Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

VNG-leergang helpt nieuwe bestuurders grip krijgen op bestaanszekerheid

De VNG start op donderdag 17 september 2026 met de ‘Leergang Bestaanszekerheid: Inwerkprogramma voor nieuwe bestuurders’. De leergang is bedoeld voor wethouders en bestuurders die snel inzicht willen krijgen in vraagstukken rond armoede, schulden, werk, inkomen en sociale zekerheid.

Bestaanszekerheid vraagt om bestuurlijke scherpte

Gemeenten staan voor grote maatschappelijke opgaven. Inwoners hebben te maken met onzeker inkomen, schulden, problemen rond werk, wonen en zorg. Voor bestuurders betekent dit dat zij keuzes moeten maken in een complex speelveld met hoge verwachtingen. De leergang helpt deelnemers om brede bestaanszekerheid beter te begrijpen én bestuurlijk richting te geven aan beleid en uitvoering.

Praktijkgericht programma

Het programma bestaat uit twee fysieke bijeenkomsten en vier online webinars. De start is op donderdag 17 september 2026 met een fysieke fundamentdag. Daarna volgen webinars over inkomen, schulden, werk en uitvoerbaarheid. Op vrijdag 11 december 2026 is de slotbijeenkomst.

Voor nieuwe wethouders en bestuurders

De leergang is bedoeld voor nieuwe wethouders in het sociaal domein, bestuurders met portefeuilles als werk, economie of regionale samenwerking en bestuurders met aanpalende verantwoordelijkheden, zoals financiën, bestuur of veiligheid. Er is plek voor maximaal 15 deelnemers. Deelname kost € 295.-.

Met mr. Evelien Meester

De leergang wordt verzorgd door mr. Evelien Meester, directeur-bestuurder van Stimulansz. Zij is gespecialiseerd in het sociaal domein en combineert juridische kennis met inzichten uit psychologie en filosofie.

Start het leren

Bestuurders die hun rol rond bestaanszekerheid willen versterken, kunnen zich nu inschrijven op de website van de VNG.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Redactie helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?