Karin van Nuland ontwikkelde de methode Op naar een schuldenvrije gemeente. Een groeiproces waarbij de gemeente de regierol heeft. Het is een continuproces van monitoren, evalueren en doorontwikkelen. “Juist in dat proces valt veel te verbeteren.”

Karin van Nuland werkt bij Stimulansz als trainer, adviseur en specialist in schuldhulpverlening en armoedebeleid. Ze vertelt: “De aanpak gaat uit van een nauwe samenwerking tussen collega’s binnen de gemeente én tussen partners in de schulphulpverlening. Denk aan partners zoals maatschappelijk werk, welzijnswerk, MEE, Schuldhulpmaatje en Vluchtelingenwerk. En bijvoorbeeld ook werkgevers en commerciële partijen, zoals schuldeisers. De aanpak begint met de effectdialoog. De partners denken mee en leveren input aan om te komen tot één gedragen missie en dezelfde maatschappelijke doelen. Tijdens de effectdialoog doorlopen we 3 stappen: Welke effecten willen we bereiken? Welke inspanningen zijn daarvoor nodig? En welke partner levert welke resultaten op?

Monitoren

Het resultaat van de effectdialoog is een gezamenlijke missie met uitgewerkte doelen en meetbare indicatoren. Eén van de pijlers van de aanpak schuldenvrije gemeente luidt: ‘Monitor en evalueer de voortgang’, om op basis daarvan te kunnen bijsturen. Karin: “Tijdens de effectdialoog committeren de partners zich aan inspanningsverplichtingen en resultaten. Aan deze verplichtingen hangen we prestatie-indicatoren. Met de interne en externe partners wordt afgesproken welke gegevens zij verzamelen en wanneer ze die moeten aanleveren, zoals het aantal aanmeldingen, de hoogte van de schuldenlast bij aanmelding en het aantal doorverwijzingen richting schuldhulpverlening. Belangrijk is vooral ook de doorlooptijd van de schuldhulpverlening: vanaf de datum van aanmelding tot aan de datum waarop het dossier wordt gesloten. Die tijd is vaak lang, waardoor mensen afhaken. Je kunt dat proces vervolgens in stukjes hakken en bekijken hoe lang elke stap duurt. Belangrijk zijn ook de interne doorverwijzingen: hoeveel mensen met een negatief vermogen hebben een uitkering, en hoeveel van hen zijn bekend bij schuldhulpverlening? Ook voor interne partners geldt dus: afspraken maken en monitoren.”

Benchmark Armoede en Schulden

Als gemeente verzamelt u natuurlijk interne en externe data. Dat kan volgens Karin het best met de benchmark Armoede en Schulden. “Dit is een goed middel om de basisdata te verzamelen. De benchmark geeft inzicht in de prestaties van het armoede- en schuldenbeleid. Je kunt deze prestaties vergelijken met andere gemeenten. Op termijn biedt de benchmark inzicht in het effect van beleidskeuzes. Hoeveel mensen melden zich voor schuldhulpverlening? Welke producten en diensten zet je hoe vaak in? Wat zijn de doorlooptijden? Hoeveel mensen haken voortijdig af?”

Data van partners

Maar interne data verzamelen is dus niet voldoende. Oók van partners wordt gevraagd om relevante data te verzamelen over schuldhulpverlening, zoals afgesproken in de effectdialoog. Karin: “Mijn advies is: begin met de data die partners op dit moment al verzamelen en die nuttig zijn voor het proces. In hoeverre kunnen jullie daarmee uit de voeten? Bekijk vervolgens welke gegevens de partner met weinig extra inspanning nog meer kunnen registreren. Als partner heb je ook zelf meestal veel aan die extra data. Om een voorbeeld te geven: geeft jouw organisatie budgetcursussen? Registreer dan niet alleen het aantal aanmeldingen, maar ook het aantal mensen dat de cursus daadwerkelijk volgt. Een kleine aanpassing waardoor je zicht hebt op de uitval.”

De verhalen achter de data

Minstens zo belangrijk zijn de verhalen achter de data. Want je hebt getallen nodig om te kunnen meten. En je hebt het gesprek nodig om te interpreteren. Karin: “Het is fijn als je weet hoeveel mensen je hebt geholpen, maar heb je ook de mensen geholpen die minder zelfredzaam zijn met betrekking tot de administratie? Het is belangrijk dat je ook het gesprek voert met de inwoner zelf over de ervaren dienstverlening. Dat gebeurt natuurlijk in sommige gevallen al. En ook op de formulieren geven klanten aan wat ze vinden van de dienstverlening. Maar het is ook belangrijk om deze informatie te delen met de partners.”

Evalueren

In de effectdialoog spreek je af wanneer en hoe je samen evalueert. “Meestal vindt een jaar na de effectdialoog de eerste evaluatie plaats. Hoe gaat het nu? Zijn we op de goede weg? Krijgen we de data die nodig zijn? Wat zijn de verhalen achter alle data? En wat heeft iedere partner nodig, bijvoorbeeld om wél de juiste data aan te leveren? Als regievoerder houdt de gemeente dit gesprek met iedere afzonderlijke partner. Vanuit de gemeente zou ik de beleidsmedewerker en een schuldhulpverlener (iemand uit de praktijk) laten aanhaken.”

Doorontwikkelen

De evaluatie gaat niet alleen over data, maar ook over interventies om de samenwerking te verbeteren. Wat heeft een organisatie nodig zodat meer mensen die budgetcursus volhouden? Of om meer mensen te kunnen doorverwijzen naar schuldhulpverlening? Karin: “Ook de benchmark geeft waardevolle inzichten voor interventies. Stel dat je inzet op meer zichtbaarheid van de schuldhulpverlening. Belangrijk, omdat uit de cijfers blijkt dat gemiddeld slechts 10% van de mensen met schulden de schulphulpverlening bereikt. Stel, je zet hierop in en je gaat het daarna meten. In de benchmark zou je dan een toename van het aantal aanvragen moeten zien. Is dat niet zo, dan doe je misschien niet de juiste interventies. En, stel dat je een interventie doet op de doorlooptijden, dan moet je op termijn resultaat zien. Zo ontwikkel je continu door.”

Ook naar een schuldenvrije gemeente?

Droomt u ook van een schuldenvrije gemeente? En wilt u meer weten over de aanpak Op naar een schuldenvrije gemeente? Neem contact op met Karin van Nuland, adviseur schuldhulpverlening en armoedebeleid. Telefoon: 06-836702 54, e-mail: karin.vannuland@stimulansz.nl

 

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina