Tijdens onze LinkedIn live op woensdag 23 september 2026 sprak hij met collega Sacha van de Wall over wat daarvoor nodig is. Hoe verbind je vakmanschap, professionele ruimte en de menselijke maat met de dagelijkse praktijk? En hoe voorkom je dat passende ondersteuning afhankelijk blijft van één vasthoudende medewerker?
Wat merkt de inwoner ervan?
Die vragen raken aan Gerrits eigen loopbaan. Jarenlang schreef hij bij vorige werkgevers beleidsstukken en adviseerde hij bestuurders. Of inwoners daar daadwerkelijk iets van merkten, vroeg hij zich onvoldoende af. Dat veranderde toen hij bij Stimulansz trainingen over de Omgekeerde Toets® ging geven. Gesprekken met uitvoerende professionals lieten hem zien hoe belangrijk de vertaling van beleid naar de spreekkamer is. Daar moet immers blijken of gemeentelijke ambities tot betere ondersteuning leiden.
Op de rem uit angst voor fouten
Om die ambities waar te maken, hebben professionals ruimte nodig. Maar ruimte op papier is onvoldoende: medewerkers moeten die ook durven gebruiken. Gerrit vergelijkt de handelingsruimte met een schaal van nul tot honderd. Sommige professionals remmen bij zeventig al af, uit angst op honderd-en-één uit te komen. Daarom moet duidelijk zijn wat er gebeurt wanneer een zorgvuldig afgewogen besluit verkeerd uitpakt. Krijgt de medewerker steun, of vooral kritiek op het afwijken van de standaard? Steun en verantwoordelijkheid horen daarbij bij elkaar.
Maatwerk zonder willekeur
Juist maatwerk vraagt om een goede motivering, gebaseerd op het gewenste effect en de bedoeling van de wet. Bij die motivering moeten professionals zich bewust zijn van hun eigen overtuigingen. Iemand die door pech in de problemen raakt, roept mogelijk meer begrip op dan iemand die onverstandige keuzes maakt. Ook de beroepsmatige blik speelt mee. Gerrit illustreert dit met een gezin met verzwegen inkomsten en een dreigende huisuitzetting. Een handhaver kijkt vanuit zijn opdracht naar waarheidsvinding en consequenties. Een jeugdhulpverlener legt eerder de nadruk op de veiligheid van de kinderen.
Zulke verschillen maken gedeelde uitgangspunten noodzakelijk. Welke uitkomst wil de gemeente bereiken? Welke belangen wegen mee? Een helder kader helpt voorkomen dat ondersteuning afhangt van wie de situatie beoordeelt.
Van beleidszin naar dagelijkse afweging
Dat kader vraagt om meer dan de belofte dat ‘de inwoner centraal staat’. Wat betekent die uitspraak voor een concreet besluit? Ook ‘eigen verantwoordelijkheid’ kan uiteenlopende betekenissen hebben: eerst zelf problemen oplossen, of juist ruimte krijgen om het eigen leven vorm te geven. Gemeenten moeten daarom hun ambities vertalen naar concrete doelen. Bijvoorbeeld: voorkomen dat kinderen de dupe worden van het handelen van hun ouders. Vervolgens onderzoekt de professional binnen de wettelijke kaders welke ondersteuning daarbij past.
Ook leidinggevenden hebben die doelen nodig om besluiten te beoordelen. Wie uitsluitend op cijfers en controlesystemen stuurt, kan missen waarom een afwijkende oplossing passend is.
Daarnaast moeten werkprocessen aansluiten bij de opdracht. Wanneer maatwerk onnodig veel administratie vraagt, bemoeilijkt de organisatie het handelen dat zij juist wil stimuleren.
Ook een afwijzing kan menselijk zijn
Passende ondersteuning betekent overigens niet dat iedere aanvraag wordt toegekend. Gerrit verbindt de menselijke maat vooral aan bejegening: wordt iemand gehoord en is het besluit begrijpelijk uitgelegd? Ook bij een afwijzing moet duidelijk zijn dat de persoonlijke situatie zorgvuldig is beoordeeld.
Gerrits oproep: maak het gewenste effect concreet, reserveer tijd voor verandering en vertrouw op de professionals. Uiteindelijk moet de inwoner daarvan in de spreekkamer het verschil merken.