Versnipperde informatie

WerkloonT vindt z’n oorsprong in een onderzoek dat John Nuyten van Stimulansz uitvoerde voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), met als onderwerp de armoedeval. Hij heeft veel ervaring met tools die een effectief minimabeleid ondersteunen. Voor inwoners met een laag inkomen ontwikkelde hij onder meer BerekenUwRecht, een webapplicatie waarmee inwoners kunnen berekenen of zij recht hebben op bijzondere bijstand en/of andere lokale regelingen.

De ongewenste effecten van de armoedeval zijn volgens Nuyten genoeglijk bekend. “Maar het is voor medewerkers van gemeenten of instanties complex om te achterhalen hoe het financiële plaatje er uitziet na werkaanvaarding. Huurtoeslag, zorgtoeslag, lokale kortingspas, kindgebonden budget: de kennis over wat daarmee gebeurt als je gaat werken is versnipperd en tamelijk algemeen. De vraag: ‘wat houd ik over als ik 200 euro meer ga verdienen dan bijstand?’, kan meestal niet in één keer beantwoord worden omdat de informatie niet compleet is.” Nuyten besloot daar iets op te bedenken. Dat werd WerkloonT, een rekenprogramma dat door het combineren van informatie uit landelijke en lokale bronnen nauwkeurig iemands financiële situatie voor (bijstand) en na (werk) berekent.

Uitstroomsubsidie beter dan bijstand

Minimabeleid schiet naar het idee van Stimulansz zijn doel voorbij als uitkeringsgerechtigden die kunnen en willen werken financieel een stap terug zetten. Het risico daarop is reëel, legt Nuyten uit. “Wat ze erop vooruitgaan verdampt, doordat ze geen huurtoeslag meer krijgen, of doordat de gemeente haar inkomensondersteunende voorziening of kwijtscheldingen intrekt. Ook kosten die er voorheen niet waren, of een stapeling daarvan, breken inwoners met een laag inkomen op. Bijvoorbeeld die van kinderopvang of geld dat ze moeten uitgeven om met de bus naar het werk te komen.”

De gedachte achter WerkloonT is dat werken meer oplevert dan financiële zelfstandigheid, reageert Sam van Grinsven, adviseur Bedrijfsvoering bij Stimulansz. “Behalve geld ook voldoening, werkgeluk, persoonlijke ontwikkeling en het gevoel mee te doen tellen mee. Maar in de perceptie van inwoners ligt dat vaak anders. Brengt werken een inwoner geen duurzame verbetering, dan kost het je daarna als gemeente veel aan begeleiding, inzet en geld om dat weer recht te zetten. Per saldo is een paar honderd euro aan uitstroomsubsidie beter dan iemand maar in de bijstand te laten aanmodderen.”

Mensen durven niet aan het werk

Wat Nuyten opviel tijdens zijn eerdergenoemde SZW-onderzoek: “Velen in de bijstand wílden niet aan het werk. Onder meer een opleidingsinstituut in de zorg merkte dat kandidaten wel wilden maar niet dúrfden. Zij hadden soms net hun schulden weggewerkt en hun financiële situatie weer op orde.” Zo’n delicaat en met moeite bereikt evenwicht verstoren mensen niet graag, is Nuytens bevinding. “Terechte vrees of niet: feit was dat niemand antwoord kon geven op hun vragen, omdat het inzicht gewoonweg ontbrak.”

Hij vergelijkt de situatie met de oversteek van een rivier. “Die rivier is gemiddeld 2,5 meter diep en de inwoner is 1 meter 80 lang. Op sommige plaatsen is het water 40 centimeter diep en op andere 4 meter. Je wilt niet weten wat gemiddeld gezien het beste punt is om over te steken. Je wilt weten wat voor jou het allerbeste punt is om over te steken en ook de plekken kennen waar je zult moeten zwemmen. Nu is alleen het gemiddelde bekend, en dat kan tegenvallen of meevallen. WerkloonT helpt snel duidelijkheid te verschaffen en onzekerheid te elimineren.”

Ondersteunende regelingen

Gemeenten kunnen inwoners met een minimuminkomen er in zulke situaties op attenderen dat er inkomensondersteunende regelingen zijn. Ook als ze geen uitkering hebben maar een laag inkomen. “Bijvoorbeeld door zo’n inwoner voor te leggen dat bij dure kinderopvang of reiskosten een tegemoetkoming mogelijk is. Dat is altijd goedkoper dan een uitkering verstrekken.”

Nazorgloket in Arnhem

Arnhem krijgt de primeur van WerkloonT. Deze gemeente is enthousiast over de applicatie, weten Van Grinsven en Nuyten. Arnhem heeft volgens hen goed nagedacht hoe het instrument straks gebruikt wordt. Zo krijgt wie uitstroomt naar werk ook te horen dat er een ‘nazorgloket’ is. Een nieuwe gang langs afdelingen en instanties is niet nodig.

Het is een goed voorbeeld van hoe gemeenten die met WerkloonT gaan werken, het instrument onderdeel maken van hun proces. Van Grinsven: “Daarvoor moeten medewerkers weten hoe ze de tool gebruiken, hoe ze het gaan inzetten. De medewerkers die dat doen, moeten goed geïnstrueerd zijn.” Klantmanagers en re-integratiemanagers kunnen in de spreekkamer veel profijt hebben van WerkloonT, denkt Van Grinsven: “Als gemeente zie je in een oogopslag waar een inwoner aan toe is. Maar ook aan welke knoppen je moet draaien om de armoedeval  tegen te gaan, of helemaal weg te nemen.”

Nu een oplossing paraat

In veel gemeenten geldt 110 tot 120% van het sociale minimum als armoedegrens. Afhankelijk van het lokale armoedebeleid weet de klantmanager, inkomens- of re-integratieconsulenten al waar de pijn zit, zegt Nuyten. “Stel: van een echtpaar met twee of drie minderjarige kinderen en een kindpakket, gaat een van de partners werken”, geeft hij als voorbeeld. “Van tevoren is duidelijk dat het gezin in de gevarenzone komt; huurtoeslag en zorgtoeslag zakken vermoedelijk. De klantmanager kan inschatten: dit wordt een risicogesprek. Tegen de inwoner kan de medewerker moeilijk zeggen dat die het zich niet kan permitteren om te gaan werken. Werken kán wel, maar dan zal er ook een oplossing aangedragen moeten worden. Fijn als je die al paraat hebt. Dat maakt het gesprek een stuk eenvoudiger.”

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina