Wie krijgt hoeveel?

De grondwet legt de overheid in artikel 20 de verplichting op om een beleid te voeren dat is gericht op de bestaanszekerheid van de bevolking en de spreiding van de welvaart. Een eerste vraag is hoe de welvaart ‘gespreid’ zou moeten worden. Dat is een ongelooflijk ingewikkelde vraag die ik graag aan de politici overlaat. Maar een algemeen uitgangspunt lijkt me helder, iedereen moet genoeg hebben om in zijn bestaan te kunnen voorzien. En die garantie op bestaanszekerheid kunnen we nooit geven als iedereen evenveel geld krijgt. Niet iedereen heeft namelijk dezelfde omstandigheden en dezelfde kosten. Waar de een meer geld kwijt is aan zijn huur omdat hij toevallig in een duurdere regio woont en werkt, is de ander meer kwijt aan eigen bijdrage voor medicijnen. Of voor reiskosten, omdat hij mantelzorg verleent aan een ouder die een stuk verderop woont. Een standaardbedrag voor iedereen creëert altijd een groep mensen voor wie dit niet goed genoeg is.

Is geld zaligmakend?

De Participatiewet is het laatste formele vangnet voor mensen die het op eigen kracht niet redden. Als mensen óók geen beroep meer kunnen doen op de Participatiewet, dan zijn ze aangewezen op particuliere initiatieven en kerkelijke instanties. Dat risico bestaat ook als de bijstand verdwijnt om plaats te maken voor een basisinkomen. Deze particuliere en kerkelijke initiatieven zijn bijzonder waardevol, maar bieden minder garanties en waarborgen dan een wettelijk vangnet. Bovendien is geld heel vaak niet het enige probleem. En wie signaleert bijkomende problemen als dit vangnet wegvalt? Wie biedt ondersteuning bij administratieve problemen of eenzaamheid? Wie helpt mensen die hun weg naar de arbeidsmarkt niet zelf vinden? Met alleen inkomen is niet iedereen geholpen. Werk (betaald of onbetaald) is voor veel mensen ook een belangrijke manier om sociale contacten te onderhouden of om zichzelf te ontplooien.

Portier in plaats van poortwachter

In plaats van een basisinkomen kunnen we de Participatiewet veel beter benutten. Hoe? Door het vangnet te voorzien van een portier. Deze portier beoordeelt iedereen die gebruik wil maken van het vangnet. Heb je geen recht? Dan kom je ook niet binnen. Het geld kan per slot van rekening maar één keer uitgegeven worden. Heb je wel recht? Dan helpt de portier je desnoods over de drempel. Want mensen die door psychische problemen of een licht verstandelijke beperking niet door de bureaucratie heen komen kunnen niet om die reden worden buitengesloten. De portier kan hulp organiseren.

Toch weer dat maatwerkinkomen

Stel nu dat mensen over de drempel van de bijstand zijn. Zou het dan niet heel praktisch zijn om direct een stap verder te kijken? Kunnen ze aanspraak maken op het minimabeleid? Hebben ze bijzondere kosten waarvoor bijzondere bijstand nodig is? Waar hebben ze verder hulp bij nodig? Het zou toch prachtig zijn als dat dan in één keer geregeld kan worden. Dat scheelt voor de aanvrager een heleboel formulieren die ingevuld moeten worden en voor de gemeente een heleboel ingevulde formulieren die afgehandeld moeten worden.

En ja, ik realiseer me dat de verplichtingen die bij de bijstand horen sommigen een doorn in het oog zijn. Maar de mogelijkheden van signaleren van problemen en het ondersteunen bij het oplossen daarvan vind ik toch ook zwaar wegen.

Wilt u meer inzicht in de Participatiewet

Raadpleeg Inzicht sociaal domein. Heeft u nog geen toegang?  Vraag een gratis proefabonnement aan.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina