0

Armoede en schulden

  • Het kabinet streeft ernaar om in 2023 zoveel mogelijk mensen de weg naar passende ondersteuning te laten vinden.  Hierbij moeten mensen kunnen rekenen op een solide beslagvrije voet, bij samenloop van incasso- en beslagactiviteiten moeten partijen beter samenwerken om schulden te signaleren en verergering te voorkomen. Met de Rijksorganisaties maakt het kabinet er werk van om te komen tot één gezamenlijke betalingsregeling als er schulden bij meerdere organisaties zijn. In 2023 zet het kabinet stappen om schuldhulpverleningstrajecten te verkorten en de doorstroming naar de wettelijke schuldsanering te verbeteren. Het kabinet wil daarnaast de opstapeling van schulden tegengaan door een maximum te stellen aan verhogingen en rente en incassokosten.
  • Het kabinet gaat aan de slag met de aanpak van geldzorgen, armoede en schulden. Hiervoor wordt een interdepartementaal en interbestuurlijk programma gestart, waarbij de behoeften van mensen centraal worden gesteld. De aanpak bestaat uit een groot aantal acties, initiatieven en maatregelen op diverse terreinen. Voor het programma wordt ruim € 100 miljoen uitgetrokken.
  • Om stapeling van sociale en maatschappelijke problemen te voorkomen wordt door het kabinet incidenteel € 200 miljoen extra beschikbaar gesteld. De middelen zijn bestemd voor enerzijds gerichte tegemoetkomingen (zoals bijzondere bijstand, voedselbanken, initiatieven die deelname van kinderen aan school en samenleving financieel borgen) en anderzijds voor extra capaciteit, snelheid en effectiviteit in de schuldhulpverlening.
  • Het kabinet zet in op het faciliteren van lokale coalities van partijen dicht om mensen heen, die dreigende of beginnende geldzorgen kunnen signaleren, het gesprek hierover aangaan en ondersteuning bieden of doorverwijzen naar de juiste hulp.

Inburgering

  • Het nieuwe inburgeringsstelsel is ingegaan op 1 januari 2022. Met de invoering van deze wet start de inburgering sneller, wordt een hoger taalniveau gevraagd en wordt maatwerk en begeleiding geboden door gemeenten. Het kabinet houdt goed in de gaten of het nieuwe stelsel werkt zoals het moet en heeft daarbij ook volop aandacht van inburgeraars die vallen onder de Wet inburgering 2013.
  • In 2021 is er een verkenning uitgevoerd naar verbetermogelijkheden binnen de Wet inburgering 2013, waarbij ook is gekeken naar het wegnemen van een aantal hardheden in wet- en regelgeving. Een deel van de aanpassingen voortkomend uit het verbeterplan Wet inburgering 20213 zal naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treden. Het gaat daarbij onder meer om een versoepeling van de ontheffingsmogelijkheden voor moeilijk lerende jongeren. De extra kosten voor DUO worden gefinancierd vanuit de reeds beschikbare middelen voor het verbeterplan Wet inburgering 2013.
  • Voor de onderwijsroute worden opties verkend voor een structurele inbedding binnen het inburgeringsstelsel. Tot en met 2025 wordt aan gemeenten gevraagd conform de huidige regelgeving de onderwijsroute aan te bieden. Hiervoor wordt vanaf 2023 tot en met 2025 cumulatief € 35 miljoen extra beschikbaar gesteld.

Inkomen

  • Ook in 2023 stelt het Rijk € 1,4 miljard beschikbaar zodat gemeenten huishoudens tot 120 procent van het sociaal minimum een energietoeslag van 1300 euro uit kunnen keren. Hiermee worden deze huishoudens ondersteund bij het opvangen van de hogere energieprijzen. Bovendien stelt het kabinet € 35 miljoen beschikbaar om studenten in ernstige financiële problemen als gevolg van de hoge energierekening tegemoet te komen. De energietoeslag is onderdeel van het grotere pakket om de koopkracht van lagere inkomens te ondersteunen.
  • Het kabinet wil vanaf 1 januari 2023 een tijdelijk prijsplafond invoeren voor gas en elektriciteit. Vanaf 1 november kan het termijnbedrag door middel van een tussenoplossing al omlaag.
  • Het kabinet wil werken lonender maken en het bestaansminimum verstevigen. Dit betekent dat het minimumloon per 1 januari 2023 wordt verhoogd van 7,5 procent naar 8,05 procent. Inclusief de reguliere indexatie stijgt het minimumloon per 1 januari 2023 dan in totaal met 10,15 procent.
  • Om de bestaanszekerheid te versterken, wil het kabinet het sociaal minimum elke vier jaar herijken om vast te stellen of dit toereikend is om van te leven en mee te doen in de samenleving. De eerste stap is dat een onafhankelijke commissie sociaal minimum aan de slag gaat en presenteert in 2023 haar eindrapport.
  • Er zijn verschillende verbeteringen aan de Participatiewet in voorbereiding. Het wetstraject om de kostendelersnorm te wijzigen in de Participatiewet is inmiddels in gang gezet. Dit loopt mee in het wetsvoorstel Breed offensief. Op 5 juli 2022 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Breed Offensief. Inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is, na behandeling en goedkeuring door de Eerste Kamer, per 1 januari 2023 voorzien. De overige verbeteringen worden de komende periode nader uitgewerkt in twee sporen. Doel van het eerste spoor is om ruimte te genereren om in de uitvoering de ondersteuning vanuit de wet meer toe te kunnen spitsen op de situatie van de bijstandsgerechtigde. Waar nodig zal hiervoor wetgeving worden aangepast, maar gelijktijdig zullen verbeteringen in de praktijk en uitvoering aangebracht worden. In het tweede spoor, dat gelijktijdig wordt opgepakt met andere ministeries, gemeenten, de SVB, de sociaal ontwikkelbedrijven en andere betrokkenen, ligt de focus op versterken van bestaanszekerheid in brede zin, perspectief en integraliteit met aanpalende wetgeving in het sociaal domein, en handhaving. Volgend jaar zal het zwaartepunt zijn van het voorbereiden en doorvoeren van de verbeteringen. Streven is om deze verbeteringen waar wetgeving voor nodig is per 1 januari 2024 in te voeren.
  • Het macrobudget voor Participatiewet uitkeringen is structureel met € 40 miljoen verhoogd zodat mensen die in deeltijd met loonkostensubsidie werken een groter gedeelte van hun inkomen kunnen behouden. Voor de overige voorstellen uit het Breed Offensief is incidenteel € 53 miljoen beschikbaar gesteld. Hiervan is na overleg met gemeenten reeds € 42 miljoen ingezet. Over de resterende middelen vindt nog overleg plaats met gemeenten om tot een doelmatige besteding te komen.

Jeugd

  • Het kabinet geeft in 2023 verder uitvoering aan de Hervormingsagenda Jeugd. Deze agenda moet, naast een  kwalitatieve verbetering van de jeugdzorg en een beter werkend jeugdzorgstelsel, leiden tot een beheersing van de uitgaven voor jeugdzorg. Het kabinet hanteert hierbij de uitspraak van de Commissie van Wijzen van mei 2021 als uitgangspunt. Het kabinet stelt voor 2023 incidenteel € 1,454 miljard extra beschikbaar voor de jeugdzorg. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen voor een bedrag van € 374 miljoen op de jeugdzorguitgaven in 2023.

Naleving

  • Het kabinet is gestart met het herijken van het handhavingsinstrumentarium van de uitkeringswetten, ook wel bekend als de Fraudewet. Enerzijds worden mensen beter geïnformeerd ter voorkoming van overtredingen, anderzijds past het kabinet het wettelijk kader aan waardoor recht wordt gedaan aan individuele situaties. Dit leidt naar verwachting in 2023 tot een wetsvoorstel.

Werk en participatie

  • Gemeenten krijgen € 8 miljoen in 2023 voor het ondersteunen naar werk van schoolverlaters met een structurele achterstand op de arbeidsmarkt. Het gaat om jongeren zonder startkwalificatie uit het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of door voortijdige schooluitval en jongeren uit het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) met nadruk op niveau 1/entree en 2 in de beroepsopleidende leerweg.
  • Het kabinet heeft de Tweede Kamer op 7 juli 2022 geïnformeerd over de resultaten banenafspraak 2021 en de gesprekken over de toekomst van de banenafspraak. Daarin zijn enkele vervolgafspraken aangekondigd om de banenafspraak te verbeteren en de inzet van de overheidswerkgevers te verstevigen. Het wetsvoorstel vereenvoudigde banenafspraak gaat naar UWV en Belastingdienst voor het actualiseren van de uitvoeringstoetsen. Op basis van onder andere de uitvoeringstoetsen zal het kabinet een definitief besluit nemen over het al dan niet indienen van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer.
  • Het kabinet wil de leer- ontwikkelcultuur op de werkvloer versterken. Daarom komen er leerrechten voor praktisch geschoolden en krijgt de STAP-regeling een aanvullende € 500 miljoen (over 4 jaar) specifiek voor mensen met maximaal een MBO-4 diploma.
  • Veel werkgevers zoeken personeel, tegelijkertijd bestaat er een flinke tweedeling tussen mensen die een vast en een flexibel contract hebben. De risico’s van flexibele contracten liggen bij werkenden. Daarom schaft het kabinet de oproepcontracten af, behalve voor scholieren en studenten. Ook pakt het schijnzelfstandigheid aan en komt er een certificeringsplicht voor uitzendbureaus.

Wmo

  • Een eerlijkere eigen bijdrage is noodzakelijk om de aanzuigende werking van de huishoudelijke hulp te remmen en de (financiële) druk op Wmo-voorzieningen in brede zin te verminderen. Zo blijven zorg en ondersteuning in het kader van de Wmo beschikbaar. Deze maatregel uit het coalitieakkoord vergt een wetswijziging die momenteel wordt voorbereid en gaat in op 1 januari 2025.
  • Om het Wmo-toezicht sneller te verbeteren en de Wmo-toezichthouder een duidelijkere taakomschrijving mee te geven, worden in 2023 de randvoorwaarden voor de Wmo-toezichthouder geborgd in wet- en regelgeving. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre het wenselijk is het toezicht te organiseren op regionaal niveau.

Voor meer informatie over de Rijksbegroting 2023 verwijzen wij u door naar de website van de Rijksoverheid.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp