Soms lijkt het alsof succesvolle mensen alles aan komt waaien. Heeft u Maarten van der Weijden zien zwemmen tijdens zijn Elfstedenzwemtocht? Ik heb me verbaasd over het gemak waarmee hij zich door het water bewoog. Het leek hem geen moeite te kosten, maar toch zwom hij harder dan de enthousiaste mee-zwemmers. Wat een talent! En Nicolaas Copernicus?1 Logisch dat hij zulke slimme dingen bedacht, hij was gewoon onvoorstelbaar intelligent! Dat soort prestaties zijn niet voor gewone mensen weggelegd. Toch?

Zo simpel is het niet. Maarten van der Weijden kon niet zomaar heel hard zwemmen. Wat ik op tv zag was het resultaat van heel veel oefenen. En Copernicus? Hij had een geschat IQ van 100-110, nauwelijks meer dan gemiddeld. Toch heeft hij dingen bedacht die mijn pet te boven gaan. Wat maakt dat mensen als Van der Weijden en Copernicus zo succesvol zijn? Daar is een aantal verklaringen voor te geven. Het goede nieuws? Wat zij bereikten, kunnen anderen in principe ook bereiken. Het slechte nieuws? De manier waarop we het sociaal domein hebben ingericht, maakt het véél moeilijker om mensen te helpen om succesvol te zijn.

Inspanning, inspanning, inspanning

Gedragspsycholoog Angela Duckworth stelt dat voor succes vaardigheid x inspanning nodig is. En vaardigheid verkrijgt iemand door talent x inspanning.2 Dat betekent dat inspanning dubbel telt, veel zwaarder dan talent of vaardigheid. Mensen die succesvol zijn, geven niet op. Ze gaan door, ook na teleurstellingen staan ze op en gaan weer verder. Deze vaardigheid, noodzakelijk voor succes, bezit iedereen. U kunt het zich natuurlijk niet meer herinneren, maar toen u leerde lopen bent u ook tientallen, misschien wel honderden keren gevallen. En wat deed u als u viel? Juist! Opstaan en weer doorgaan. Waarschijnlijk werd u daar ook in gestimuleerd. Maar hoe ouder we worden, hoe minder we worden aangemoedigd om weer op te staan en het nogmaals te proberen.

Met positieve verwachtingen gaan mensen het beter doen

Er is een tweede aspect van belang. Als we denken dat sommige mensen heel slim – goed – kansrijk zijn, dan gaan ze daarnaar handelen. Onze verwachtingen zijn hoger, we geven hen extra aandacht en na verloop van tijd wordt het een selffulfilling prophecy. Deze mensen gaan het ook beter doen. Dit is heel interessant, zeker omdat mensen in de Participatiewet worden ingedeeld naar afstand tot de arbeidsmarkt. Kijken we wel wat het doet met mensen als we ze in zo’n hokje plaatsen (u heeft een lange afstand tot de arbeidsmarkt)? Een deel van de mensen in de bijstand is zelden positief gestimuleerd en heeft ook geen kans gehad om tot bloei te komen. De vraag is of ze moeilijk aan het werk komen omdat ze een afstand tot de arbeidsmarkt hebben óf omdat wij als professionals niet in ze geloven. Mogelijk is het een wisselwerking, waarin beide aspecten elkaar versterken.

Stimuleren van de ‘groeimindset’

Begeleidt u iemand naar werk en gaat er iets mis? Dan kunt u natuurlijk zeggen: ‘Dit is moeilijk. Het geeft niets dat u dit niet kunt.’ De kans dat iemand het dan nog een keer probeert, is heel klein. U kunt ook zeggen: ‘Dit is moeilijk. Het geeft niets dat u dit nu nog niet kunt.’ Klein verschil in tekst, groot verschil in uitwerking. Het geeft de ander het idee dat hij dit kan leren, dat er meer in zit dan hij nu heeft laten zien. Zo stimuleert u de ‘groeimindset’.3 U moedigt iemand aan om weer op te staan als hij is gevallen, net zo lang tot het wel lukt. Gaat dat niet zo makkelijk? Dan kijkt u met iemand samen wat hij de volgende keer beter kan doen. Sturen op proces noemen we dat.

Straffen op resultaat

Maar zo hebben we het sociaal domein niet ingericht. Binnen de Participatiewet sturen we voornamelijk op resultaat. Heeft iemand geen tien sollicitaties gedaan in twee weken? Dan krijgt hij een maatregel. We uiten onze teleurstelling of geven straf, omdat hij wéér is gevallen. Of we verzuchten dat lopen echt te moeilijk is en dat hij maar moet blijven liggen. Over een paar jaar komen we wel kijken of het dan wel lukt. Zou dat werken? Deze vraag stellen is hem natuurlijk beantwoorden. Dit is niet iets wat in de wet wordt voorgeschreven. Daar staat dat een maatregel altijd wordt afgestemd op iemands persoonlijke omstandigheden. Maar het kost veel tijd om echt te kijken naar het proces en het is bovendien veel minder hard te maken. Als iemand maar drie sollicitaties overlegt is het volstrekt helder dat dit er minder zijn dan de gevraagde tien. Stukken eenvoudiger en eenduidiger dan het beoordelen of iemand zich voldoende heeft ingespannen. Maar pak het eens zo aan: waren de drie sollicitaties van goede kwaliteit? Heeft de werkzoekende uw tips opgevolgd? Allemaal zaken die iemand veel meer helpen.

Experimenteren met coachen op proces

Er wordt in de Participatiewet veel geëxperimenteerd met arbeidsverplichtingen. Het zou natuurlijk leuk zijn om zelf binnen de gemeente eens een experiment aan te gaan en een aantal werkzoekenden – met kleine of grote afstand tot de arbeidsmarkt – echt te coachen op het proces. Gaat het een keer minder, niet meteen straffen maar samen nagaan hoe het de volgende keer beter kan. Moedig iemand aan om weer op te staan na een keer struikelen. En blijf vooral in iemand geloven. Dat helpt de ander om in zichzelf te geloven en maakt de kans op succes groter. Wordt iedereen in de bijstand dan een Maarten van der Weijden of een Copernicus? Dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Maar het is wel heel fijn als we met deze methode mensen een stapje verder kunnen helpen.

Noten
1             Copernicus werd bekend door zijn theorie dat de zon en niet de aarde het middelpunt van het zonnestelsel is.
2             Duckworth, Angela (2017):  Why passion and resilience are the secrets to success. London: Vermilion, p. 42 + 62.
3             Idem, p. 182.

Meer weten over hoe denksystemen invloed kunnen hebben op gedrag en hoe u daar in uw beleid op kunt inspelen?

Stimulansz biedt een meerdaagse masterclass aan over invloed van gedrag op beleid van Evelien Meester en D&B gedrag.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina