Bijstand en meer gezamenlijke huishoudingen op één adres

Hoe zit dat in de bijstand? Meer gezamenlijke huishoudingen op één adres. In deze vraag en antwoord legt Eva Labrujère uit wat een gezamenlijke huishouding is, waar je op moet letten en hoe je in verschillende situaties de bijstandsnorm bepaalt.

Door woningnood of financiële omstandigheden wonen jongmeerderjarige kinderen steeds vaker (tijdelijk) bij hun ouders. Soms woont ook de partner van het jongmeerderjarige kind op hetzelfde adres. Als er sprake is van bijstand van ouders en/of de jongeren roept dat in de praktijk veel vragen op, met name over het begrip gezamenlijke huishouding. Wanneer is er sprake van een gezamenlijke huishouding? En wat betekent dit voor het recht op bijstand van ouders, de jongvolwassen kinderen en hun eventuele partners?

 

Wat is een gezamenlijke huishouding?

Volgens de Participatiewet is sprake van een gezamenlijke huishouding als 2 personen:

  1. hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, én
  2. blijk geven van wederzijdse zorg (bijvoorbeeld door een bijdrage te leveren in de kosten van huishouding of feitelijke verzorging, samen koken en/ of het huishouden doen).

Belangrijk is dat de wet spreekt over 2 personen. Een gezamenlijke huishouding met 3 of meer personen is (juridisch) niet mogelijk. Ook is het juridisch niet mogelijk om een gezamenlijke huishouding te voeren met een van je ouders.

 

Onderzoek doen
Voor het vormen van een gezamenlijke huishouding is het dus belangrijk dat beiden hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en beiden een bijdrage leveren in de kosten van de huishouding. Daarnaast is het begrip wederzijdse zorg van belang. Samen koken en eten, de was voor elkaar doen, voor elkaar zorgen bij ziekte. Maar ook samen op bezoek bij familie en vrienden, samen op vakantie dat soort zaken.

Door hierover vragen te stellen kun je vaststellen of er al dan niet sprake is van een gezamenlijke huishouding. Wordt alleen het hoofdverblijf gedeeld, maar is er verder geen sprake van financiële verstrengeling en zorg voor elkaar, dan kan de kostendelersnorm van toepassing zijn.

 

Meerdere gezamenlijke huishoudingen op één adres?
Als je kijkt naar de definitie van een gezamenlijke huishouding, is het dus mogelijk dat er meerdere gezamenlijke huishoudingen op één adres worden gevoerd. Bijvoorbeeld het echtpaar Tom (53) en Ilona (56) en hun dochter Esther (25) die een relatie heeft met Pieter (23) die bij hen komt wonen. Tom en Ilona hebben ook een inwonende zoon Alex (19) hij studeert en ontvangt studiefinanciering.

In deze situatie is er sprake van 2 gezamenlijke huishoudingen op één adres. Tom en Ilona vormen samen een gezamenlijke huishouding en Esther en Pieter ook. Alex studeert en heeft geen recht op bijstand. Maar welke norm is van toepassing voor de anderen?

 

Norm Tom en Ilona
Tom en Ilona ontvangen de norm gehuwden > 21 jaar. Zij kunnen de kosten niet delen met Esther en Pieter, omdat zij nog onder de 27 jaar zijn.

 

Norm Esther en Pieter
Ook Esther en Pieter voeren een gezamenlijke huishouding op het adres van Tom en Ilona. Ze delen hun kosten, dragen zorg voor elkaar, gaan samen op vakantie, koken samen en houden samen hun kamer schoon. Zij krijgen een ‘samengestelde gehuwdennorm’ bestaande uit 2x de kostendelersnorm 4 personen.

 

Dat volgt uit artikel 19a waarin staat dat gehuwden en daarmee gelijkgestelden geen kostendelende medebewoner van elkaar kunnen zijn. En in de formule van de kostendelersnorm in artikel 22a Pw staat “A voor het aantal kostendelende medebewoners plus de belanghebbende en zijn echtgenoot van 21 jaar of ouder als hij gehuwd is“ (of een gezamenlijke huishouding voert red.). Dus beide partners vanaf 21 jaar tellen mee als kostendelende medebewoner (A in de formule van artikel 22a Pw).Tom en Ilona tellen ook mee voor de kostendelersnorm, dus dat maakt een totaal van 4 kostendelende medebewoners.Broer Alex – onder de 27 jaar én student – telt niet mee als kostendeler.

 

Wat verandert er als een van de jongvolwassenen 27 jaar wordt?
En stel nou dat Esther 27 jaar wordt. Dan zijn er geen gevolgen voor de uitkering van Pieter en Esther. Maar wél voor de uitkering van Tom en Ilona. Zij gaan dan een uitkering ontvangen ter hoogte van 2x de kostendelersnorm 3 personen. Zij kunnen wel de kosten delen met Esther, maar nog niet met Pieter, omdat hij nog geen 27 jaar is.Vanaf de datum dat Esther en Pieter beiden 27 jaar zijn, geldt voor Tom en Ilona een samengestelde gehuwdennorm ter hoogte van 2x de kostendelersnorm 4 personen.

 

Meer weten?
Gebruik de kennisbank Inzicht Sociaal Domein of volg de opleiding consulent Participatiewet.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Eva Labrujère helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Toolkit + handreiking: Participatiewet in balans

Niet de regels, maar de mens centraal. Menselijke maat, vertrouwen en eenvoud, dat zijn de uitgangspunten van het wetsvoorstel Participatiewet in balans. Met 23 wetswijzigingen worden concrete stappen gezet om de door uitkeringsgerechtigden én uitvoerenden ervaren hardheden weg te nemen, de rechtszekerheid van uitkeringsgerechtigden te vergroten en de professionals voldoende ruimte te geven om hen daarbij te helpen.

Binnenkort beschikbaar: Handreiking Handhaving sociale zekerheid

Komen tot een evenwichtig en uitlegbaar sanctiestelsel, waarin maatwerk, evenredigheid en rechtsgelijkheid centraal staan. Dat is het doel van het Wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid. Gemeenten krijgen meer ruimte om zelf af te wegen of een sanctie passend is, en zo ja, welke reactie recht doet aan de omstandigheden van de inwoner én aan de bedoeling van de wet. Om dit mogelijk te maken wordt de Participatiewet, het Maatregelenbesluit en het Boetebesluit gewijzigd.

Inzage van persoonsgegevens mag niet achter DigiD verborgen zitten

Welke persoonsgegevens heeft de gemeente eigenlijk van jou? En wat gebeurt er met die informatie? De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) geeft inwoners het recht om dat te controleren. Met een AVG-verzoek bij je gemeente kun je inzicht krijgen in welke persoonsgegevens worden gebruikt en hoe daarmee wordt omgegaan.