Een begrijpelijke verordening schrijf je zo!

vrouw schrijft, brainstormt, tekeningen, koffie, werken, laptop

Verordeningen en beleidsregels lijken wel wetteksten, met ondoorgrondelijk lange zinnen en juridische termen. Zelfs raadsleden hebben soms geen idee wat er geregeld wordt in een beleidsstuk, laat staan dat gewone inwoners er iets van snappen.  En al die onbegrijpelijke overheidscommunicatie is een gevaar voor de democratie, zo las ik laatst. Tijd voor actie!

Hoe te beginnen?

Stap 1 is om u als beleidsmaker te realiseren dat u de beleidsstukken ook voor uw inwoners maakt, en niet alleen voor uzelf en uw collega-ambtenaren. Dat het beleid om de inwoners draait, blijkt meestal wel uit het coalitieakkoord. Maar vertaal dit ook door in de beleidsstukken! Zet de inwoners centraal! Probeer eens door hun ogen te kijken. Wat willen ze weten? Waar lopen ze tegenaan? Als u als gemeente – burgemeester, wethouders, beleidsambtenaren – de intentie hebt om inwoners echt te bereiken met het beleid, hebt u de grootste hobbel al genomen.
In de wetten van het sociaal domein is geregeld dat inwoners inspraak hebben in het beleid. En als gemeente hebt u de taak om dit goed te regelen. Maar het gaat niet alleen om georganiseerde inspraak. U moet als gemeente ook te volgen zijn voor uw inwoners, het beleid moet logisch in elkaar zitten, mensen moeten snappen wat u als gemeente belangrijk vindt en wat u hierbij van de inwoners verwacht. Pas dan kunnen inwoners goede inspraak leveren, ook spontaan. En dan bent u goed democratisch bezig!

1 gezin, 1 plan, 1 regisseur, 1 budget en 1 verordening!

In de wetten van het sociaal domein staat ook welke regelingen in een verordening moeten worden vastgelegd. Er staat nergens dat elke regeling  in een aparte verordening moet staan. Liever niet zelfs, want hoe meer je apart regelt, hoe slechter het verband tussen verschillende regelingen te zien is. Sterker nog, dat verband is er dan vaak helemaal niet. En dat is niet in het belang van de inwoners. Die worden gek van regelingen die niet op elkaar zijn afgestemd en elkaar zelfs tegenwerken. Stop dus zoveel mogelijk in 1 verordening, in dit geval die van het hele sociale domein. U ziet dan veel beter waar het beleid schuurt met ander beleid en kunt  u er al iets aan doen voordat de inwoners hier tegenaan lopen!

Bepaal de inhoud

Een volgende stap is om te bepalen wat u precies in deze verordening wilt vastleggen en in welke volgorde. Ga ook hierbij uit van de inwoners. Welke hulpvragen hebben die? Maak hiervan eerst een indeling, een structuur met onderwerpen of deeldomeinen. Puzzel eens met de volgorde en bedenk of die logisch is voor de inwoners.
Vul daarna de structuur. Pak de oude verordeningen erbij en kijk of u de artikelen hieruit kunt verdelen over de nieuwe structuur.  Kunt u alles kwijt? Wat is er dubbel, wat kunt u samenvoegen en vooral: wat kan er weg?  Stel uzelf bij elk onderwerp weer de vraag: wat is belangrijk, en wat moet hiervoor echt geregeld worden?

Ga schrijven!

Dan pas komt het echte schrijfwerk.  Kunt u de oude, overgebleven artikelen herschrijven tot 1 of meer nieuwe? Hou het kort en bondig en probeer in begrijpelijke taal te schrijven: korte zinnen, 1 onderwerp per zin en geen vaktaal. Het zal niet lukken om alles in 1 keer goed op papier te krijgen.  Het is een proces van schrijven, schrappen en schaven.
Test uw tekst eerst op uw collega’s. Snappen uitvoerders wat er staat? Hebben ze houvast aan deze tekst bij het nemen van besluiten? Laat de cliëntenadviesraad en geïnteresseerde inwoners eens kritisch meelezen. Wat is er volgens hen goed en wat kan er beter? Laat de juristen onder uw collega’s eens kijken of ze alles kunnen vinden wat echt geregeld moet worden in uw verordening. Het zal even wennen zijn, het staat er immers op een voor hen ongewone manier. Maar als het goed is, hebt u aan alles gedacht.
Als de verordening daarna voor bespreking naar de gemeenteraad gaat, zullen de raadsleden aangenaam verrast zijn over de heldere en compacte verordening. Dat leest lekker!

En daarna?

Verordening klaar? Stop hem dan niet in een la! Maak er een mooi document van en zet ‘m goed vindbaar op de gemeentelijke website. Geef er bekendheid aan, maak veel publiciteit. U krijgt dan vanzelf reacties van inwoners. Misschien enkele boze reacties,  maar zeker ook enthousiaste reacties en tips waar u als gemeente iets mee kunt. Zo houdt u de democratie in stand!
Wilt u weten hoe een modelverordening sociaal domein in klare taal eruit kan zien? Kijk hier.
Hulp nodig bij het schrijven van uw verordening sociaal domein? Neem deel aan onze training!Bronnen:

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Annemieke Wildenburg helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

De kracht van verschil: Hoe kunnen we weer leren het oneens te zijn?

Zelfs in een relatief klein land als het onze lopen de meningen van inwoners behoorlijk uiteen. In het dorp waar ik woon is een aantal mensen blij met luidruchtige feesten in de straat, omdat er ‘eindelijk wat gebeurt in dit gat’. Anderen storen zich eraan, omdat zij juist ‘behoefte hebben aan rust en stilte’. Een feestje is een klein vraagstuk, ook op grotere vraagstukken als nood- of asielopvang, windmolens en woningbouw lopen de meningen sterk uiteen. Zoveel mensen, zoveel meningen en dat is heel goed. Niet altijd handig, wel goed. Ik realiseer me dagelijks hoe mooi het is dat we leven in een land waar die verschillen er kunnen en mogen zijn en ook geuit mogen worden.

Hoe voer je het goede gesprek met een inburgeraar?

Als consulent Inburgering begeleid je inburgeraars in hun inburgeringstraject. Hoe ga je om met afwijkende wensen? Lees het hier.

Moeten gemeenten hulphonden wel of niet toekennen?

De hulphond (of assistentiehond, zoals opleiders de hulphond liever noemen) is een onderwerp dat de gemoederen blijft bezighouden. De vraag is daarom: is er de laatste jaren iets veranderd dat aanleiding is voor gemeenten om hun beleid bij hulphond-aanvragen aan te passen? Op dit moment is het antwoord daarop: neen. Ook niet na drie recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep [viii, ix & x].