Uitspraak Raad van State

Volgens de Raad van State (RvS) is het aangaan van nieuwe betalingsverplichtingen, zoals het afsluiten van een nieuw telefoonabonnement of een Netflix-abonnement, relevant voor de schuldhulpverlening. Het heeft invloed op de maximale voldoening van de schuldeisers en op een schuldenvrije toestand aan het eind van het traject. Het college heeft de klant (A) dan ook terecht tegengeworpen dat zij het college op de hoogte had moeten stellen van haar plannen om deze verplichtingen aan te gaan. Door dit na te laten heeft A gehandeld in strijd met artikel 6 en artikel 7 van de Wgs (en gemeentelijke beleidsregels). A is de verplichtingen onvoldoende nagekomen.

Dat betekent niet dat het college de schuldhulpverlening zonder meer mocht beëindigen. Uit de beleidsregels volgt dat het college een belangenafweging moet maken voordat zij schuldhulpverlening beëindigt. Daarbij moet het college nagaan of die beëindiging tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid zal leiden. Een dergelijke plicht tot belangenafweging volgt ook uit artikel 3:4 van de Awb.

Op het moment van de door het college beoogde beëindiging resteerde nog slechts een periode van 6 maanden tot het einde van het schuldhulpverleningstraject. Een groot deel van het traject is goed doorlopen. A wijst op haar ernstige medische situatie, waarover zij een brief van onder meer haar huisarts heeft overgelegd. Verder heeft A gemotiveerd aangevoerd dat zij is overgestapt naar een andere energieleverancier en telefoonabonnementaanbieder om kosten te besparen en dat zij daarmee probeerde om het juiste te doen. Op de constatering dat A de verplichtingen bij het schuldhulpverleningstraject onvoldoende is nagekomen, heeft het college niet overwogen of er een andere reactie mogelijk was dan de beslissing om de schuldhulpverlening te beëindigen. Gelet op de omstandigheden van A en de ingrijpende gevolgen van de beëindiging van de schuldhulpverlening voor A, waaronder uitsluiting van schuldhulpverlening gedurende 3 jaar, vernietigt de RvS de uitspraak van de rechtbank.

Het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen van de RvS.

Noot

Uit onderzoek blijkt dat mensen met schulden door stress hun keuzes en beslissingen minder goed kunnen overzien. In veel gevallen hebben zij ook problemen met het bijhouden van hun administratie.
In de zaak waarover de RvS oordeelde dacht A dat zij door nieuwe goedkopere abonnementen af te sluiten, juist het goede deed. Echter, ze kwam de verplichtingen uit de beleidsregels niet na. Een van de beleidsregels waarnaar de RvS verwijst, is: ‘… op verzoek of onverwijld uit eigen beweging inlichtingen te geven over alle feiten en omstandigheden waarvan hem of haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat die, gedurende de gehele looptijd, van invloed kunnen zijn op de schulddienstverlening.’

Was het duidelijk voor A waar zij zich aan moest houden? En was dat voor haar ook te doen? De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) stelt in haar rapport dat weten nog geen doen is. Begrijpelijke taal, óók in beleidsregels én schuldhulpverleningsovereenkomsten, kan de klant helpen het juiste te (blijven) doen.

In het rapport van de Nationale ombudsman ‘Een open deur’ schrijft hij dat een burger, als het gaat om de toegang tot schuldhulpverlening, in redelijkheid mag verwachten dat zijn gemeente zich voldoende inspant hem binnen te laten of binnen te houden. Dit rapport gaat vooral over de toegankelijkheid van schuldhulpverlening. Maar de aanbeveling geldt evengoed tijdens het schuldhulpverleningstraject.

Ook bij het niet-nakomen van verplichtingen zal de gemeente een individuele afweging moeten maken of de beëindiging van schuldhulpverlening wel het juiste antwoord is. Zowel de gemeentelijke beleidsregels als de wet geven hiervoor voldoende ruimte.

Meer weten over schuldhulp?

Abonnees van Inzicht sociaal domein vinden in onze juridische kennisbank meer informatie over schuldhulp.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina