Is de Participatiewet zelf wel passend en toereikend?

De Participatiewet is een vangnet. Daarom staat in de wet wanneer algemene en soms ook bijzondere bijstand uitgesloten is (art. 13 Pw) of dat bijstand niet mogelijk is als er voor betrokkene een passende en toereikende voorziening bestaat (art. 15 Pw). Daarom zijn bijvoorbeeld bijstand voor een gedetineerde [1] en woonkostentoeslag voor een onzelfstandige huurwoning [2] niet mogelijk.

Uitsluitingsgronden en voorliggende voorziening als verplichting

In artikel 13 Pw staan de uitsluitingsgronden op zich vrij duidelijk opgesomd. Het is echter minder duidelijk of een voorziening, zoals de huurtoeslag of de zorgverzekering, passend en toereikend is. Dat leidt in de praktijk regelmatig tot juridische procedures. Het hangt van de specifieke wettelijke regeling af of bepaalde kosten eronder vallen of niet. Daarom is bijvoorbeeld bijzondere bijstand voor extra stroomkosten voor het gebruik van medische hulpmiddelen wel mogelijk [3], maar bijzondere bijstand voor kosten van een behandeling die niet is opgenomen in het pakket van de Zorgverzekeringswet niet. [4]

 

Ook als in een wet de keuze gemaakt is om bepaalde kosten juist niet te vergoeden, dan is er voor de bijstand toch sprake van een passende en toereikende voorziening. De enige uitzondering hierop is wanneer de keuze om bijvoorbeeld een behandeling niet te vergoeden alleen om budgettaire redenen gemaakt is. In de praktijk komt dat echter zelden voor.

 

Artikel 13 en 15 Pw hebben voor de gemeente een verplichtend karakter. Alleen als er sprake is van een acute noodsituatie die een zeer dringende reden oplevert, is bijstand toch mogelijk (art. 16 Pw). Dit artikel is echter niet bedoeld als algemene hardheidsclausule. Het moet dan gaan om een schrijnende situatie, waarvan het evident is dat weigering van bijstand zonder meer onaanvaardbaar is. [5] Ondanks dat de rechtspraak hierover in de afgelopen jaren wat versoepeld is, komt ook dit in de praktijk weinig voor.

Het vangnet dat de Participatiewet biedt is daardoor te beperkt

Het verplichtende karakter van de Participatiewet wringt in de uitvoeringspraktijk van gemeenten. Inwoners dreigen tussen wal en schip te vallen als er toch geen alternatief voor bijstandsverlening blijkt te zijn. Daarom verlenen gemeenten in de praktijk regelmatig bijzondere bijstand voor bijvoorbeeld huur tijdens detentie, voor tandartskosten of woonkostentoeslag voor onzelfstandige woonruimte.

 

Gemeenten voeren dan begunstigend tegenwettelijk beleid. Met dat beleid zegt de gemeente eigenlijk: ‘Het mag niet, maar we doen het toch’. Dit is een keuze van gemeenten. Zij zijn hiertoe niet verplicht. Daardoor bestaan er tussen gemeenten verschillen in het voorzieningenpakket voor inwoners. Bovendien toetst de rechter besluiten die genomen zijn op basis van tegenwettelijk beleid niet op evenredigheid. De rechter kijkt alleen of de gemeente dat beleid consistent heeft toegepast. De rechter beoordeelt niet of de gemeente in redelijkheid ten gunste van de betrokkene moet afwijken van dit beleid. [6] De rechtspositie van de inwoner is wat dat betreft zwak, terwijl het dan juist om kwetsbare mensen kan gaan. De wet Participatiewet in balans wijzigt dit verplichtende karakter van de wet niet fundamenteel. Bepaalde vormen van tegenwettelijk beleid zijn echter wijdverbreid en bestaan al een lange tijd. Blijkbaar vinden veel gemeenten dat zij in lacunes in de nationale wetgeving moeten springen of onevenredig nadelige gevolgen van landelijke wetten moeten verzachten door toch bijstand te verlenen. Daarom zou het verplichtende karakter van artikel 13 en 15 Pw moeten worden verzacht.

Naar een meer toereikende Participatiewet

Dat zou bijvoorbeeld kunnen worden bereikt door de uitsluitingsgronden te beperken tot alleen algemene bijstand, zodat gemeenten per geval kunnen beoordelen of bijzondere bijstand toch noodzakelijk is. Denk bijvoorbeeld aan de kosten van huur tijdens detentie. Iets vergelijkbaar zou moeten gelden in situaties waarin bepaalde kosten in het kader van een voorliggende voorziening bewust niet worden vergoed, waardoor die voorliggende voorziening voor de betrokkene feitelijk een lege huls is. [7] Denk aan bijvoorbeeld de huur van onzelfstandige woonruimte of tandartskosten.

[1] Centrale Raad, 31 maart 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:398

[2] Centrale Raad, 14 april 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:389

[3] Centrale Raad, 7 oktober 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1477

[4] Centrale Raad, 26 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2313

[5] Centrale Raad, 13 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:985

[6] Centrale Raad, 15 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:700

[7] Zie hierover ook rb. Rotterdam, 15 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6493

 

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mark Husen helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?

Handreiking verzachten keteneffecten

Een nabetaling van uitkering of loon lijkt goed nieuws voor de cliënt. Maar in de praktijk kan het leiden tot financiële tegenvallers: toeslagen worden verlaagd of teruggevorderd, of er ontstaat een hoge belastingaanslag. Dit zogenoemde keteneffect zorgt vaak voor stress en onzekerheid.