Invloed van het verwerpen van een erfenis door een bijstandsgerechtigde

Hoe zit dat? Invloed van het verwerpen van een erfenis door een bijstandsgerechtigde.

Dit is een voorbeeld van een vraag van een klantmanager over de invloed van verwerping van een erfenis op bijstand. We krijgen over erfenissen en verwerping steeds vaker vragen. Zie over erfenissen en bijstand ook mijn eerdere blog.
De vragen zijn ingegeven door

  1. onzekerheid over het risico dat de erfenis alleen schulden omvat;
  2. inspanningen van een klant om een erfenis buiten het bereik van de bijstandsverstrekker te brengen. Gemeenten signaleerden erfenissen ook als fraudegevoelig, aldus onderzoek.

Onzekerheid over negatieve opbrengst van een erfenis

Onzekerheid over een erfenis is geen reden om als gemeente de verwerping door de klant te aanvaarden. Een erfenis kan ook beneficiair worden aanvaard. In een dergelijke situatie is de klant niet aansprakelijk voor eventuele schulden. Kiest een klant ervoor om een erfenis beneficiair te aanvaarden, dan moet hij een verklaring (laten) afleggen bij de rechtbank. Voor het opmaken van zo’n verklaring is de klant griffierechten verschuldigd (€ 130,- per verklaring). Als de omstandigheden daar aanleiding voor geven kan de gemeente voor deze kosten bijzondere bijstand verlenen.

Te stellen voorwaarden

Het verwerpen van een erfenis verdraagt zich in beginsel niet met het vangnetkarakter van de wet als sluitstuk van de sociale zekerheid.  Van de klant mag worden verwacht dat hij alles doet wat leidt tot vermindering van de bijstand.
Een verwerping van een erfenis moet worden gemeld (art. 17 lid 1). Als de gemeente van het voornemen op de hoogte is kan zij de klant de voorwaarde opleggen om een erfenis te aanvaarden (art. 55 PW).
Blijft melding van een verwerping achterwege dan zal de gemeente een boete opleggen (art. 18a). Meldt een klant de verwerping achteraf dan kan de gemeente hier op 3 manieren op reageren.

Variant 1: Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Het verwerpen van een erfenis – als duidelijk is dat er een positief saldo is – kan aanleiding geven tot een maatregel wegens een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Als de bijstand is beëindigd is dat echter niet zo effectief.

Variant 2 : Waarde verworpen erfenis wordt als vermogen aangemerkt

Het verwerpen van een erfenis is te beschouwen als een vorm van beschikken. Bij het beschikken gaat het niet alleen om het feitelijk ontvangen. Mede in aanmerking worden genomen de middelen waarover de belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken. In die benadering kan de gemeente het bedrag van de verworpen erfenis als middel in aanmerking nemen (er is immers over beschikt door verwerping en er had redelijkerwijs over beschikt kunnen worden). Over deze situatie is nog geen rechtspraak. Maar in de rechtspraak zien we wel terug dat de CRvB bereid is het begrip ‘redelijkerwijs beschikken’ ruim uit te leggen. Dat een belanghebbende zich niet vrij voelt om over een middel te beschikken laat, hoe begrijpelijk ook, onverlet dat hij of zij er wel over kón beschikken (vgl ECLI:NL:CRVB:2017:293).

Variant 3: Verhaal op persoon die voordeel had door de verwerping

Het verwerpen van een erfenis kan worden beschouwd als een schenking aan de overige erfgenamen. Zij krijgen door de verwerping een grotere erfenis. Dit betekent dat de gemeente de bijstandsuitkering voor dat bedrag zou kunnen verhalen op de erfgenamen (art. 62f PW). Hoewel het begrip ‘schenking’ in de PW niet nader is omschreven, blijkt uit de geschiedenis van de totstandkoming dat aan dit begrip een materiële betekenis moet worden toegekend. Materiële betekenis wil zeggen: iedere beoordeling uit vrijgevigheid waardoor de eigen vermogenspositie van de schenker vermindert. Niet essentieel voor verhaal is derhalve in welke vorm de schenking plaatsvond. Verhaal is alleen mogelijk als op het moment van de verwerping

  • de noodzaak van bijstand was te voorzien en
  • bij aanvaarding met de erfenis rekening zou zijn gehouden indien de verwerping niet had plaatsgevonden.

Vaststelling van het benadelingsbedrag

Als door verwerping onhelderheid ontstaat over het bedrag, kan de gemeente bij de belastingdienst een afschrift opvragen van het vermogen. Op basis van de aangifte IB van de overleden persoon (en de beschikbare informatie over de erfgenamen) is het bedrag van de erfenis vast te stellen.Dat kan met onze juridisch kennisbank Inzicht Sociaal Domein

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Wim Eiselin helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?