Gemeente Kampen voorloper met ‘omgekeerde’ verordening voor het hele sociaal domein

Wat deze verordening anders, omgekeerd maakt, is dat – in de geest van het Kamper Kompas – niet langer de regels leidend zijn, maar de hulpvraag van de inwoner. Kampen is de eerste gemeente in Nederland die met een dergelijke verordening voor het hele sociaal domein gaat werken.
Daarnaast is de verordening veel toegankelijker en leesbaarder gemaakt. De opbouw is overzichtelijk en het taalgebruik een stuk eenvoudiger. Ook komt er een publieksversie waarin de tekst wordt ondersteund met pakkende illustraties. Op deze wijze is het ook goed leesbaar voor onze partners en inwoners.
De nieuwe verordening helpt medewerkers van de gemeente om samen met de inwoner te zoeken naar de beste oplossing als het gaat om vragen op het gebied van Wmo-hulp, werk, inkomen, schulden, participatie of jeugdhulp. De eigen kracht van de inwoner staat hierbij nog steeds centraal. We kijken eerst wat de inwoners zelf of met hulp uit zijn/ haar omgeving kan oplossen. Wanneer dat niet lukt, biedt de gemeente ondersteuning.

Betere dienstverlening en minder bureaucratie

Wethouder Jan Peter van der Sluis: “Met deze verordening zetten we een mooie, praktische vervolgstap in het omgekeerd denken. Niet de regels, maar de inwoner staat centraal. Het helpt onze medewerkers om te zoeken naar passende oplossingen voor vragen van inwoners, zonder dat we gebonden zijn aan allerlei voorschriften. Hiermee kunnen we écht maatwerk bieden dus. Niet alleen een verbetering van de dienstverlening aan onze inwoners, maar ook een beperking van de administratieve lasten en bureaucratie”.
Stichting Stimulansz, kenniscentrum in het sociaal domein, schreef de modelverordening en heeft een belangrijk aandeel gehad in de totstandkoming van de verordening van de gemeente Kampen.
Wethouder Jan Peter van der Sluis: “Ik ben blij met de vaststelling in de gemeenteraad. Nu kunnen we de komende periode toewerken naar de daadwerkelijke invoering – en daarmee andere manier van werken – per 1 januari 2019.” Vanaf dan wordt ook de publieksversie beschikbaar.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Redactie helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?