Moet alimentatie bruto of netto gekort worden op een eventuele uitkering?

Bij de helpdesk van Inzicht sociaal domein komen wekelijks veel vragen binnen van beleidsinhoudelijke of juridische aard. Deze keer beantwoordt expert Evelien Meester een vraag over het bruto of netto korten van alimentatie op een eventuele uitkering.
moeder en dochter op straat met boodschappen

Vraag

Er is een uitkering aangevraagd door iemand die maandelijks € 1.000,- ontvangt van haar ex-partner. Moet deze alimentatie bruto of netto gekort worden op een eventuele uitkering?

Antwoord

De alimentatie wordt netto gekort. De ontvanger van partneralimentatie is daarover belasting verschuldigd en op grond van artikel 31, derde lid Participatiewet worden de middelen na aftrek van de daarover verschuldigde loon- of inkomstenbelasting gekort. In de praktijk is vaak pas achteraf bekend hoeveel belasting er is betaald over de alimentatie en moet het gebrek aan inkomen gerepareerd worden. Dit kan door het verlenen van (onbelaste) bijzondere bijstand. Wordt algemene bijstand verstrekt, dan krijgt betrokkene een hoger fiscaal inkomen en dat kan gevolgen hebben voor de toeslagen. Om dit te voorkomen kan belanghebbende een voorlopige aanslag aanvragen en vast maandelijks belasting betalen. Dan is inzichtelijk hoe hoog het nettobedrag is.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Evelien Meester helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?