De tekst van een regeerakkoord weerspiegelt de thema’s die op dat moment belangrijk worden gevonden. In het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma van het kabinet Schoof[1] stonden bijvoorbeeld als hoofdpunten bestaanszekerheid en koopkracht vermeld. Opvallend is dat 2 jaar later het woord bestaanszekerheid niet terugkomt in de tekst van het nieuwe coalitieakkoord[2] dat de titel ‘Aan de slag’ heeft. Het akkoord voorziet wel in het verkorten van de WW, het beperken van de WIA-uitkering en het versneld verhogen van de AOW-leeftijd. Deze maatregelen zullen vooral gevolgen hebben voor werknemers die ouder zijn dan 60 jaar. Dat gaan gemeenten in het sociaal domein ook merken.
Meer ouderen voor de AOW-leeftijd alsnog in de bijstand
Het is plausibel dat door de voorgestelde maatregelen meer mensen (langer) een beroep zullen gaan doen op de bijstand. Dat effect zal in de komende jaren versterkt worden door het uitdoven van de IOAW en de IOW. Beide regelingen geven nu oudere werklozen een vrijstelling van de vermogenstoets, die in de bijstand wel geldt. Ook kennen ze een beperkter middelenbegrip. Inkomsten uit gokken spelen in de IOAW en IOW bijvoorbeeld geen rol, maar in de bijstand wel. De IOW kent daarnaast geen partnerinkomenstoets. Alleen inkomsten van de betrokkene zijn voor de IOW van belang. De IOAW en IOW kwamen tot stand na eerdere bezuinigen op de WW in respectievelijk de jaren 80 en het begin van deze eeuw. De wetgever wilde voorkomen dat oudere werklozen relatief kort voor hun AOW-pensioen door een beroep op bijstand te doen hun vermogen zouden moeten aanspreken.[3] De IOAW is echter niet meer toegankelijk voor mensen die na 1964 zijn geboren. De IOW is alleen nog toegankelijk voor mensen die op eerste dag van werkloosheid ten minste 60 jaar en 4 maanden oud zijn als zij voor 2028 werkloos worden. Vanaf 2030 kunnen ouderen na het einde van de WW alleen nog een beroep op bijstand doen. Als dat zo blijft zullen gemeenten zich de komende tijd voor moeten bereiden op een toename van het aantal ouderen dat relatief kort voor de AOW-leeftijd bijstand aan zal vragen. Hieronder zullen ook mensen zijn die een woning bezitten waarvan de hypotheek is afgelost of die voor de oude dag geld hebben gespaard dat niet in een lijfrente is ondergebracht, maar gewoon op de bank staat. Hebben gemeenten de ruimte om er vanaf te zien dat mensen dat vermogen dan daadwerkelijk moeten aanspreken? Of kan een oudere bijstandsgerechtigde met een koopwoning dan alleen leenbijstand krijgen en zal deze persoon eventueel een krediethypotheek moeten accepteren?
Meer ruimte voor maatschappelijke participatie of toch work first?
Ook springt in het oog dat het nieuwe kabinet wil toewerken naar een stelsel waarin de primaire focus ligt op goede en snelle begeleiding naar werk. Het kabinet wil dat meer mensen de weg naar werk vinden vanuit de Participatiewet, zeker in deze krappe arbeidsmarkt. Het kabinet onderkent daarbij dat een kleine groep echt niet kan werken en is niet van plan om hen constant te vragen dit wel te doen. De toon van het coalitieakkoord verschilt van de filosofie achter de wet Participatiewet in balans. In deze wet is onder andere een generieke participatieplicht vastgelegd. Hoewel arbeidsinschakeling het hoofddoel van de Participatiewet blijft, wil de wetgever hiermee ook werken aan een meer gelijkwaardige positie van andere vormen van participatie dan arbeid, zoals vrijwilligerswerk.[4] Het is voor gemeenten afwachten hoe het nieuwe kabinet uitvoering gaat geven aan de wet Participatiewet in balans en ook of de arbeidsmarkt in de komende jaren zo krap zal blijven.