Stimulansz hanteert hiervoor een beproefde methodiek. Deze biedt houvast bij de begeleiding van statushouders. De methodiek geeft bovendien handen en voeten aan de omgekeerde toets. U leert ermee werken tijdens de training Effectieve ondersteuning voor statushouders.

Omgekeerde toets als uitgangspunt

Bij de omgekeerde toets zijn niet de wetten en de regels leidend, maar de hulpvraag van de inwoner. Samen zoekt u naar de best passende oplossing. Daarbij kijkt u naar het effect voor de inwoner. Dat vraagt van u als professional nogal wat van de begeleiding van statushouders. Want u gaat samen op zoek naar de beste oplossing op bijvoorbeeld het gebied van Wmo-hulp, werk, inkomen, schulden, participatie of jeugdhulp. Dat kan een uitdaging zijn, gelet op de culturele en de -taalbarrière en met het oog op de specifieke situatie van de statushouder.

Methodiek

De methode is ontleend aan de theorie van interculturele gespreksvoering. Gerrit van Romunde, adviseur bij Stimulansz: “De methode zorgt ervoor dat je steeds bij jezelf nagaat of je nog goed in contact staat met de statushouder. Hoe zit ik erin? Hoe zit de klant erin? En hoe zit het met de omgeving: de wet- en regelgeving, maar bijvoorbeeld ook de ruimte waar het gesprek plaatsvindt?”

De methode omvat 5 onderdelen. Deze hebben tot doel om de communicatie te verbeteren, directer aan te sluiten op de persoon, inzicht te krijgen in de mens achter de statushouder en inzicht te krijgen in de contextuele belemmeringen en kansen.

Door als professional de methodiek te hanteren krijgt u steeds antwoord op vragen als:

Verstaan we elkaar wel goed?

Bedoel jij als professional iets over te brengen, maar interpreteert de statushouder dat heel anders? Het is belangrijk om dat goed te checken. Misschien probeert u de klant wel gerust te stellen, maar verhoogt u daarmee bij hem of haar de stress. En dan is er ook nog de omgeving, die invloed heeft. Bijvoorbeeld de wet- en regelgeving die iets verlangt.

Wat is jullie beider zienswijze en logica?

Wat is uw zienswijze en logica? Hoe zit dat bij de klant? En komt dat overeen? Stel: u wilt de statushouder graag helpen aan werk, zodat hij een zelfstandig bestaan kan opbouwen en zich kan ontwikkelen. Maar in de visie van de statushouder betekent werk simpelweg brood op de plank. Omdat in het land van afkomst de noodzaak van werken anders ligt. Dan heb je het dus niet over hetzelfde doel. En dan is het dus onduidelijk waar het gesprek over moet gaan.

Hoe hanteert u verschillen in verwachting?

U als professional heeft een bepaalde rol en vast ook wel verwachtingen. De klant heeft een andere rol, en misschien ook andere verwachtingen. Hoe hanteert u die verschillen? Stel dat u een persoon bent die graag anderen helpt. Maar de statushouder wantrouwt dit omdat hij negatieve ervaringen heeft met de overheid. U staat graag naast de klant, maar de klant heeft het benauwende gevoel van machtsongelijkheid en wantrouwen. Dan belemmert dat het proces en het samen bereiken van een doel.

Waarom zitten we beiden aan tafel?

Voordat de statushouder bij u aan tafel zit, heeft hij te maken gehad met misschien wel 7 of 8 instanties. Elke keer dacht hij dat de persoon die hij tegenover zich heeft, hem zou helpen met werk. Tegen de tijd dat u hem spreekt, heeft hij misschien wel alle geloof daarin verloren. Het is belangrijk om u daarvan bewust te zijn en goed te bedenken: Waarom zitten we hier aan tafel? In welke fase bevindt de klant zich? Wat denk ik eruit te halen? En wat denkt de ander eruit te halen?

Wat zijn uw onderliggende bedoelingen en motieven?

Volgens de wet- en regelgeving moet uw klant werken, anders volgt een korting op de uitkering. Misschien bent u iemand die graag een ander helpt en wil behoeden voor die korting. En misschien ziet de klant zelf de noodzaak van werk niet zo. Dan heeft u beiden een andere inzet. Zorg tijdens het gesprek uit hoe dat zit.

banner opleidingen en trainingen sociaal domein

Tip: maak het concreet

Het is belangrijk om u als professional te beseffen wat het betekent om een inclusieve samenleving te zijn. En hoe u dat vertaalt naar de opdracht van de gemeente op het gebied van statushouders. Gerrit: “Een begrip als ‘meedoen’ is leeg als u er niet goed betekenis aan kunt geven. Zorg ook dat u goed definieert wat u als gemeente verwacht van statushouders als u het hebt over participeren. En die definitie moet u vervolgens onderling afstemmen. Is het goed als hij alleen omgaat met landgenoten en niemand tot last is óf moet hij boerenkool met worst gaan eten?” Maak dat concreet.

Voorkom vooroordelen

“Nog een tip: voorkom dat u het gesprek ingaat met bepaalde vooroordelen. Niets zo menselijks als dat, maar zorg dat u niet tegen iemand bent, maar samen met iemand. En dat u niet boven de ander staat, maar ernaast. Voorkom daarbij ook dat u stuurt op gewenst gedrag. Veel beter is het dat mensen hun eigen gedrag kiezen.”

Volg de training

Wilt u leren hoe u statushouders nog beter ondersteunt? Hoe u goed contact legt en samen resultaat behaalt? Volg dan de training Effectieve ondersteuning van statushouders. Want u komt verder met de inzichten en tools uit de interculturele communicatie.

Neem nu contact op met

Gerrit van Romunde

Gerrit is onze expert in het brede arbeidsmarktbeleid in het sociaal domein.