Stel, u gaat op safari in Afrika. Het wordt donker en u loopt naar de waterplaats als u vlak achter u een dreigend gegrom hoort. Waarschijnlijk realiseert u zich binnen een seconde dat er een leeuw of ander dier achter u staat dat u als lekker hapje beschouwt. Deze razendsnelle conclusie trekt u op basis van uw snelle denksysteem (systeem 1).

Maar als iemand u vraagt wat het vierde priemgetal is, geteld vanaf nul, dan weet u dat waarschijnlijk niet binnen een seconde. U weet dat u deze informatie kunt achterhalen als u de definitie van priemgetallen uit uw geheugen opvist en daarna gaat tellen van het eerste tot het vierde priemgetal. U activeert nu uw analytische denksysteem (systeem 2).1

Wat u allemaal kunt met uw snelle systeem is afhankelijk van kennis en ervaring. Een schaakmeester zal direct de juiste zet zien op een schaakbord. Ik schaak zelden en heb er een talent voor om precies de verkeerde zet te doen. Als ik ga schaken, dan gebruik ik denksysteem 2, een schaakmeester gebruikt systeem 1.

Denkenergie is eindig

Denken vanuit uw snelle systeem gaat zonder moeite de hele dag door. Als u wilt oversteken, kijkt u beide kanten op zonder daarover na te denken. Maar als u bij een onoverzichtelijk verkeerspunt komt, dan gaat het niet vanzelf. U moet zich daarvoor inspannen. En taken die veel vragen van uw cognitieve vermogen, zorgen dat u uitgeput raakt. Niet alleen mentaal, maar ook fysiek.2

Is dat erg? Voor u misschien niet, maar systeem 2 is ook verantwoordelijk voor het weerstaan van verleidingen. En dat is zeker voor mensen die van weinig geld moeten rondkomen heel belangrijk. Gebrek aan wilskracht kan ertoe leiden dat mensen besluiten nemen op basis van verkeerde uitgangspunten.

En er is behoorlijk wat denkkracht nodig om te zorgen dat iemand voldoet aan alle voorwaarden voor uitkeringen, toeslagen, minimabeleid, fondsen, kwijtschelding van belastingen et cetera. Om nog maar te zwijgen van het op tijd betalen van de huur, de zorgverzekering, gas, water en licht en het goed plannen van de uitgaven voor boodschappen en andere zaken. Geen wonder dat mensen soms een uitgave doen die ze zich in het geheel niet kunnen veroorloven: hun systeem 2, het analytische denksysteem, is uitgeput!

Bouw een vangnet in tegen uitputting van het denksysteem

Maakt u beleid voor mensen in armoede of mensen met schulden? Bouw dan een vangnet in voor deze uitputting van het denksysteem. Zorg dat mensen ondersteuning krijgen zodat de wilskracht niet zover opraakt dat ze nog verder in de problemen komen. Daar zijn al mooie voorbeelden van, zoals het huishoudboekje van de gemeente Utrecht. Utrecht zorgt voor de betaling van de vaste lasten en stort het bedrag dat overblijft op de rekening van de deelnemer.

Ook de buddy app maakt de financiën veel inzichtelijker en reduceert stress. Net zoals hulp van vrijwilligers bij het invullen van formulieren, aanvragen of wijzigen van toeslagen veel kan schelen. Het alleen verwijzen naar eigen kracht of eigen verantwoordelijkheid is voor sommige mensen niet voldoende. Dat vraagt te veel denkkracht van hen.

Van boetes gaan mensen alleen maar meer fouten maken

Bied ze dus ondersteuning. En gaan ze toch in de fout? Dan heeft het geen enkele zin om ze daarvoor te straffen, het is een reactie op het continue op scherp moeten staan. Een boete, verlaging van de uitkering of het stoppen van schuldhulp? Dat veroorzaakt nog meer stress, nog meer opraken van wilskracht en nog meer fouten.

Wat wij zien is iemand die er inderdaad een potje van maakt. Terecht gesanctioneerd, afgewezen, uitgesloten dus! Maar wat er werkelijk gebeurt, is dat alle denkkracht op is en dat mensen daardoor steeds meer fouten maken.

Overschat ook u uw eigen wilskracht niet

Denkt u dat het u niet zou overkomen? Omdat u als weldenkend mens meent over voldoende zelfbeheersing te beschikken? Ik moet u teleurstellen. Natuurlijk kunt u systeem 1 trainen waardoor u systeem 2 minder vaak nodig heeft en dus meer wilskracht overhoudt. Maar onderschat niet hoe vaak u zich vergist met uw systeem 1. En overschat niet hoeveel wilskracht u heeft.

De consequenties zijn bij u wellicht minder verstrekkend dan bij iemand met schulden, maar het principe blijft hetzelfde. Want wees nu eerlijk, heeft u nooit een impulsieve aankoop gedaan? Of toch ’s avonds een bonbon bij de thee genomen terwijl u nu écht op uw gewicht zou gaan letten?

Noten

  1. Voor de nieuwsgierigen onder ons: het goede antwoord is 7. Er is namelijk afgesproken dat het getal 1 geen priemgetal is. Het rijtje is nu: 2, 3, 5, 7.
  2. Kahneman, Daniel (2011). Thinking, Fast and SlowGreat Britain: Clays Ltd., p. 41.

Meer weten over de invloed van denksystemen op gedrag. En hoe u daar in uw beleid op kunt inspelen?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina