De praktijk bij gemeenten
In de praktijk maken gemeenten meestal geen bezwaar tegen het meenemen van voorzieningen die niet plaatsgebonden zijn, zoals een rolstoel of autoaanpassing. Anders ligt het bij voorzieningen die gekoppeld zijn aan de woning, zoals een douchestoel of tillift, of vervoersvoorzieningen voor lokaal vervoer, zoals scootmobielen en fietsvoorzieningen. En wanneer inwoners vragen om een opvouwbare scootmobiel, het vergoeden van de huur van de hulpmiddelen op locatie of ondersteuning bij het vervoer naar de vakantiebestemming, worstelen gemeenten vaak met de vraag hoe hiermee om te gaan.
Wat zegt de rechtspraak?
Onder de oude Wmo bestonden uiteenlopende rechterlijke oordelen. Sommige rechters zagen geen grond voor ondersteuning buiten Nederland, anderen concludeerden dat de Wmo dit niet expliciet beperkt. Ook in de Wmo 2015 laat de jurisprudentie geen eenduidige lijn zien, maar geeft wel richting aan de afwegingen die gemeenten kunnen maken.
- De rechtbank Gelderland oordeelt in ECLI:NL:RBGEL:2021:2449 dat het criterium ‘zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving’ niet als beperking geldt, maar dat het ondersteuning buiten de leefomgeving juist mogelijk maakt. Zo kan de huur van een hulpmiddel tijdens vakantie onder de Wmo vallen.
- De rechtbank Zeeland-West-Brabant constateert in ECLI:NL:RBZWB:2022:2836 dat een persoonsgebonden budget voor hulp en begeleiding op afstand tijdens een vakantie(baan) in het buitenland binnen de reikwijdte van de Wmo kan vallen, omdat de Wmo niet beoogt vakanties onmogelijk te maken.
- De rechtbank Breda overweegt in ECLI:NL:RBBRE:2011:BP1517 dat de inwoner zelf verantwoordelijk is voor de schade aan haar handbike tijdens het vervoer naar een buitenlandse vakantiebestemming, omdat de compensatieplicht van de Wmo met name gaat over het gebruik van voorzieningen in Nederland.
Hoe maak je als consulent een goede afweging?
De kern voor een goede afweging ligt in zorgvuldig onderzoek volgens het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep. Bedenk daarbij:
- De hulpvraag is het uitgangspunt, niet de gewenste voorziening.
- Het doel is in voldoende mate kunnen participeren, niet dat alles mogelijk wordt gemaakt wat iemand vóór de beperking kon.
De rechtbank Midden-Nederland benadrukt het belang van zorgvuldig onderzoek door de gemeente op te dragen de reisbegeleiding voor een inwoner met een licht verstandelijke beperking alsnog te vergoeden, nadat bleek dat het onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd (ECLI:NL:RBMNE:2023:6849).
Conclusie
De Wmo sluit ondersteuning tijdens vakantie niet uit. Is er sprake van een participatieprobleem waarvoor ondersteuning noodzakelijk is, dan kan de gemeente maatwerk bieden, ook buiten de eigen leefomgeving.
De Wmo blijft maatwerk, ook in de vakantie!
Meer weten?
Meld je aan voor de training ‘Zorgvuldig onderzoek in de Wmo 2015 met stappenplan CRvB’!
Deze blog is geschreven door Rita Bakker
[1] Zie de definities in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015.
[1] Zie p. 123 van de Memorie van Toelichting Wmo 2015 (TK 2013-2014, nr. 33 841 nr. 3) en artikel 30 lid 5 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.