Huishoudelijke hulp in de Wmo: wanneer mag je dat intrekken?

Een gemeente moet een toegekende Wmo-voorziening leveren. Maar wat als ernstig wangedrag van cliënten de uitvoering onmogelijk maakt en de aanbieder de zorgovereenkomst opzegt? Leidt dat automatisch tot intrekking van de beschikking? In deze blog analyseren we wanneer intrekking juridisch houdbaar is binnen de Wmo 2015 en welke voorwaarden daarbij doorslaggevend zijn.
Wmo hulp in de huishouding - schoonmaker dweilt vloer

Vraag 

In onze gemeente heeft een echtpaar al jaren huishoudelijke hulp via de Wmo. Al geruime tijd spelen er serieuze problemen bij de levering van de hulp. Beide cliënten zijn zeer veeleisend en behandelen het personeel van de aanbieder erg slecht.  De hulpen worden geïntimideerd, beledigd en afgeblaft. Soms krijgen ze ‘bevelen’ om werkzaamheden te doen die niets met hun taak van doen hebben. Het echtpaar wil bijvoorbeeld dat de hulp in de tuin werkt, ramen aan de buitenkant lapt, dakgoten schoonmaakt etc.

Inmiddels is door de gemeente de 4e aanbieder ingezet, omdat eerdere aanbieders weigerden nog langer hulp te laten leveren door hun personeel. We hebben cliënten al meermaals gesproken en hen voorgesteld om zelf via een pgb iemand in te huren, maar dat wil men niet. Gelukkig komen dit soort situaties niet vaak voor, maar onze vraag is of we de hulp ook via een beschikking kunnen stoppen, omdat de aanbieder ook de zorgovereenkomsten opzegt ?

Antwoord

Ja, intrekking is op zich mogelijk, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Veel houvast is er helaas (nog) niet via jurisprudentie. Het uitgangspunt is immers dat de gemeente de toegekende maatwerkvoorziening moet leveren. Dat gebeurt in dit geval ook, via een leverancier (in Wmo-termen: de aanbieder).

 

Helaas horen we wel vaker iets over dit soort situaties, maar ook over zaken die hiermee (juridisch) vergelijkbaar zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om discriminatie (weigeren van hulpen om allerlei redenen) dronkenschap en druggebruik als er hulp is, maar ook handtastelijkheden. Denk ook aan vernieling van hulpmiddelen door er aan te sleutelen, en ze voor heel andere doelen te gebruiken dan waarvoor ze verstrekt zijn. Zoals met meerdere personen op een scootmobiel rijden, te zware vrachten op een scootmobiel laden of pure vernieling.

 

Ter uitvoering van de toekenningsbeschikking huishoudelijke hulp wordt tussen cliënt en aanbieder een overeenkomst gesloten, vaak de zorgovereenkomst genoemd. Zoiets gebeurt ook bij andere Wmo-voorzieningen. Denk ook aan bruikleenovereenkomsten voor hulpmiddelen en vervoersovereenkomsten die gelden bij (collectief) taxivervoer.

 

Als een cliënt zo’n overeenkomst met de leverancier niet nakomt, kan de aanbieder (dus de aanbieder van huishoudelijke hulp, maar ook van begeleiding, hulpmiddelen of Wmo-vervoer) die (privaatrechtelijke) overeenkomst in bepaalde gevallen opzeggen.

 

Maar die opzegging door een aanbieder betekent nog niet dat daarmee ook de Wmo-beschikking komt te vervallen. Dat onderscheid tussen beschikking enerzijds en bruikleenovereenkomst anderzijds blijkt heel duidelijk uit onderdeel 4.5. van de uitspraak ECLI:NL:CRVB:2017:1800. In die zaak ging het over iemand die zijn bruikleen-scootmobiel zodanig gebruikte dat de aanbieder de bruikleenovereenkomst opzegde.

 

De gemeente trekt om die reden ook de toekenningsbeschikking in. Dat kon echter niet volgens de rechter omdat de gemeentelijk Wmo-verordening daarvoor geen grondslag bood. Die opgezegde overeenkomst is op zich geen grondslag om ook de toekenningsbeschikking in te trekken.

Doorredenerend: als de verordening wél een grondslag zou geven, zou intrekking wel mogelijk zijn. Zo’n regeling in de verordening is wel logisch, want die sluit aan op de eis om de basisvoorwaarden (met een duur woord essentialia genoemd) om voor maatwerkvoorzieningen in aanmerking te komen (en te blijven komen) in de verordening te regelen. Zie artikel 2.1.3 lid 2, onder a. Wmo 2015.


Daarnaast sluit het ook aan op de verplichting om in de verordening regels te stellen tegen misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet, zie artikel 2.1.3 lid 4 Wmo 2015. Door dat duidelijk te regelen weten mensen waar ze aan toe zijn. Vorig jaar is er door de rechtbank Rotterdam nog een uitspraak gedaan over dit onderwerp; ECLI:NL:RBROT:2025:4933. Hier gaat het om een beëindiging van een maatwerkvoorziening begeleiding mede op basis van een verordeningseis van de gemeente Rotterdam. Dit besluit houdt stand bij de rechtbank.

 

Uiteraard kan zo’n intrekking niet zomaar, want intrekken is een bevoegdheid (een ‘kan’,-bepaling, zie artikel 2.3.10 lid 1, onder d. Wmo 2015). Zo’n besluit tot intrekking is een belastend besluit, dat goed onderbouwd moet worden. De bewijslast ligt uiteraard bij de gemeente. Bovendien: het uitgangspunt is dat de gemeente (passende) ondersteuning biedt, zie artikel 2.3.5 lid 3 en 4 Wmo 2015.
Anderzijds heeft de cliënt een medewerkingsplicht aan ‘de uitvoering van de wet’, zie artikel 2.3.8 lid 3 Wmo 2015. Die medewerkingsplicht geldt niet alleen bij het onderzoek na melding en aanvraag, maar ook na de toekenning. Zie p. 155 van de Memorie van Toelichting:

 

“Het derde lid bevat een algemene medewerkingverplichting en ziet op alle denkbare vormen van medewerking. Het niet verlenen van specifiek verlangde medewerking kan voor het college aanleiding vormen een maatwerkvoorziening niet te verstrekken, in te trekken of op te schorten. Het gaat hier om medewerking verlenen bij het onderzoek en daarna.”

 

Dan kan het niet zo zijn dat een gemeente een voorziening biedt om iemand te ondersteunen, maar dat het bieden van die ondersteuning onmogelijk wordt gemaakt door de aanbieder te hinderen bij het bieden van ondersteuning. Bijvoorbeeld door bovengenoemd wangedrag ten opzichte van personeel van een aanbieder. Of door een scootmobiel te vernielen, waardoor de ondersteuning in feite ongedaan wordt gemaakt.

 

Natuurlijk moet de cliënt ook via de beschikking op de hoogte worden gebracht van de voorwaarden. Veel Wmo-verordeningen regelen overigens al wat er in de toekenningsbeschikking vermeld moet worden. Dat moet per toekenning uiteraard concreet gemaakt worden via een vermelding van de voor die toekenning toepasselijke voorwaarden. Ook een soort maatwerk, zou je kunnen zeggen.
Het is wel zo zorgvuldig als gemeenten niet over één nacht ijs gaan. Dus een ‘dossier opbouwen’, met hoor en wederhoor. Ook door cliënten bijvvan oorbeeld schriftelijk te waarschuwen dat bij herhaalde ernstige gedragingen het recht op de voorziening kan worden ingetrokken.

 

Als ‘bijsturen’ niet lukt, is ook intrekking van een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp wegens het niet-nakomen van de zorgovereenkomst denkbaar, als de verordening daarvoor een grondslag geeft én de intrekking feitelijk goed onderbouwd kan worden.

 

Problematiek zoals hierboven beschreven en nog veel meer komt aan de orde op de nieuwe verdiepingstraining Wmo-huishoudelijke hulp: van regels naar uitvoering op dinsdag 21 april 2026.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Paul Norp helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Mensen met een uitkering of arbeidsmigranten?

Toen de discussie in de politiek en de media begon over het terugdringen van het aantal arbeidsmigranten, vroeg ik me al af wanneer de oproep zou komen om daar mensen met een uitkering voor in te zetten. En ja hoor, deze oplossing is weer uit de hoge hoed getoverd . De oplossing voor het terugdringen van het aantal arbeidsmigranten is de inzet van mensen met een (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheidsuitkering. Deze mensen willen vaak wel werken, maar het systeem ontmoedigt hen zo is het beeld. Is dat zo? Laten we eens kijken naar de aannames die hieronder zitten.

Huishoudelijke hulp in de Wmo: wanneer mag je dat intrekken?

Een gemeente moet een toegekende Wmo-voorziening leveren. Maar wat als ernstig wangedrag van cliënten de uitvoering onmogelijk maakt en de aanbieder de zorgovereenkomst opzegt? Leidt dat automatisch tot intrekking van de beschikking? In deze blog analyseren we wanneer intrekking juridisch houdbaar is binnen de Wmo 2015 en welke voorwaarden daarbij doorslaggevend zijn.

“Een training helpt om kritisch te blijven kijken naar je werk”

“Een training helpt om kritisch te blijven kijken naar je werk. Belangrijk, want je wilt inwoners goed helpen en hen serieus nemen.” Dat vindt Daniëlle Bolink, sociaal werker met focus op schuldhulp, bij de gemeente Oldebroek. Onlangs volgde ze samen met haar collega de training ‘Begeleiding en nazorg vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening’. Het was haar 3e Stimulansz-training.