Ten eerste zijn de kansen niet zo gelijk als we denken. En ten tweede geven we op die manier succesvolle mensen het gevoel dat ze hun succes helemaal zelf hebben verdiend. De mensen die het moeilijk hebben? Die hebben gewoon niet hard genoeg hun best gedaan. Ik was al groot fan van Michael Sandel na zijn boek ‘Rechtvaardigheid’. Mij heeft hij wederom aan het denken gezet!

Gelijke kansen, heel mooi!

Gelijke kansen voor iedereen ongeacht afkomst en achtergrond, daar is iedereen toch vóór? Op zich wel, maar in de praktijk zijn die gelijke kansen bijna niet mogelijk. Natuurlijk kunnen we onderwijs voor iedereen openstellen en (financiële) drempels en (taal)achterstanden wegnemen. Maar daarmee hebben we nog geen gelijke kansen. Kinderen van hoger opgeleide en rijkere ouders hebben beduidend grotere kansen om een diploma te halen. Deze ouders zorgen vaker voor bijles, sportclubs of muziekles, een goede computer, kijken samen met hun kinderen naar het (jeugd)journaal en voeren gesprekken over de actualiteit. Allemaal zaken die het kinderen makkelijker maken om op te klimmen in onze samenleving.

Dan lossen we die verschillen toch gewoon op?

We zorgen ervoor dat alle kinderen aan sport of muziek kunnen deelnemen, een computer voor school kunnen aanschaffen en dat bijlessen voor iedereen betaalbaar zijn. Opgelost! Nee dus. Want naast de verschillen in omgeving, hebben we ook verschillen in gaven en talenten. En die krijgen we gewoon mee door een mix van genen. Of we in deze samenleving succesvol zullen worden, berust dus deels op toeval. Om die component ‘toeval’ nog maar te vergroten, gaat het ook nog om talenten die nu en hier gevraagd worden. Messi kan onvoorstelbaar goed voetballen en verdient daar goed mee. Maar 300 jaar geleden had niemand hem zoveel geld willen betalen om achter een bal aan te rennen. Dat roept de vraag op of elk succes wel echt zelf verdiend is. Natuurlijk hebben de meeste mensen daar óók hard voor gewerkt. Maar de toevalscomponent lijken we gemakshalve te vergeten.

Nadelig dus voor de mensen die minder succesvol zijn?

Deze nadruk op gelijke kansen stelt impliciet dat mensen die het niet redden gewoon niet hard genoeg hun best hebben gedaan. Daarmee doen we heel veel mensen enorm te kort. Maar het is niet alleen voor deze groep vervelend. Het legt ook op de groep die het wél redt een enorme druk; Je hebt kansen, je moet ze grijpen, en je bent helemaal zelf verantwoordelijk voor je succes. Dat is nogal iets waar je aan moet voldoen! Het begint al met de vraag wanneer je dan succes hebt. In onze maatschappij wordt de waarde van werk alleen in geld uitgedrukt. Maar aan loon (verdienste) is niet af te lezen hoeveel iemand bijdraagt aan het algemeen welzijn. Toch meten we succes vaak op basis van de grootte van de auto en het banksaldo.

Tja, en wat nu?

Sandel biedt ons gelukkig ook een uitweg uit dit moeras van gelijke kansen. We moeten echt elke vorm van werk waarderen en elke vorm van onderwijs even serieus nemen. Oók financieel. Mensen met bepaalde talenten verdienen heel veel meer, terwijl het de vraag is of dat terecht is, als het gaat om talenten die we ‘toevallig’ hebben gekregen. Dat betekent overigens niet dat van Sandel iedereen precies hetzelfde moet verdienen, wel dat we moeten kijken naar de inkomensverdeling. De mondialisering heeft bijvoorbeeld financieel enorm veel opgeleverd voor de hoger opgeleiden, maar nauwelijks iets voor de mensen die rondom het minimumloon zitten. Sterker nog, die zijn hun banen kwijtgeraakt aan de lagelonenlanden. Daar spreekt natuurlijk geen waardering uit. Ten tweede moeten we bij elke vorm van onderwijs een onderdeel ‘burgerschap’ toevoegen, om iedereen mee te kunnen laten denken over maatschappelijke vraagstukken. Hoe doe je dat? Hoe leren we iedereen om kritisch na te denken over morele en politieke overtuigingen?

Wat als we niets doen?

Kort geleden heb ik ‘Kapitaal van de 21e eeuw’ van Thomas Piketty gelezen. Michael Sandel verwijst hier in zijn boek een paar keer naar. Als we nu niets doen, dan worden de rijken steeds rijker en de armen armer. Heel in het kort komt dat doordat inkomen uit vermogen het totale bezit (procentueel) veel sneller laat stijgen dan inkomen uit werk ooit kan doen. Dus de kapitaalkrachtigen worden vanzelf steeds rijker en daar is met enkel inkomen uit werk niet tegenop te boksen. De kloof in de samenleving zal zo alleen maar groter worden, zowel financieel als in het gevoel van verbondenheid. De solidariteit wordt minder en een kleine elite (de rijkste paar procent) krijgt het voor het zeggen over de grote meerderheid, die steeds meer achterop raakt. Niet echt een aanlokkelijk vooruitzicht, toch?

Tips voor het sociaal domein

Nu is natuurlijk de vraag wat het sociaal domein kan met de wijsheid van Michael Sandel. Hieronder heb ik een aantal tips op een rij gezet:

  • We moeten als samenleving nadenken over de betekenis van werk. Wat telt mee als een waardevolle bijdrage aan het algemeen welzijn en wat zijn we elkaar als burgers verschuldigd? En dan niet als verkiezingsretoriek, maar als serieus moreel en politiek vraagstuk.
  • We moeten daarbij naar twee aspecten kijken. Geld én het gevoel om nodig te zijn en samen, met alle inwoners, aan hetzelfde project (Nederland) te werken.
  • We hebben veel ingezet op koopkracht als middel om het welzijn de verhogen. Met andere woorden, we beschouwen de inwoners vooral als consument. Maar het gaat niet alleen om de burger als consument, maar ook om de burger als producent. Iedereen moet kunnen meewerken aan de BV Nederland. Dat betekent dat we keuzes moeten maken over hoe we omgaan met mondialisering. Gaan we voor de grootste koopkracht, of leveren we wat koopkracht in ten behoeve van het welzijn?

Heeft u een leestip voor mij? Ik hoor het heel graag! Evelien.meester@stimulansz.nl

 

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina