Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?
Mensen met een uitkering of arbeidsmigranten?

Eerst begrijpen

De eerste fase van het BCW is het gedrag begrijpen en weten welk gedrag je precies wilt zien. Het gaat hier specifiek om gedrag, dus niet om het hoger gelegen doel. Je wilt werken vanuit vertrouwen (hoger doel), maar om dat te kunnen realiseren moet je eerst het probleem in gedragstermen beschrijven. Bijvoorbeeld: De consulenten vragen meer bewijsstukken op dan nodig en wenselijk. Vervolgens ga je nadenken welk gedrag je dan wel zou willen zien. Bijvoorbeeld: bij aanvragen bijzondere bijstand gaan we alleen bij mensen die in de willekeurig getrokken steekproef vallen bewijsstukken opvragen. In alle andere gevallen niet. Zorg dat het doelgedrag zo specifiek is dat er geen ruis over kan ontstaan. Dus: Wie moet het gedrag vertonen? Wat moet diegene anders doen om de gewenste verandering tot stand te brengen?  Wanneer moet diegene dat doen? Waar moet diegene dat doen? Hoe vaak moet diegene dat doen? Met wie moet diegene dat doen?

Daarna bepalen wat er moet veranderen

Op welk vlak is verandering nodig om dit gedrag te veranderen? Je kunt om dat vast te stellen gebruik maken van het COM-B model. COM-B staat voor Capability, Opportunity, Motivation, Behaviour:

  • Capability (of capaciteit) verwijst naar de fysieke en psychologische vaardigheden. Heeft iemand de lichaamskracht, de kennis en mentale vaardigheden om dit gedrag uit te voeren?
  • Opportunity (of gelegenheid) gaat over externe factoren die het gedrag kunnen faciliteren of belemmeren. Dit kan fysiek zijn (tijd, prikkels, middelen, locaties, fysieke belemmeringen) of sociaal (interpersoonlijke invloeden, sociale aanwijzingen en culturele normen die beïnvloeden hoe we over dingen denken, bijvoorbeeld de woorden en begrippen die onze taal vormen). Hier speelt een rol of er ruimte is in de rapportage om dit zonder bewijsstukken af te doen, en ook de vraag hoe collega’s het doen speelt een grote rol.
  • Tot slot heeft motivation (of motivatie) betrekking op de interne factoren die een individu ertoe aanzetten om een bepaald gedrag wel of niet uit te voeren. Dit omvat zowel reflectieve motivatie (bewust plannen en oordelen) en automatische motivatie (gaan over emotionele reacties, verlangens, impulsen, remmingen, driften en reflexieve reacties). Het bewust plannen gaat in het voorbeeld wel goed, maar het kan zijn dat iemand zo lang heeft gewerkt vanuit de opdracht om alles tot op de cent te controleren, dat het een ingesleten patroon is geworden en iemand echt buikpijn krijgt als die dat los moet laten.

Dan bepalen hoe je het gaat veranderen

Als je scherp hebt welk gedrag je wilt zien, en waar de belemmering (COM-B) zit om dat gedrag te vertonen, kun je een interventie kiezen en bepalen hoe je die interventie in gaat zetten. Ga je de mensen trainen, overtuigen? Zet je rolmodellen in die al op die manier werken? Pas je de omgeving aan (bijvoorbeeld de rapportages)? Beloon je goed gedrag of bestraf je gedrag dat je niet meer wilt zien? En tot slot, hoe ga je dat precies doen? Met werkinstructies, dienstopdrachten, verordening en beleidsregels? Als je een mooie lijst hebt van mogelijke opties om de gewenste verandering te realiseren, dan kun je kiezen met welke je gaat beginnen aan de hand van de apease criteria:

  • Affordability (betaalbaarheid)
  • Practicability (praktische uitvoerbaarheid)
  • Effectiveness and costeffectiveness (effectiviteit en kosteneffectiviteit)
  • Acceptability (aanvaardbaarheid)
  • Side-effects / safety (neveneffecten)
  • Equity (redelijkheid)

Passend bij wat je wilt veranderen

Natuurlijk moet de interventie passen bij het gedrag dat je wilt veranderen. Iedereen voelt aan dat een gedragsverandering die leidt tot meer vertrouwen niet met dwang kan worden gerealiseerd. Daarbij ligt een combinatie van werkinstructies en rolmodellen van collega’s die al zo werken meer voor de hand. En voorlichting over de vraag hoe erg het is dat iemand af en toe wat te veel krijgt. Is dat echt erger dan dat iemand af en toe te weinig krijgt? Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille. Zorg dat er niet alleen gesproken wordt over de ruimte voor vertrouwen, maar dat het ook ‘geleefd en ervaren’ wordt, in alle lagen op de werkvloer. Door tijd, openheid en door het gesprek hierover te blijven voeren en gelijktijdig de omgeving in te richten op werken vanuit vertrouwen, gaat het balletje echt wel rollen.

Anders kijken
is meer bereiken

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Evelien Meester helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Wet handhaving sociale zekerheid: nieuwe regels voor terugvordering

Met de Wet handhaving sociale zekerheid krijgen gemeenten meer ruimte om rekening te houden met de omstandigheden van de inwoner en de menselijke maat, oftewel om evenredig te handhaven. In een eerdere blog besprak ik de wijzigingen binnen het maatregelenregime. In deze tweede blog staan de veranderingen rondom terugvordering centraal. In de derde en laatste blog gaat het over de wijzigingen voor de bestuurlijke boetes.

Handreiking kinderopvangtoeslag en de Participatiewet

Voor ouders met een bijstandsuitkering kan kinderopvang een belangrijke voorwaarde zijn om deel te nemen aan een traject naar werk of maatschappelijke participatie gericht op arbeid. Toch blijkt in de praktijk dat ouders soms geen kinderopvangtoeslag ontvangen, terwijl dat op grond van de wet wel mogelijk is. Onbekendheid met de regels, onduidelijkheid over de rol van de gemeente en een onjuiste registratie van voorzieningen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.

Hoe houden we ambtenaren gelukkig, gezond en productief?

We vragen veel van professionals bij gemeenten, zowel door de complexiteit van wetgeving en werkprocessen als wat betreft benodigde kennis, vaardigheden, houding en gedrag. Tijd om stil te staan bij de vraag: Hoe gaat het nu met de gemeentemedewerker? Als we kijken naar het ziekteverzuim bij gemeenten, dan is het antwoord ‘niet zo goed’.