Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Vreemdelingen en de Participatiewet: 3 adviezen voor klantmanagers inkomen

Onze expert Hanneke Willemsen geeft antwoord op 3 veel voorkomende vragen bij klantmanagers binnen gemeenten over vreemdelingen en de Participatiewet.

1. Bijstand zonder verblijfsdocument? Chavez-Vilchez maakt het mogelijk!

Wat houdt het Chavez-Vilchez-arrest in en moet u echt bijstand verlenen als er geen verblijfsdocument is?

2. Wat doe je als gezinsbijstand toekennen betekent dat 1 partner Nederland moet verlaten?

Een klant vraagt een bijstandsuitkering aan voor haarzelf, haar partner en haar kinderen (gezinsbijstand). Haar partner heeft code 29 in de basisregistratie personen (BRP). Wij moeten bij toekenning van de uitkering een melding doen bij de IND.  De klant heeft al telefonisch contact gehad met de IND. De IND geeft aan dat de partner zijn verblijfsrecht zal verliezen na toekenning van de uitkering.  De klant vraagt nu of zij de aanvraag toch kan doen en dat wij dan de partner buiten beschouwing laten. Is hier een mogelijkheid voor? Bijvoorbeeld dat de klant een aanvraag doet met een ‘niet-rechthebbende partner’?

3. Rechtmatig verblijf versus gelijkgesteld met een Nederlander

Wij hebben de volgende vraag:  een klant heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland, maar is in bezwaar gegaan. Het bezwaar is ongegrond verklaard en nu is de klant in beroep gegaan. Het bezwaar is op  21-5-2019 ongegrond verklaard en de uitkering staat tijdelijk stop met ingang van 1-6. Nu is mijn vraag, heeft deze klant recht op een uitkering nu hij in beroep is en beroep in Nederland mag afwachten? Ook wordt er hier gesproken over het feit dat wij de uitkering niet mogen beëindigen met terugwerkende kracht zodat de klant niet met een vordering wordt opgezadeld. Wat is hier in de werkwijze en wat zegt de wet daarover?

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Redactie helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?