Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Driewielfiets om meer te bewegen? Dit zegt de Wmo 2015

Een inwoner kan door een neurologische aandoening niet meer op een gewone fiets fietsen, maar wandelt nog dagelijks een uur. Hij vraagt een driewielfiets aan om meer te bewegen én om boodschappen te doen, naar de fysiotherapeut en naar de sportschool te gaan. Hoe beoordeel je deze aanvraag vanuit de Wmo? In deze vraag & antwoord bespreekt juridisch Wmo-adviseur mr. Paul Norp welke afwegingen de gemeente moet maken.

Vraag

Een inwoner van onze gemeente vraagt bij de Wmo een driewielfiets aan. Hij heeft een neurologische aandoening, waardoor hij al enkele jaren niet meer kan fietsen op zijn gewone fiets. Wel wandelt hij dagelijks een uur om in beweging te blijven. Met de driewielfiets wil hij meer kunnen bewegen. Ook wil hij met de fiets boodschappen doen, naar de fysiotherapeut en naar de sportschool gaan. Hoe moeten we deze aanvraag behandelen, gezien vanuit de Wmo-regels?

Antwoord

We krijgen bij Stimulansz vaker vragen over dit soort zaken, vooral in het voorjaar, als het beter weer wordt. In veel gevallen gaat het om een begrijpelijke wens om te kunnen fietsen, al dan niet samen met anderen. Daarvoor worden dan allerlei soorten speciale fietsen aangevraagd bij gemeenten.

 

Veel cliënten redeneren vanuit de wens om een concrete voorziening. Je kunt dat ook een claimgerichte vraag noemen. Of een voorzieningsgerichte vraag. Dat mensen zo redeneren is niet onlogisch, maar de redenering in de Wmo is anders. De vraag is – meer abstract – welke concrete problemen zijn er bij zelfredzaamheid en participatie?

Zelfredzaamheid en participatie

Wat is zelfredzaamheid eigenlijk? En wat is participatie?
Zelfredzaamheid is het in staat zijn tot het uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Soms wordt gedacht dat zelfredzaamheid inhoudt dat iemand alles zelf moet kunnen doen. Zelfstandigheid dus. Maar zo is het niet geregeld in de Wmo. Zie artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015 voor de definities. Die geven een klein beetje houvast; de definitie van het begrip ‘zelfredzaamheid’ nog het meest.
Participatie is het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer.

Problemen bij zelfredzaamheid en participatie bij deze casus?

Terug naar de bovenstaande casus: de cliënt wil de driewielfiets gebruiken voor het boodschappen doen. Boodschappen in huis hebben hoort bij zelfredzaamheid. Maar bij de cliënt is er geen probleem met boodschappen doen, want hij heeft een auto. Verder kan hij kennelijk nog behoorlijk goed lopen; wellicht ver genoeg om ook lopend boodschappen te kunnen doen met een boodschappenwagentje. Dat geldt ook voor bezoeken aan de fysiotherapeut, iets wat ook je onder participatie zou kunnen scharen, net als de bezoeken aan de sportschool. Ook daarvoor kan hij gebruik maken van de auto.

 

Het gaat hier dus vooral om de wens om dat op de fiets te kunnen doen, ook om meer te kunnen bewegen. Allemaal begrijpelijk. Maar moet de gemeente dat via de Wmo mogelijk maken? Nee, want Wmo-maatwerkvoorzieningen zijn bedoeld voor concrete problemen in het dagelijks functioneren. Dus niet voor wenselijke zaken. En een maatwerkvoorziening is de hekkensluiter bij het zoeken naar oplossingen, zie de Memorie van Toelichting, p. 148. Vandaar ook dat eerst – volgens het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) – moet worden gekeken naar alternatieve oplossingen.

Jurisprudentie op het gebied van fietsvoorzieningen

Jurisprudentie biedt handvatten, als het gaat om dit soort fietsvoorzieningen. Een aantal voorbeelden: In de uitspraak ECLI:NL:CRVB:2020:2644 gaat om de aanvraag van een duofiets. De cliënt kan niet alleen aan het verkeer deelnemen en verplaatst zich dus altijd onder begeleiding. Tot dusverre kan hij op die manier overal komen, maar hij wil daarvoor liever een duofiets hebben. Die wordt – ook volgens de Centrale Raad van Beroep – terecht geweigerd:

“Zowel in de onder 1.5 genoemde brief van 18 september 2018 als ook ter zitting bij de Raad is niet concreet gemaakt dat betrokkene de beoogde bestemmingen niet kan bereiken met de ter beschikking staande vervoermiddelen. Van een vervoersbehoefte waarin moet worden voorzien met een duofiets, is daarom niet gebleken. Alhoewel de Raad kan begrijpen dat fietsen met een duofiets een positief effect heeft op de gezondheid van betrokkene en betrokkene meer plezier brengt dan het vervoer per auto, maakt dat niet dat het college gehouden is betrokkene een duofiets te verstrekken. Dit betekent dat het college de aanvraag om een duofiets terecht heeft afgewezen.”

 

Een paar jaar later volgt de uitspraak ECLI:NL:CRVB:2023:1446 over de afwijzing van een speciale fiets, die mede voor conditieverbetering was aangevraagd. In beroep had de rechtbank al geoordeeld dat het werken aan conditie geen resultaatgebied is waarvoor de gemeente via de Wmo 2015 verantwoordelijk is. In hoger beroep volgt de CRvB de rechtbank. Citaat uit de uitspraak:

“Nu appellant met de al verstrekte vervoersvoorzieningen adequaat kan voorzien in zijn vervoersbehoefte, heeft het college zich op het standpunt mogen stellen dat de – technisch nog niet afgeschreven – scootmobiel de goedkoopst adequate voorziening is. Hoewel de Raad kan begrijpen dat fietsen met een BerkelBike een positief effect heeft op de gezondheid van appellant en appellant meer plezier geeft dan het vervoer per scootmobiel, maakt dat niet dat het college gehouden is appellant een BerkelBike te verstrekken. Het college heeft de aanvraag dan ook op goede gronden afgewezen.”

 

Ook hier begrip voor de wensen van de cliënt, maar wel het oordeel dat die wensen op zich geen reden zijn voor Wmo-verstrekkingen. De Wmo is bedoeld voor het oplossen van concrete problemen in het dagelijks functioneren. Naar die problemen moet dan ook onderzoek worden gedaan door gemeenten.

Wat is voldoende participatie?

Regelmatig krijgen we de vraag wat nu voldoende participatie is. Via de Wmo moet namelijk gezorgd worden dat iemand “in aanvaardbare mate kan participeren” (zie de Memorie van Toelichting, p. 123). Die vraag is in zijn algemeenheid niet concreet te beantwoorden. Toch geeft de recente uitspraak ECLI:NL:CRVB:2026:1139 wel wat houvast, omdat in die zaak is gekeken naar wat iemand wel kan op dat terrein. Een citaat uit de uitspraak:

“Appellante wil de tandemfiets gebruiken als vorm van beweging waarbij tegelijk sociale interactie plaatsvindt. Zo kan zij met de tandemfiets samen met haar familie en vriendinnen fietstochten maken en actief deelnemen aan het maatschappelijk leven. (…)

 
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante ook zonder een tandemfiets in aanvaardbare mate kan participeren. Niet is gesteld of gebleken dat appellante zonder de tandemfiets onvoldoende mogelijkheden heeft om sociale contacten aan te gaan. Zij kan met haar elektrische rolstoel en in de auto van haar moeder naar plekken om vrienden, familie of andere mensen te ontmoeten. Dat kan ook samen met vriendinnetjes of familieleden. Uit de beschikbare gegevens kan verder worden afgeleid dat appellante in staat is om een afstand van enige betekenis te lopen. Het college heeft ook een aantal alternatieven aangedragen, waarvan appellante niet heeft gesteld dat deze niet haalbaar zijn. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het college de aanvraag om een maatwerkvoorziening terecht heeft afgewezen.”

 

Een cliënt kan – om allerlei redenen – vooral de aandacht hebben voor wat niet kan. Zie overigens ook de recente uitspraak ECLI:NL:CRVB:2026:949. Wmo-consulenten moeten echter breder onderzoek doen op basis van het stappenplan van de CRvB, en ook kijken naar bestaande en wellicht nog niet benutte mogelijkheden. Bovenstaande uitspraken kunnen daarbij behulpzaam zijn.

Wmo-actualiteitendagen

Meer weten over actuele Wmo-ontwikkelingen in jurisprudentie, wetgeving en praktijk? Kom dan dit najaar naar de één van de Wmo-actualiteitendagen.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Paul Norp helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Driewielfiets om meer te bewegen? Dit zegt de Wmo 2015

Een inwoner kan door een neurologische aandoening niet meer op een gewone fiets fietsen, maar wandelt nog dagelijks een uur. Hij vraagt een driewielfiets aan om meer te bewegen én om boodschappen te doen, naar de fysiotherapeut en naar de sportschool te gaan. Hoe beoordeel je deze aanvraag vanuit de Wmo? In deze vraag & antwoord bespreekt juridisch Wmo-adviseur mr. Paul Norp welke afwegingen de gemeente moet maken.

Terugdringen complexiteit minimaregelingen

Mensen in Nederland hebben volgens een analyse [1] in principe voldoende inkomen voor de minimaal noodzakelijke uitgaven als zij: de uren werken waar zij toe in staat zijn, alle landelijke regelingen aanvragen waar zij recht op hebben, goed met geld kunnen omgaan en geen onvermijdbare hoge uitgaven hebben.

Handreiking Mandaat en de Participatiewet

Gemeenten kunnen taken uit de Participatiewet voor elkaar uitvoeren. Bijvoorbeeld wanneer de ene gemeente bij nieuwe uitdagingen nog niet de juiste kennis heeft, samenwerken efficiënter is of omdat er te weinig capaciteit is. De Participatiewet geeft de mogelijkheid om deze samenwerking tussen gemeenten via mandaat te regelen.