Gerrit van Romunde: ‘Benut creatief de speelruimte bij de nieuwe inburgeringswet!’

De regie over inburgering komt bij de gemeente te liggen in plaats van de inburgeraar. Dat vindt Gerrit de grootste winst van de nieuwe inburgeringswet die naar verwachting op 1 januari 2021 in werking treedt. “De gemeente kan trajecten voor inburgering en werk beter op elkaar afstemmen en meer rekening houden met de mogelijkheden van inburgeraars. Dat zijn heel goede veranderingen.”
Gerrit is een ervaren adviseur op dit terrein en geeft de training Effectieve ondersteuning van statushouders. Gemeenten zetten volgens hem al steeds vaker in op de combinatie van werk en inburgering voor statushouders. “Deze ontwikkeling wordt door de nieuwe wet gestimuleerd. Bij inburgering wordt straks eerst een onafhankelijke diagnose gemaakt: wat is het vermogen van iemand om te werken en leren? Daarna stelt de gemeente samen met de statushouder een persoonlijk inburgeringsplan op. Hierin staat de voor de persoon meest geschikte route.”

Participatie en inburgering samengebracht

Een groot pluspunt van het inburgeringsplan is dat participatie en voorbereiding op de Nederlandse taal en gewoonten worden samengebracht. “Het hoogste doel bij participatie is het hebben van een eigen inkomen, liefst via werk. Een voordeel is ook dat de verplichtingen rond onder meer huisvesting, school en belastingen kunnen worden meegenomen in het plan.”
De nieuwe wet Inburgering lost het huidige probleem op dat statushouders en gemeenten niet dezelfde financiële prikkels hebben. Gerrit licht toe: “De statushouder is zelf verantwoordelijk voor de inburgering en moet binnen drie jaar het inburgeringsexamen halen, anders kost het hem of haar veel geld. De gemeente wil statushouders in de bijstand uit laten uitstromen naar werk. Dat bijt in de praktijk vaak met elkaar. De inburgeringsverplichtingen staan minimaal op gespannen voet met het vinden van werk. Door de regierol van de gemeente verdwijnen deze tegenstrijdige prikkels.”

Kritiek op nieuwe wet

Op het huidige conceptvoorstel voor de wet is echter wel het een en ander aan te merken. De VNG oordeelt dat de lokale beweegruimte te veel wordt ingeperkt, omdat er ook diverse verantwoordelijkheden zijn toebedeeld aan andere partijen zoals COA en DUO. Verder zijn de gemeentelijke taken niet adequaat gefinancierd. De Raad voor het Openbaar Bestuur spreekt zelfs over de gemeente als uitvoeringskantoor van het Rijk.
Ook Gerrit is niet erg gelukkig met de inhoud van de conceptwet. “Het is een sympathiek idee dat gemeenten hun aanpak dichtbij de statushouders kunnen vormgeven, maar er worden hiervoor wel barrières opgeworpen. Het lijkt erop dat niet de mogelijkheden van statushouders centraal staan, maar de beperkingen van het systeem. Dat moet natuurlijk omgekeerd zijn. Het kabinet zal de wet op punten nog wel verbeteren, maar zeker niet aan alle verlangens van gemeenten voldoen.”

Goede organisatie essentieel

Gerrit raadt gemeenten aan om straks zoveel mogelijk hun speelruimte te pakken binnen de wettelijk bepaalde grenzen. “Wees creatief om alles zo goed mogelijk te regelen! Het gaat erom dat de gemeente een goed inburgeringsplan voor de statushouder opstelt en ervoor zorgt dat dit plan samenhangend wordt uitgevoerd. Voorkom dat re-integratiebedrijven en inburgeringsscholen ieder hun eigen ding doen.”
Dat vraagt om een zeer goede organisatie, vervolgt Gerrit. “De kunst is om inburgering en participatie nauw op elkaar af te stemmen vanuit een integrale visie op de doelgroep, liefst met gebruikmaking van reguliere voorzieningen. Ga uit van de mogelijkheden en wensen van statushouders en tuig niet een nieuw circuit op. Zorg ervoor dat iedere betrokkene binnen de gemeente doordrongen is van de urgentie van een goede aanpak voor deze doelgroep. Leg daarvoor de verbinding met de andere terreinen in het sociaal domein.” Stimulansz ondersteunt gemeenten hierbij, zegt Gerrit. “We kunnen helpen bij het zo goed mogelijk inrichten van de organisatie in voorbereiding op de nieuwe inburgeringswet.”

Belang van goed gesprek

Volgens de recent door Kennisplatform Integratie & Samenleving en Divosa gepubliceerde Monitor gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding vluchtelingen 2019 zetten veel gemeenten ‘dedicated’ klantmanagers in. Zij bieden maatwerk en begeleiden statushouders intensiever bij het zoeken naar werk. Hun inzet is een succesvoorwaarde voor een effectieve dienstverlening aan statushouders, vindt Gerrit. Hij benadrukt het belang van het voeren van het goede gesprek met de statushouder. “Daar begint alles mee.”
Dit gesprek staat centraal in de training Effectieve ondersteuning van statushouders. De deelnemers krijgen inzicht in hoe zij op een goede manier intercultureel kunnen communiceren en oefenen hiermee. De basis is dat gesprekken op een gelijkwaardig niveau worden gevoerd en maatwerk centraal staat. “Ik raad in de training aan om kant-en-klare oplossingen te vermijden”, zegt Gerrit. “Daarvoor is de doelgroep veel te divers. Het is essentieel om aan te sluiten bij de persoonlijke drijfveren van de statushouder en in te gaan op alle voor hem of haar belangrijke leefgebieden.”

Training

De training Effectieve ondersteuning van statushouders is bedoeld voor alle medewerkers die met deze groep te maken hebben. U kunt zich hiervoor nog aanmelden.
De training wordt in Utrecht gehouden op 31 oktober (dag) en 12 december (middag).

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Gerrit van Romunde helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?