Deurwaarders die beslag leggen, moeten het digitaal beslagregister voor gerechtsdeurwaarders raadplegen. Het register heeft als doel:

  1. te voorkomen dat de schuldeiser, in onwetendheid over de beslagpositie van de schuldenaar, proces- en/of executiekosten maakt of die kosten zoveel mogelijk beperkt;
  2. te bevorderen dat de beslagvrije voet van de schuldenaar op de juiste wijze wordt vastgesteld en toegepast.

Maar niet alleen deurwaarders leggen beslag. Overheidsorganisaties doen dit bijvoorbeeld ook. Daarom leeft er bij veel schuldhulpverleners en maatschappelijke en politieke organisaties de wens het huidige beslagregister te verbreden met overheidspartijen. De bescherming van de beslagvrije voet is een onderdeel van de Brede Schuldenaanpak. De staatssecretaris van SZW onderschrijft de wens en heeft het voorstel voor de Wet stroomlijning derdenbeslag ter internetconsultatie aangeboden.

Wat is het probleem?

Een beslagleggende partij moet informatie over eventueel lopende verrekeningen en beslag op loon of uitkering bij de schuldenaar of derden ophalen. Deze informatie is van belang bij de vaststelling van de hoogte van de beslagvrije voet. Daar gaat het nu vaak fout. Gegevens worden niet of niet op tijd aangeleverd.

Er zijn 2 soorten samenloop van beslagen die kunnen leiden tot een te lage beslagvrije voet:

  • op dezelfde inkomensbron (bijvoorbeeld de uitkering) van de schuldenaar ligt al beslag of wordt verrekend (verder te noemen smalle samenloop);
  • zowel op het reguliere inkomen als op een ander inkomensbestanddeel (denk aan Belastingdienst/Toeslagen) ligt beslag of loopt een verrekening (verder te noemen brede samenloop).

In naar schatting 45% van alle beslagen is sprake van één van beide vormen van samenloop.

Doel van de wet

Net als bij de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet wil dit voorstel een grondslag geven voor gegevensuitwisseling tussen de verschillende beslagleggende partijen.

In het voorstel worden onder beslagleggende partijen verstaan:

  1. gerechtsdeurwaarders, het LBIO, UWV, de SVB en het college van B&W (zij kunnen beslag leggen op periodiek inkomen);
  2. de ontvanger, de ambtenaar belast met de invordering van waterschapsbelasting en gemeentelijke belasting en de Belastingdienst/Toeslagen (bevoegd tot het doen van een loonvordering); en
  3. de Minister van J&V die bevoegd is tot het nemen van verhaal zonder dwangbevel (CJIB).

Er zijn uitvoeringsorganisaties die de bevoegdheid hebben om een vordering met een (eventueel periodiek) tegoed van de schuldenaar te verrekenen. Bijvoorbeeld de gemeente die een vordering door te veel ontvangen bijstand kan verrekenen met te verstrekken bijstand. Of de Belastingdienst/Toeslagen die een openstaande toeslagschuld kan verrekenen met een voorschot toeslagen. Deze organisaties vallen ook onder het voorstel.

Gegevenswisseling

Het wetsvoorstel moet in ieder geval een antwoord geven op de vraag of het beoogde beslag tot gevolg heeft dat de openstaande vordering binnen een redelijke termijn wordt voldaan.

Als uit de beschikbare informatie blijkt dat bij ongewijzigde omstandigheden de vordering niet binnen 3 jaren kan worden verhaald, is het de vraag of het zin heeft de beslagprocedure door te zetten. De schuldenaar is er niet mee gebaat dat zijn schuld wordt opgehoogd met onnodige kosten.

Welke partijen zijn betrokken?

De uitvoering van deze wet ligt in handen van uitvoerende overheidsorganisaties (de Belastingdienst, UWV, de SVB, het LBIO, het CAK, het CJIB, de gemeenten, de waterschappen) en gerechtsdeurwaarders die beslag op periodiek inkomen mogen leggen of te veel uitbetaalde toeslagen of uitkeringen mogen verrekenen.

Zij moeten de gegevens over al gelegde beslagen en verrekeningen (digitaal) met elkaar delen. Ze krijgen door dit wetsvoorstel te maken met belangrijke wijzigingen binnen hun eigen processen. Daarom zullen er verschillende uitvoeringstoetsen worden gedaan. Door het wetsvoorstel voor internetconsultatie open te stellen kunnen gemeenten en andere organisaties reageren op het voorstel.

Naar verwachting kan de generieke voorziening in de loop van 2021 worden gerealiseerd. Daarna zullen de beslagleggende partijen gefaseerd aansluiten.

Verwachte effecten van de wet

Dit wetsvoorstel beoogt 3 effecten:

  1. Beslag wordt alleen gelegd als te voorzien is dat het beslag effect zal hebben. Dat wil zeggen dat de schuld inbaar is. Onnodige proces- en executiekosten bij gerechtsdeurwaarders voor de schuldenaar worden zo voorkomen.
  2. Bij de vaststelling van de beslagvrije voet wordt proactief rekening gehouden met al lopende verrekeningen en beslagen op andere periodieke inkomsten.
  3. Door de introductie van coördinerende deurwaarders wordt voorkomen dat verschillende beslagleggende partijen de beslagvrije voet vaststellen. Als het nodig is, draagt de coördinerend deurwaarder ook zorg voor de verdeling van de opbrengst van het beslag.

Als deze effecten worden bereikt, zullen ze bijdragen aan een betere bescherming van de beslagvrije voet.

Altijd toegang tot de laatste wet- en regelgeving?

Dat kan met onze juridische kennisbank Inzicht Sociaal Domein!

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina