Knelpunten Wet inburgering 2013 in het kort

Voordat we ingaan op de nieuwe Wet inburgering 2021, willen we u eerst iets vertellen over de huidige Wet inburgering en wat daar de  knelpunten zijn. Deze wet is sinds  2013 van kracht. De belangrijkste uitgangspunten  zijn:

  • Nieuwkomers zijn in staat hun weg te vinden in de samenleving en kunnen zelfstandig bepalen hoe zij aan de inburgeringsplicht kunnen voldoen.
  • Aanbieders bieden een passend opleidingsaanbod en een goede prijs-kwaliteitverhouding aan aan nieuwkomers  die zelf een (taal)cursus inkopen.
  • De resultaatverplichting en sancties stimuleren nieuwkomers om te voldoen aan de inburgeringsplicht.

In 2018 is de Wet inburgering 2013 geëvalueerd. Hieruit blijkt dat de uitgangspunten van de huidige wet onvoldoende aansluiten bij de leefwereld en de mogelijkheden van de nieuwkomers. In een onderzoek uit 2015 van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over de inburgering van asielstatushouders komt een soortgelijk beeld naar boven.

Parlementaire behandeling nieuwe Wet inburgering 2021

Op 3 juni 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) het wetsvoorstel voor de nieuwe Wet inburgering 2021 aangeboden aan de Tweede Kamer. Na een wetgevingsoverleg op 29 juni 2020 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel op 2 juli 2020 aangenomen.

Uitgangspunten nieuwe Wet inburgering 2021

De nieuwe Wet inburgering 2021  heeft de volgende uitgangspunten:

  • Tijdige start
    Nieuwkomers moeten vanaf het begin meedoen in Nederland.
  • Snelheid traject
    De inburgering moet niet te lang duren.
  • Maatwerk
    De inburgering moet aansluiten op de behoefte van de nieuwkomers, zodat deze op een volwaardige manier kunnen meedoen.
  • Dualiteit: combineren van taal leren en participeren
    Om volwaardig mee te kunnen doen is het belangrijk dat de nieuwkomer een combinatie krijgt van Nederlandse taalles en participatie, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk,   een opleiding of een (betaalde) baan. Zo leert de nieuwkomer het Nederlands sneller en beter en kan hij of zij vanaf het begin meedoen.
  • Kwaliteit inburgeringsaanbod
    Het borgen van kwaliteit van het aanbod is belangrijk om de doelstellingen van de Wet inburgering te halen: snel en volwaardig meedoen.

Doelgroep Inburgeringsplicht

De inburgeringsplicht geldt voor iedere vreemdeling van 16 jaar tot de AOW-leeftijd die zich duurzaam in Nederland vestigt en een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd heeft. In de Wet inburgering wordt een onderscheid gemaakt tussen statushouders en gezinsmigranten. De inburgeringsplicht geldt ook voor geestelijk bedienaren, zoals imams, rabijnen en kloosterlingen, en vreemdelingen met een niet-tijdelijk humanitaire verblijfsstatus. Deze groep wordt aangeduid als ‘overige migranten’. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) stelt vast wie een inburgeringsplicht heeft. Hierbij maakt DUO gebruik van gegevens van de Immigratie- Naturalisatiedienst (IND) over de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling.

Voorbereiding op de inburgering

De voorbereiding van gezinsmigranten op de inburgering begint in hun land van herkomst. Zij zijn verplicht om  het basisexamen inburgering in hun land van herkomst af te leggen. Dit doen zij daar op de ambassade. Deze verplichting vloeit voor uit de Wet inburgering buitenland.

Voorbereiding op de inburgering

Statushouders krijgen de mogelijkheid om in het AZC deel te nemen aan het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’. Dit programma is gericht op het leren van de Nederlandse taal en vormt een eerste oriëntatie op de Nederlandse samenleving en arbeidsmarkt. Daarnaast krijgen statushouders ook begeleiding. Het doel van dit programma is dat statushouders zo snel mogelijk beginnen met de inburgering  zodat de overgang van het AZC naar de gemeente zo soepel mogelijk verloopt. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) biedt het programma aan en voert het uit.

Het COA is verplicht om het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’ aan alle statushouders in het AZC aan te bieden. Statushouders zijn niet verplicht om het programma te volgen of af te ronden. De reden hiervoor is dat de deelname aan het programma de verhuizing naar  een gemeente of de start van het inburgeringstraject in  een gemeente niet mag vertragen. Bijvoorbeeld als een statushouder eerder in een gemeente gehuisvest kan worden dan hij of zij het programma kan afronden. Daarnaast moet er ruimte zijn voor het COA om in te kunnen spelen op schommelingen in de instroom en wachttijden in de opvang.

Regierol gemeente

In het inburgeringsstelsel krijgt de gemeente de regie  over de uitvoering van de inburgering. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gaat over de inrichting van het stelsel. Door de regierol bij de gemeente te leggen  kan  deze een betere en slimmere verbinding leggen tussen de inburgering en  de andere wettelijke taken in het sociaal domein: Jeugdwet, Participatiewet, Wmo 2015 en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.  Veel nieuwkomer maken gebruik van een of meerdere voorzieningen op grond van deze wetten.

Pilotprogramma Veranderopgave inburgering

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ondersteunt gemeenten bij de voorbereiding op de nieuwe wet door onder andere het organiseren van een pilotprogramma. In het pilotprogramma kunnen gemeenten werkzame elementen en bouwstenen ontdekken binnen de verschillende onderdelen van de nieuwe inburgeringswet. Op de website van Divosa vindt u meer informatie over de stand van zaken het programma.

Onderdelen inburgeringsplicht

Om aan de inburgeringsplicht te voldoen volgt een nieuwkomer:

  1. een leerroute (inclusief module Kennis van de Nederlandse Maatschappij)
  2. het participatieverklaringstraject (PvT)
  3. de module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP)

Taken gemeenten Wet inburgering 2021

In het inburgeringsstelsel heeft de gemeente de volgende taken:

  1. Brede intake
    De inburgering begint met een brede intake door of onder regie van de gemeente. Tijdens de intake brengt de gemeente de persoonlijke situatie en leerbaarheid van de nieuwkomer in beeld.
  2. Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP)
    Op basis van de brede intake stelt de gemeente in overleg met de nieuwkomer een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) op. Het opstellen van dit plan is maatwerk en is een vertaling van de uitkomsten van de brede intake naar persoonlijke doelen van de nieuwkomer. Het PIP is een verplicht onderdeel van het inburgeringstraject voor statushouders, gezinsmigranten en overige migranten. Het PIP heeft de vorm van een beschikking en is dus een officieel besluit van de gemeente. Hierdoor kan de gemeente het niet-nakomen van de afspraken handhaven door het opleggen van een bestuurlijke boete. De nieuwkomer kan naar de rechter gaan bij het niet-nakomen van afspraken die de gemeente met hem of haar gemaakt heeft.
  3. Inburgeringsaanbod en reële prijs (aanbodplicht gemeenten)
    In het nieuwe inburgeringsstelsel is ervoor gekozen om gemeenten verantwoordelijk te maken voor het inburgeringsaanbod aan statushouders. Gemeenten krijgen een aanbodplicht om er zorg voor te dragen dat er aan de statushouder tijdig een inburgeringsaanbod wordt gedaan dat aansluit bij de leerroute en andere elementen die in het PIP zijn vastgelegd. Gezinsmigranten en overige migranten krijgen geen aanbod van de gemeente, omdat ze geacht worden hun inburgering zelf te kunnen regelen  vanuit hun sociale netwerk (eigen verantwoordelijkheid).
  4. Voortgang van de nieuwkomer
    Er wordt van gemeenten verwacht dat zij nieuwkomers periodiek uitnodigen voor een voortgangsgesprek. Er geldt een minimum van 2 gesprekken in de eerste 12 maanden na aanvang van de inburgeringstermijn.
  5. Maatschappelijke begeleiding
    De maatschappelijke begeleiding van de statushouders is gericht op het regelen van praktische zaken en het vergroten van de kennis van de Nederlandse samenleving. Het doel is het versterken van de zelfredzaamheid en de participatie van statushouders. Gezinsmigranten en overige migranten krijgen geen maatschappelijke begeleiding aangeboden.
  6. Ontzorgen van statushouders
    Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de financiële ontzorging van bijstandsgerechtigde statushouders tijdens de eerste 6 maanden van hun verblijf in de gemeente. Het doel van deze vorm van financiële ondersteuning is het voorkomen van financiële problemen en het creëren van financiële rust en zelfredzaamheid. De financiële ondersteuning begint op de dag dat het recht op bijstand ontstaat.
  7. Kwaliteit van het inburgeringsaanbod
    Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het inburgeringsaanbod voor statushouders. Er wordt van gemeenten verwacht dat zij handelen bij signalen van misstanden.

