Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.
Evelien Meester Portret - Paars Achtergrond

Dat is een ongemakkelijke, maar geen onverwachte conclusie. En wellicht geruststellend, die verschillen waren er altijd al, óók als mensen dachten dat ze dezelfde strakke regels uitvoerden. Want welke giften met bijstand verenigbaar zijn, bleek bijvoorbeeld door iedereen anders uitgelegd te worden.

 

Worden deze verschillen groter door maatwerk? Nee. En met meer beleidsregels, meer werkinstructies en meer controles maken we deze verschillen niet kleiner. Met wat dan wel? De oplossing ligt in een andere manier van werken.

Vakmanschap en cultuur

Veel aandacht gaat uit naar spoor 1 van de Participatiewet in Balans: de wetswijzigingen. Ook spoor 2, de fundamentele herziening van het stelsel, trekt veel aandacht. Maar spoor 3 is misschien wel het spannendste spoor. Want dat gaat niet over wetgeving, maar over vakmanschap, cultuur en professionele oordeelsvorming. Het gaat over de vraag hoe professionals omgaan met de nieuwe ruimte die zij krijgen.

Daar zit de uitdaging

Want als professionals meer ruimte krijgen zonder kader, ontstaat het risico op willekeur. Maar als we alles dichtregelen, blijft er van de menselijke maat weinig over. De vraag is dus niet: hoeveel ruimte geven we professionals? De vraag is: hoe zorgen we dat professionals vanuit hetzelfde gewenste effect handelen?

Van regels naar effecten

De essentie van de Participatiewet in Balans is dat we niet langer vertrekken vanuit regels, maar vanuit wat inwoners nodig hebben. De wet moet beter aansluiten bij de mogelijkheden en omstandigheden van mensen. Vertrouwen, menselijke maat en vereenvoudiging staan centraal. Dat vraagt om een andere vraag. Niet: Welke regel moet ik toepassen?” maar: “Welk effect wil ik bereiken?”

 
Dat klinkt simpel, maar het is een fundamentele verandering. Want zodra je begint bij het gewenste effect, ontstaat ruimte om te kijken welke oplossing daarbij past. Dan wordt de regel een middel en niet het vertrekpunt. Precies daarin schuilt de kracht van de Omgekeerde Toets: eerst bepalen wat voor deze inwoner nodig is, vervolgens onderzoeken welke mogelijkheden wetgeving, beleid en voorzieningen bieden om dat effect te realiseren. Niet het “hoe” eerst, maar het “waartoe”.

Omgekeerd beleid

Als we van consulenten verwachten dat zij omgekeerd werken, moeten bestuurders dat ook doen. Nog te vaak bestaat beleid uit een verzameling regels en uitzonderingen zonder dat duidelijk is wat met de regels wordt beoogd. Professionals krijgen daarmee vooral antwoorden op de vraag wat wel en niet mag.

 

Spoor 3 vraagt bestuurders en beleidsmakers expliciet te maken welk effect zij willen bereiken. Willen we voorkomen dat mensen dakloos raken? Willen we schulden voorkomen? Willen we dat inwoners zich gezien en gehoord voelen? Willen we bestaanszekerheid versterken? Als die effecten helder zijn, kunnen professionals beoordelen welke oplossing in een individuele situatie het beste bijdraagt aan dat doel.

 

Interessant genoeg sluit dit ook aan bij de discussie die momenteel binnen spoor 3 wordt gevoerd. De nadruk verschuift van controle en standaardprocessen naar vertrouwen, professionele ruimte en maatwerk. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat maatwerk niet vrijblijvend is: professionals hebben leidinggevende principes en een handelingskader nodig om willekeur te voorkomen. Dat handelingskader zou veel minder moeten gaan over regels en veel meer over beoogde effecten.

Minder verschillen, meer maatwerk

Misschien verrassend, maar meer professionele ruimte leidt tot minder verschillen. Mensen zijn namelijk niet gelijk, maar de gewenste effecten wel. Wanneer consulenten zich laten leiden door dezelfde waarden en dezelfde effecten, kunnen zij in verschillende situaties verschillende keuzes maken die toch allemaal hetzelfde effect realiseren. Twee inwoners kunnen verschillende ondersteuning krijgen en toch gelijk behandeld zijn, omdat in beide gevallen hetzelfde doel centraal staat: bestaanszekerheid, participatie of perspectief.

Rechtsgelijkheid betekent niet dat iedereen hetzelfde krijgt

Rechtsgelijkheid betekent dat vergelijkbare situaties vanuit hetzelfde effect worden beoordeeld.

Dat vraagt vakmanschap. Het vraagt methodische casuïstiekbespreking en intervisie. Het vraagt leidinggevenden die professionele afwegingen ondersteunen en richting geven (ruimte, ruggensteun). En het vraagt beleid dat richting geeft zonder alles dicht te timmeren. Precies daarom draait spoor 3 om het versterken van vakdeskundigheid en professionele oordeelsvorming.

De echte cultuuromslag

De Arbeidsinspectie concludeert dat consulenten behoefte hebben aan meer houvast, voorbeelden en een gedeelde visie. Daar ben ik het mee eens. Maar niet als we dat invullen met meer regels. Misschien is het juist de volgende stap om gezamenlijk scherper te formuleren welk effect wij als gemeente willen bereiken. Want als bestuurders vooral het “wat” formuleren en professionals de ruimte krijgen voor het “hoe”, ontstaat een krachtiger vorm van sturing. Dat is omgekeerd beleid.

 

Wat als we met een omgekeerd beleid de gewenste effecten vaststellen, leren werken vanuit een gedeeld effect en de geleverde kwaliteit vooral toetsen aan dat gewenste effect (en niet alleen aan de regels)? Dan kunnen we methodisch en vakkundig werken vanuit vertrouwen, met oog voor de menselijke maat.

 

We hebben ruim 130 gemeenten begeleid in deze omslag. Welke gemeente volgt? Neem voor een kosteloos adviesgesprek over de mogelijkheden contact op met een van mijn collega’s.

Anders kijken
is meer bereiken

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Evelien Meester helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?