuit worden gegaan gezien de inhoud van artikel 60c Pw) maar het gaat ook om de belangen van de overige schuldeisers en van verzoekster.  Voor de overige schuldeisers geldt hier dat zij met de regeling financieel beter af zijn dan met  de schuldsaneringsregeling. Voor verzoekster geldt daarnaast nog dat zij bij toelating tot de schuldsaneringsregeling ook een  schone lei krijgt. Bovendien is het ontbreken van finale kwijting (door de gemeente) in strijd met het doel van een schuldsaneringsregeling, namelijk het krijgen van een schone lei.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster  zwaarder wegen dan die van Zorgcollege en de gemeente Rotterdam.

Het verzoek om Zorgcollege en de Gemeente Rotterdam te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.

De gemeente kon tegen de uitspraak van 3 april in hoger beroep. De termijnen voor behandeling en uitspraak bij het gerechtshof waren op moment van publicatie van de uitspraak, 28 mei, inmiddels verstreken. Waarschijnlijk is de gemeente Rotterdam niet in hoger beroep gegaan.

Schone lei

De rechtbank geeft aan dat het doel van een schuldsaneringsregeling een schone lei is. Als er na het traject nog een schuld moet worden afgelost, voldoet het niet aan dat doel. De inwoner krijgt dan namelijk niet een schone lei. Een gemeente die niet kan instemmen met een schuldregeling voor finale kwijting, kan via de rechter toch gedwongen worden in te stemmen. Met een dwangakkoord.

Het is een uitweg uit de patstelling tussen 2 gemeentelijke afdelingen die tegenover elkaar staan bij de uitvoering van wetgeving. Schuldhulpverlening tegenover innen van fraudevorderingen. Het zou mooi zijn als de wetgever dit probleem definitief gaat oplossen.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina