Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Proactieve dienstverlening, het beste plan B!

Op de relatiedag van BIDN op 12 maart nam ik deel aan een paneldiscussie over proactieve dienstverlening samen met Monique Thijssen (BIDN), Asli Turkes (SZW), Elfriede Boer (gemeenten) en Menno Spaan (Haagse Beek). De centrale vraag was hoe we proactieve dienstverlening van intentie naar impact krijgen. Wat een mooi gesprek heeft dat opgeleverd!
Verordening als middel om doelen te bereiken

Wat is proactieve dienstverlening?

Er kwam geen eenduidige definitie uit de zaal, maar de algehele tendens was dat we mensen moeten geven wat ze nodig hebben. Of je dat doet door het ongevraagd op de rekening te storten of formulieren ingevuld toe te sturen zodat iemand alleen hoeft te tekenen bij het kruisje, daar zat iedereen anders in. De essentie is dat je drempels weg moet halen.

 

En daar zit voor mij ook de kern, we moeten de complexiteit van het stelsel weghalen bij de inwoner. En ja, bij voorkeur óók bij de overheid die het uitvoert, want we hebben straks simpelweg niet genoeg mensen om die complexe uitvoering goed te doen. Maar zolang de vereenvoudiging nog niet gerealiseerd is, moeten we kiezen waar we die leggen: bij de inwoner of bij de overheid.

Is proactieve dienstverlening een morele plicht?

Het is wellicht geen populaire mening, maar ik vind proactieve dienstverlening een doekje voor het bloeden voor ons eigen falen. Het probleem van niet-gebruik hebben we zelf gecreëerd door een waanzinnig complex stelsel op te tuigen. We hechten veel waarde aan sterke ‘gerichtheid’, oftewel het geld moet naar de juiste mensen gaan (en als dat niet volledig lukt, dan liever een paar euro te weinig dan een euro te veel). Dat heeft ervoor gezorgd dat het stelsel zo complex is, met zoveel voorwaarden, rekenregels, uitzonderingen en factoren die op elkaar inwerken (krijg je hier iets meer, dan gaat er daar wat af, zodat je soms per saldo hetzelfde of minder overhoudt) dat vrijwel niemand het meer overziet. En gaat het fout en heeft iemand te veel gekregen? Dan wordt het teruggevorderd met mogelijke schuldenproblematiek tot gevolg. Dit is één van de factoren die bijdraagt aan het wantrouwen tussen overheid en inwoner.

 

Met andere woorden, we bereiken mensen niet vanwege complexiteit van het stelsel en gebrek aan vertrouwen in de overheid. Daar zou idealiter dan ook de sleutel tot de oplossing liggen. Maar vereenvoudiging en vertrouwen staan al lang op de politieke agenda en dat blijkt toch ontzettend ingewikkeld te zijn. Al is het maar omdat de politiek op elk individueel incident dat breed wordt uitgemeten in de media, reageert met nieuwe regels (vrijlating lijfrente en de boodschappenaffaire zijn daar 2 voorbeelden van). De eenvoud sneuvelt op het moment dat het beeld dat het niet eerlijk is ergens opduikt.

 

Maar eenvoud en gerichtheid gaan niet helemaal samen, daar moet je een balans in zoeken.

 

Op dit moment is daarom proactieve dienstverlening naar mijn idee wel degelijk een morele plicht. De regelingen zijn opgesteld omdat ze nodig zijn. Dan moeten we dus zorgen dat ze gebruikt worden. Gaat dat niet linksom, dan maar rechtsom.

Kortom, het beste plan B

Is proactieve dienstverlening de heilige graal? Nee, ik zou liever een maatwerkinkomen zien. Gewoon één bedrag voor iedereen die niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien. Dit maatwerkinkomen is dan een optelsom van alle regelingen waar je gebruik van kunt maken tot een bedrag waarmee je bestaanszekerheid is gegarandeerd. Geen losse aanvragen voor zorgtoeslag, huurtoeslag, individuele inkomenstoeslag, energietoeslag, kinderbijslag, kindgebonden budget, bijstand, stadspas en alle andere regelingen die er mogelijk zijn. En dat met één aanvraag, zodat je ook maar op één plek wijzigingen hoeft door te geven en achter de schermen wordt uitgerekend wat een wijziging betekent voor het bedrag en voor je bestaanszekerheid. Zodat je nooit tussen wal en schip valt. Dat maatwerkinkomen is echt mijn plan A. Maar tegelijkertijd realiseer ik me dat dit plan waarschijnlijk nooit gerealiseerd gaat worden.

 

En dan is proactieve dienstverlening zonder meer het beste plan B dat we hebben. Dus laten we onze mouwen opstropen en aan de slag gaan!

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Evelien Meester helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in balans en spoor 3: wat hebben professionals nodig om maatwerk te bieden?

Een gemeente vraagt medewerkers om maatwerk, maar richt haar werkprocessen vooral in op standaardbesluiten. Wie een passende oplossing zoekt die daarvan afwijkt, krijgt extra administratie. Zo kan de dagelijkse praktijk het werken vanuit vertrouwen bemoeilijken. Volgens Stimulansz-adviseur Gerrit van Romunde raakt dit aan de kern van spoor 3 van de Participatiewet in balans: professionals moeten maatwerk ook daadwerkelijk kunnen bieden.

Wet handhaving sociale zekerheid: nieuwe regels voor terugvordering

Met de Wet handhaving sociale zekerheid krijgen gemeenten meer ruimte om rekening te houden met de omstandigheden van de inwoner en de menselijke maat, oftewel om evenredig te handhaven. In een eerdere blog besprak ik de wijzigingen binnen het maatregelenregime. In deze tweede blog staan de veranderingen rondom terugvordering centraal. In de derde en laatste blog gaat het over de wijzigingen voor de bestuurlijke boetes.

Handreiking kinderopvangtoeslag en de Participatiewet

Voor ouders met een bijstandsuitkering kan kinderopvang een belangrijke voorwaarde zijn om deel te nemen aan een traject naar werk of maatschappelijke participatie gericht op arbeid. Toch blijkt in de praktijk dat ouders soms geen kinderopvangtoeslag ontvangen, terwijl dat op grond van de wet wel mogelijk is. Onbekendheid met de regels, onduidelijkheid over de rol van de gemeente en een onjuiste registratie van voorzieningen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.