Samenwerking tussen gemeenten

Gemeenten zijn niet verplicht om samen te werken met andere gemeenten bij het realiseren van een tijdig en passend inburgeringsaanbod. Samenwerking tussen gemeenten ligt echter wel voor de hand, vanwege de relatief beperkte omvang van de doelgroep en de noodzakelijke diversiteit in het inburgeringsaanbod. Dit geldt in het bijzonder voor kleinere gemeenten, voor wie samenwerking op onderdelen misschien zelfs noodzakelijk is. Dit betekent echter niet dat op alle onderdelen samengewerkt moet worden door gemeenten. Zo kan er bijvoorbeeld samengewerkt worden op het gebied van inkoop en het realiseren van diversiteit in het inburgeringsaanbod, maar kan de begeleiding van inburgeraars lokaal plaatsvinden. Gemeentelijke samenwerking is dus een middel voor gemeenten en geen doel op zich.

Het inburgeringsstelsel bevat verschillende prikkels voor gemeentelijke samenwerking. Samenwerking kan bijvoorbeeld leiden tot lagere uitvoeringskosten,  en meer mogelijkheden voor het realiseren van diversiteit in het inburgeringsaanbod.

Als blijkt dat het gemeenten onvoldoende lukt om een tijdig een passend inburgeringsaanbod te realiseren én de gemeentelijke samenwerking onvoldoende van de grond komt, kan de samenwerking alsnog verplicht worden in het Besluit inburgering.

Leerroutes van het inburgeringsstelsel

Iedere nieuwkomer maakt in het inburgeringsstelsel een keuze uit een van de volgende  3 leerroutes:

  1. B1-leerroute
    De B1-route is gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op B1 niveau. Om te slagen voor de B1-route moet de nieuwkomer slagen voor het centrale inburgeringsexamen op de onderdelen lezen, luisteren, schrijven en spreken op niveau B1 en Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). Binnen de B1-leerroute bestaat ruimte voor maatwerk. De gemeente kan de participatiecomponent in de B1-route op verschillende manieren invullen. In principe bepaalt de gemeente in overleg welke invulling het beste aansluit bij de capaciteiten, mogelijkheden en wensen van de nieuwkomer.
  2. Onderwijsroute
    De onderwijsroute bestaat uit een taalschakeltraject en is gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op minimaal niveau B1 en de instroom in het regulier onderwijs (MBO, HBO of WO). Na het succesvol afronden van deze route beschikt de inburgeringsgerechtigde over voldoende kennis van de Nederlandse taal, samenleving en arbeidsmarkt en (studie)vaardigheden om met succes een Nederlandse opleiding te (kunnen) volgen. Het doel van de onderwijsroute is dat vreemdelingen hierna een opleiding gaan volgen. Deze route is expliciet bedoeld voor jonge nieuwkomers tot 30 jaar.
  3. Z-Route
    De Zelfredzaamheidsroute (Z-route) is gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op minimaal niveau A1 en op het zelfstandig kunnen meedoen aan de Nederlandse samenleving. Deze route is bedoeld voor nieuwkomers voor wie de B1-route en onderwijsroute niet haalbaar zijn en die veel moeite zullen hebben met het leren van de Nederlandse taal en waarschijnlijk niveau B1 of A2 niet zullen halen binnen de inburgeringstermijn. Dit geldt voor bijvoorbeeld analfabeten, nieuwkomer met een lage leerbaarheid of inburgeraars die in het land van herkomst geen of nauwelijks scholing hebben gehad.

Participatieverklaringstraject

Net zoals in het huidige stelsel wordt er van  nieuwkomers verwacht dat zij in het nieuwe stelsel deelnemen aan het Participatieverklaringstraject (PVT). Dit traject bestaat uit  2 onderdelen: workshops over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving (vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie) en de ondertekening van de participatieverklaring. Met de ondertekening verklaart de inburgeraar dat hij of zij  kennis heeft genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving, dat hij of zij  deze respecteert en dat hij of zij  actief een bijdrage wil leveren aan de samenleving. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering en stuurt iedere inburgeraar een uitnodiging voor het participatieverklaringstraject.

Module Arbeidsmarkt en Participatie

Vaak bestaan er grote verschillen tussen de arbeidsmarkt in Nederland en de arbeidsmarkt in het land van herkomst van de nieuwkomers. Dit bemoeilijkt hun kansen op de arbeidsmarkt. Om die reden is het belangrijk dat zij bekend raken met de Nederlandse arbeidsmarkt en dat zij zich de vaardigheden en capaciteiten eigen maken die nodig zijn om te kunnen participeren. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om inburgeraars hierin te scholen en toe te leiden naar (vrijwilligers)werk. Dit gebeurt door de module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP). Deze module vervangt de huidige module Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA).

Inburgeringstermijn

Nieuwkomers moeten binnen  3 jaar hun leerroute succesvol afronden. De termijn waarbinnen het participatieverklaringstraject en de module Arbeidsmarkt & Participatie moet zijn afgerond wordt 3 jaar. DUO stelt vast wanneer de inburgeringstermijn start en behandelt aanvragen voor verlenging van de inburgeringstermijn.

Ontheffing van de inburgeringsplicht

Medische beperking

Er kunnen zich tijdens een inburgeringstraject (onverwachte) omstandigheden voordoen, waardoor een nieuwkomer niet in staat is om te voldoen aan de inburgeringsplicht. Denk hierbij aan nieuwkomers met een medische beperking.

Vrijstelling van de inburgeringsplicht

Gedeeltelijke of gehele vrijstelling

Een inburgeringsplichtige kan in de volgende situaties een gedeeltelijke of gehele vrijstelling van de inburgeringsplicht aanvragen:

  • De inburgeringsplichtige heeft minimaal 8 jaar in Nederland gewoond en was gedurende die periode leer- of kwalificatieplichtig.
  • De inburgeringsplichtige beschikt over een diploma, certificaat of ander document waaruit blijkt dat hij of zij over voldoende kennis van de Nederlandse taal en samenleving beschikt.
  • De inburgeringsplichtige is momenteel leer- of kwalificatieplichtig.
  • De inburgeringsplichtige volgt momenteel een opleiding die leidt tot de uitreiking van een diploma, certificaat of ander document waaruit blijkt dat hij of zij over voldoende kennis van de Nederlandse taal en samenleving beschikt.

Aantoonbaar voldoende ingeburgerd

Ook inburgeraars die aantoonbaar voldoende zijn ingeburgerd kunnen in het nieuwe stelsel geen ontheffing meer krijgen, maar wel een vrijstelling.

Om hiervoor in aanmerking te komen, moet een inburgeraar al minimaal 10 jaar in Nederland wonen en minimaal 5 jaar vrijwilligerswerk of betaald werk hebben (gehad). De nieuwkomer moet daarnaast slagen voor een toets spreekvaardigheid en luistervaardigheid op niveau B1.

De ontheffing is in het nieuwe stelsel enkel bedoeld voor mensen die niet in staat zijn om in te burgeren, en dat gaat bij deze groep niet op. Daarom kunnen zij dus in het nieuwe stelsel een vrijstelling aanvragen in plaats van een ontheffing.

Vrijstelling aanvragen

Een inburgeringsplichtige is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van een vrijstelling van de inburgeringsplicht bij DUO.  DUO beslist of de inburgeraar een vrijstelling krijgt. Door deze taak bij één organisatie te beleggen, is gewaarborgd dat alle aanvragen op dezelfde manier worden beoordeeld.

Turkije

Inwoners uit Turkije  krijgen met de ingangsdatum van de nieuwe Wet inburgering 2021 een inburgeringsplicht. Het kabinet wil daarmee ook Turkse nieuwkomers de kans geven een goede start te maken in Nederland.

Handhaving

De gemeente en DUO zijn verantwoordelijk voor de handhaving van de Wet inburgering 2021.  Bij het ‘verwijtbaar niet-nakomen’ kan een inburgeringsplichtige een boete krijgen.

Overgangsrecht

Het nieuwe inburgeringsstelsel geldt voor inburgeraars die vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe Wet inburgering 2021 een inburgeringsplicht hebben. Inburgeraars van voor deze datum vallen onder het oude stelsel van de Wet inburgering 2013.

Ondersteuning aan gemeenten

Wilt u meer weten over de nieuwe Wet inburgering? Heeft u hulp nodig bij de taken die u krijgt in het kader van deze wet? Stimulansz ondersteunt gemeenten bij de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering 2021. Onder andere met de Benchmark statushouders. Met deze benchmark brengt u gemakkelijk en overzichtelijk uw gehele beleid rondom statushouders in beeld. Daarnaast ziet u meteen hoe u het doet in vergelijking met andere deelnemers.

Kennisbank module Inburgering

Stimulansz biedt ook een module Inburgering aan, als onderdeel van de kennisbank Inzicht Sociaal Domein. Hierin vindt u praktische, juridische en beleidsmatige informatie rond het thema inburgering. Ook onderwerpen als handhaving en kwaliteit komen aan bod. Bekijk de module Inburgering.

Trainingen inburgering

Om u te ondersteunen bij het uitvoeren van de Wet inburgering 2021, hebben wij een aantal trainingen en bijeenkomsten.