Geen basisinkomen maar maatwerkinkomen: alternatieve troonrede

Op 19 september 2016 schreef ik ter gelegenheid van Prinsjesdag een alternatieve Troonrede. Hierin neem ik een voorschot op wat ik zie als een noodzakelijke ontwikkeling om mensen op het sociaal minimum te voorzien van bestaanszekerheid: het maatwerkinkomen.

Los van politieke kleur, pleit ik voor een overheid die het kortetermijndenken overstijgt, verantwoordelijkheid neemt en lessen trekt uit het effect van haar maatregelen. Intussen zijn we 7 jaar verder en moeten we concluderen dat wat ik destijds schreef nog steeds actueel is. Wie pakt de handschoen op en zet het maatwerkinkomen op de politieke agenda?

 

Je hebt de afgelopen periode veel gehoord over mogelijke experimenten met het basisinkomen. Het jaar 2017 gaat voor het domein ‘Inkomen’ mogelijk de geschiedenis in als het jaar van het basisinkomen 2.0: het maatwerkinkomen. Het maatwerkinkomen wordt een vangnet met oog voor persoonlijke en maatschappelijke effecten. Voor de verre toekomst betekent dit mogelijk lagere uitvoeringslasten, minder oneigenlijk gebruik en vooral een mogelijkheid om armoede echt effectief te bestrijden. 

Kijk op bijstand diffuser

Bijstand is al sinds jaar en dag het laatste vangnet voor mensen die (tijdelijk) niet zelf in de kosten van bestaan kunnen voorzien. De manier waarop we naar dat vangnet kijken is door de jaren heen echter wel sterk veranderd en diffuser geworden. Enerzijds zijn er strengere regels, hogere sancties en lagere uitkeringen, anderzijds is er de roep om ruimte voor experimenten met een regelluwe bijstand. Dit laatste is geen basisinkomen, maar een bijstandsuitkering met een minimum aan regels en de mogelijkheid om geld bij te verdienen zonder dat de uitkering wordt gekort. 

Bijstandsvangnet vraagt om maatwerk

Het jaar 2016 heeft duidelijk gemaakt dat veel gemeenten de vangnetfunctie van de bijstand willen versterken door maatwerk. Daarvoor is de individualisering uit artikel 18, eerste lid PW van de plank gehaald en stevig opgepoetst. Zijn de standaardbijstandsnormen in een bepaalde situatie echt niet toereikend? Dan passen we de norm aan de omstandigheden van betrokkene aan, bijvoorbeeld door toepassing van de Omgekeerde Toets®. Klantmanagers en inkomensconsulenten verschuilen zich niet achter regels maar staan achter hun beslissingen. Deze zijn weloverwogen genomen, op basis van de waarden die aan de wet ten grondslag liggen, ingekleurd met de gemeentelijke normen en waarden.

Maatschappelijk effect

De trend uit 2016 om naar maatschappelijke effecten te kijken wordt verder doorgetrokken in 2017. Hoe kunnen we armoede voorkomen door het aanvragen van voorzieningen te vereenvoudigen? Welk gevolg heeft een maatregel voor de interventies van andere hulpverleners? Hebben we oog voor de situatie van de burger? Hoe kan de gemeente burgers ondersteunen om de zelfredzaamheid te versterken? En, niet onbelangrijk, gemeenten kijken niet meer uitsluitend naar de eigen portemonnee, maar naar de portemonnee van de hele samenleving. Levert een uitgave van de gemeente elders een grotere besparing op (denk aan de zorgverzekeraar), dan is dat een financieel voordeel voor heel Nederland. Gaat het om echt grote bedragen, dan gaan alle partijen met elkaar in overleg over een deling van de kosten en de winst. Het sociaal domein organiseren we met elkaar.

