De kunst van het meedoen

Eén van de speerpunten in het sociaal domein is ‘meedoen’. Het is een sleutelbegrip in beleid, maar bepaald niet eenduidig. Gaat het om meedoen in de zin van ‘nuttig zijn voor de samenleving’ of gaat het om meedoen als tegenhanger van eenzaamheid en sociaal isolement?

We kunnen hier op talloze manieren naar kijken en eigenlijk maakt dat niet uit. Wat wel uitmaakt is wat we hiermee doen, welk effect we willen bereiken en hoe. Bij deze drie stappen voor meedoen.

 

1. Onderzoek wat mensen drijft

We kennen allemaal zorgmijders, mensen die eenzaam zijn, mensen die zich doorlopend afzetten tegen de samenleving en mensen die simpelweg niet weten hoe ze mee kunnen doen. De redenen zijn legio. Als ik enkel kijk naar de mensen die ik persoonlijk ken (van mijn werk of persoonlijk) dan denk ik aan een vluchteling die zijn vrouw en kind niet mocht laten overkomen, een arm en been mist waardoor hij niet kan werken en volledig geïsoleerd leeft. Ik denk aan een jongeman die zijn dochter verloor waarna zijn vrouw en andere dochter naar Spanje vertrokken en hij vluchtte in de drugs en alleen op straat belandde. Ik denk aan een vrouw die geen familie had en zo verlegen was dat ze nooit iemand anders sprak dan de mensen achter de kassa bij de supermarkt. Dit is maar een kleine greep uit de kleurrijke figuren die moeite hebben om mee te doen. De redenen lopen ver uiteen. De eerste vraag is dan ook, wat drijft hen? Wat is belangrijk voor ze, waar lopen ze warm voor? Ofwel, wees professioneel nieuwsgierig naar de ander!

2. En wat mensen laat bloeien

Als je weet wat mensen drijft, kun je met ze gaan nadenken over het effect dat ze willen bereiken. De grote uitdaging is om ze niet in een hokje te plaatsen, de ene vluchteling is de andere niet, de ene dakloze de andere niet et cetera. Iedereen zoekt iets anders als het gaat om meedoen. De een wilde dolgraag betaald werk doen, de ander wilde sporten om een andere verslaving te creëren in plaats van drugs. De derde wilde ergens heen waar mensen waren, zonder direct deel te nemen. Als je daar bent, kun je een volgende stap nemen en mensen uitdagen verder te dromen. Stel jezelf de vraag of wat iemand gaat doen altijd maatschappelijk relevant moet zijn, of dat er ook ruimte is om dit anders in te vullen.


3. En laat ieder diens eigen

Binnen die context, wat mensen drijft en welk effect ze willen bereiken, kun je samen met ze op zoek naar de ruimte die ze hebben om het meedoen op hun eigen manier in te vullen. Vaak zal meedenken genoeg zijn, je hoeft het niet voor iemand te organiseren. Kennis van de sociale kaart en die koppelen aan wat mensen drijft en laat bloeien. In veel buurthuizen en bibliotheken zijn inloopochtenden, sportclubs kunnen vaak vrijwilligers gebruiken en voor deelnemen aan sportclubs zijn voor mensen met een kleine beurs vaak middelen beschikbaar. Hoe meer de gekozen oplossing aansluit op iemands eigen keuze, hoe groter de kans dat dit leidt tot een hoger welbevinden.

Kaders en regie

Juist door samen met iemand de kaders af te pellen en te kijken wat iemand drijft en wat iemand wil, kun je iemand stimuleren om zelf regie te nemen en stappen te zetten. En zeker als het kleine stappen zijn met succeservaring, is de kans groot op volgende stappen. Is het altijd een succes? Nee, natuurlijk niet. Maar in veel gevallen werkt dit wel degelijk en mijn ervaring is ook dat veel mensen graag meedoen door iets voor een ander te doen. Dan heb je een mooie win-win! Juist vanuit die gelijkwaardigheid kunnen mensen echte verbinding aangaan.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Evelien Meester helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

De kracht van verschil: Hoe kunnen we weer leren het oneens te zijn?

Zelfs in een relatief klein land als het onze lopen de meningen van inwoners behoorlijk uiteen. In het dorp waar ik woon is een aantal mensen blij met luidruchtige feesten in de straat, omdat er ‘eindelijk wat gebeurt in dit gat’. Anderen storen zich eraan, omdat zij juist ‘behoefte hebben aan rust en stilte’. Een feestje is een klein vraagstuk, ook op grotere vraagstukken als nood- of asielopvang, windmolens en woningbouw lopen de meningen sterk uiteen. Zoveel mensen, zoveel meningen en dat is heel goed. Niet altijd handig, wel goed. Ik realiseer me dagelijks hoe mooi het is dat we leven in een land waar die verschillen er kunnen en mogen zijn en ook geuit mogen worden.

Hoe voer je het goede gesprek met een inburgeraar?

Als consulent Inburgering begeleid je inburgeraars in hun inburgeringstraject. Hoe ga je om met afwijkende wensen? Lees het hier.

Moeten gemeenten hulphonden wel of niet toekennen?

De hulphond (of assistentiehond, zoals opleiders de hulphond liever noemen) is een onderwerp dat de gemoederen blijft bezighouden. De vraag is daarom: is er de laatste jaren iets veranderd dat aanleiding is voor gemeenten om hun beleid bij hulphond-aanvragen aan te passen? Op dit moment is het antwoord daarop: neen. Ook niet na drie recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep [viii, ix & x].