Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

‘Integraal samenwerken? Met de Omgekeerde Toets® bereik je meer’

Kies je als consulent voor een integrale aanpak? Met de Omgekeerde Toets® bepaal je samen met de inwoner en jouw collega’s van andere domeinen het gewenste effect.
vader en moeder tijdens gesprek op de bank, hulpvraag, opvoeden, schulden

Met de Omgekeerde Toets® kijk je als consulent niet gelijk naar de wet voor oplossen of afwijzen, maar naar het gewenste effect dat de inwoner wil bereiken. Dát is stap 1. Of het nu gaat om geldzorgen, werkloosheid, gezondheidsproblemen, opvoedproblemen of schulden. Bij een eenvoudige casus doorloopt u de 4 stappen zelf. Gaat het om een complexe casus waarbij toch echt een integrale aanpak nodig is? Dan helpt stap 2 van de Omgekeerde Toets® om te bepalen met welke domeinen je het best het gesprek aangaat. 

 

Het gewenste effect

Opleidingsadviseur en trainer Anitra Vink geeft een voorbeeld: “Een vader en een moeder komen bij de gemeente met een opvoedingsvraag. De jeugdconsulent ontdekt dat er meer problemen spelen in het gezin. Vader is werkloos, moeder heeft een lichamelijke beperking en er zijn schulden. Dan bepaalt de consulent in stap 2 van de Omgekeerde Toets® welke collega’s van andere domeinen nodig zijn. Met hen plant de consulent een integraal overleg. Hierin bepalen ze samen eerst het gewenste effect. Daarna doorlopen ze alle volgende stappen van de Omgekeerde Toets®. Als het goed is heeft de inwoner vooraf al samen met de consulent zijn gewenste effecten benoemd. Je kunt die natuurlijk niet voor de inwoner bepalen.”

 

Ander gesprek 

Door in een integraal overleg eerst het effect te bepalen, kom je samen tot goed domeinoverstijgend inzicht. Anitra: “Het voorkomt dat iedereen op zijn eigen wet blijft zitten. En dat mensen direct in een reparatiereflex schieten en naar de oplossing willen. Met de Omgekeerde Toets® krijg je een heel ander gesprek. Namelijk over de vraag: wat willen wij voor deze inwoner? In plaats van: wat zeggen mijn beleidsregels? Zo’n gesprek hoeft echt geen uren te duren. Doorloop gewoon de stappen. Dan kom je ook op vragen als: Waar staan we als gemeente voor? Wie willen we zijn voor de inwoners?” Zo’n integraal overleg helpt je als consulent om verder te kijken dan jouw eigen expertise. Je vergroot en verbreedt jouw blik voor jouw intakegesprekken. Dat helpt om anders te kijken naar een hulpvraag.

 

Anitra: “Ik had eens te maken met een casus van een man in de laatste fase van zijn leven. Hij kreeg morfine tegen de pijn. De laatste maanden van zijn leven wilde hij graag pijnvrij én met heldere geest doorbrengen. De zorgverzekeraar wilde de alternatieve medicatie niet vergoeden en verwees hem naar de Wmo. Toen is Wmo met bijzondere bijstand om tafel gegaan om te kijken naar het effect dat meneer wilde bereiken. Vanuit de gemeentevisie en de normen en waarden vonden we het belangrijk dat deze man een waardig einde kreeg, met de medicatie die hij wilde. Vanwege de situatie van de man moesten we snel handelen. We kregen dit besluit voor elkaar dankzij de integrale aanpak.”

Breed kijken

Gebeurt het veel dat consulenten opschalen? “Ik vraag dat vaak aan deelnemers van mijn trainingen. Meestal is het antwoord: te weinig. Het gebeurt meestal alleen als een situatie daar echt om vraagt. Dat is al heel goed, maar eigenlijk zou je het structureel moeten inrichten in de vorm van een casuïstiekoverleg. Vooral ook om bij iedereen in het DNA te krijgen dat je breed moet kijken.” 

 

Hoe komt het dat opschalen vaak niet lukt? “Dat heeft te maken met de praktijk van alledag. Integraal werken kost tijd. Je hebt daar ruggensteun voor nodig van de organisatie. En ruimte om beslissingen te nemen zonder te worden teruggefloten. Natuurlijk is het ook nog zo dat hoe groter de gemeente is, hoe minder goed collega’s elkaar kennen en hoe lastiger ze elkaar vinden.”

 

Leren denken vanuit het effect

Om als consulent de methodiek goed tussen de oren te krijgen, is het volgens Anitra verstandig een training Omgekeerde Toets® te volgen. “We doorlopen dan alle stappen en er is ruimte voor casuïstiek. Deelnemers leren van elkaar en ook integraal werken komt aan bod. Kortom, met zo’n training krijg je het denken en werken vanuit het effect goed in je systeem.”

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Anitra Vink helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?