Een doorkijkje naar 2025 

Als we deze trend doortrekken naar 2025, dan zou in de ogen van Stimulansz wel eens een maatwerkinkomen ontwikkeld kunnen worden. Dat is precies wat de naam zegt: een inkomen op maat voor iedereen. Geen aparte huur- en zorgtoeslag, uitkering voor werkloosheid of arbeidsongeschiktheid eventueel aangevuld met een Toeslagenwet of bijstand, etc. Dit scheelt heel veel armoede voor mensen die niet alle voorzieningen aanvragen uit onwetendheid of onkunde. Het scheelt heel veel onjuist gebruik van de regelingen, omdat één partij overzicht houdt over de financiële situatie van één gezin. En het scheelt in de uitvoeringslasten, omdat slechts één partij zich in de situatie van dit gezin hoeft te verdiepen en niet meerdere partijen zich hiermee bezig hoeven te houden. Dat is het basisinkomen 2.0: het maatwerkinkomen.

Naschrift

Het is eind 2023, 7 jaar na het schrijven van deze toekomstvisie. Eén uitvoerder voor de hele sociale zekerheid gaat niet op korte termijn gebeuren. Maar voor een maatwerkinkomen zijn de tijden nu echt rijp. Dat wil zeggen, een eerste stap richting 1 loket voor iedereen die een beroep moet doen op een uitkering en voorziening. Bijstand, bijzondere bijstand, minimabeleid, toeslagen, kinderbijslag en alle inkomensafhankelijke regelingen via 1 loket, 1 besluit en 1 betaling. De inwoner hoeft dan maar op een plek een aanvraag te doen en wijzigingen door te geven.

Bovendien is meteen duidelijk hoe die wijzigingen op elkaar inwerken en wat dat betekent voor het besteedbaar maandelijkse inkomen. Voor de inwoner minder administratie, minder kans op vergissingen en fraude en meer (bestaans)zekerheid. Zo creëer je rust en overzicht.

Dit vraagt ongetwijfeld veel van de backoffice en zal echt een forse operatie zijn. Zeker omdat alleen al het inkomensbegrip en de vraag of sprake is van een gezamenlijke huishouding per wet verschillend is. En daar zit nu juist het probleem.

Dat probleem ligt nu bij de inwoner, maar past beter bij professionals die daarvoor opgeleid zijn. Ook voor die professionals is het complex, maar het maakt een wereld van verschil of het je dagelijkse werk is of een noodzakelijk en onbegrijpelijk kwaad om aan je bestaanszekerheid te komen. De inwoner hoeft zich dan niet druk meer te maken over 1001 regelingen, dat is voortaan aan de backoffice.

 

Ik denk dat een beweging die kant op leidt tot meer vertrouwen tussen inwoner en overheid, meer menselijke maat en vereenvoudiging voor de inwoner. Ofwel, sociale zekerheid in balans.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Evelien Meester helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Gerjoke Wilmink nieuw lid Raad van Toezicht Stimulansz

Gerjoke Wilmink verbaasde haar omgeving toen ze het Nibud verliet voor Alzheimer Nederland. Maar voor haar was het een logische stap. Want als ‘mensen laten meedoen in de maatschappij’ je drijfveer is, dan kan dat op veel manieren. Haar rijke carrière als bestuurder bij uiteenlopende organisaties is hiervan het bewijs. Op 1 maart trad zij toe tot de Raad van Toezicht van Stimulansz.

Meedoen: glashelder woord of meer dan het lijkt?

“Jij mag niet meedoen!” Fietsend langs een schoolplein hoor ik roepende kinderstemmen. Een schoolplein, een maatschappij in het klein. Met alles erop en eraan en dus soms ook uitsluiting. Misschien is het zo dat niet iedereen wil meedoen, maar buitengesloten worden van meedoen en daar geen keuze in hebben wil niemand. Meedoen, mee-doen, het lijkt op het eerste gezicht zo’n makkelijk woord. Een helder alternatief voor het deftiger ‘participatie’. Maar is meedoen echt zo’n helder woord? 2 korte woorden, één geheel. Laten we er eens naar kijken.

Waar gaat jouw vuurtje van branden?

Afgelopen week mocht ik spreken op een bijeenkomst waarbij verschillende partijen gezamenlijk aan eenzelfde doel werken. Nu doe ik dat wel vaker en elke keer met veel plezier maar dit keer waren we te gast op een wel heel bijzondere plek: De Stadskamer. Wat zou het mooi zijn als elke gemeente zo’n plek had! Een terugkerende vraag in het verhaal van de Stadskamer was: waar gaat jouw vuurtje van branden? Nou, dat van mij van dit soort initiatieven!