De Participatiewet kent de arbeidsverplichting. Komt een inwoner zijn verplichtingen niet na, dan wordt de uitkering tijdelijk verlaagd. Of de inwoner krijgt helemaal geen uitkering meer. Maar zo’n maatregel blijkt niet te werken bij intrinsiek gemotiveerde inwoners. Dat blijkt uit een onderzoek van het UWV onder WW-gerechtigden. Legt u een sollicitatieplicht op aan deze werkzoekenden, dan raakt 40% gedemotiveerd. Ze gaan beduidend minder aandacht besteden aan solliciteren. Dat komt omdat hun intrinsieke motivatie wordt omgezet in extrinsieke motivatie. Bent u zich daarvan niet bewust, dan kunt u er met uw maatregel voor zorgen dat mensen minder hard hun best gaan doen.

Scared Straight

Ander voorbeeld: in de Verenigde Staten liep het programma Scrared Straight. Een educatief programma waarin wordt geprobeerd om jongeren uit criminele buurten op het rechte pad te houden. Dit gebeurde door deze jongeren mee te nemen naar gevangenissen en mortuaria en hen zo de gevolgen van criminaliteit te tonen. Wat bleek? Van die jongeren die hadden meegedaan aan dit programma belandden er veel meer in de criminaliteit dan van de jongeren die niet hadden meegedaan. Eén van de verklaringen is dat de angst voor het onbekende groter is dan de angst voor het bekende: de gevangenis en het mortuarium was inmiddels bekkend terrein.

Intuïtief versus analytisch denken

We gaan ervanuit dat mensen doordacht handelen. Maar in werkelijkheid nemen we veel beslissingen intuïtief, vrijwel zonder nadenken. Het analytische denksysteem komt pas in beweging wanneer dit wordt aangesproken. Heel vaak heb je dan intuïtief al een besluit genomen. Dat is ook het geval bij economische beslissingen. Je bedenkt daarvoor dan vanuit het analytische denksysteem argumenten, zonder nog naar tegenargumenten te kijken. Systeem 1 denkt automatisch, emotioneel en onderbewust, systeem 2 denkt langzamer en doelbewuster. In zijn veelgeprezen boek ‘Think fast en slow’ (Nederlandse vertaling: ‘Ons feilbare denken’) toont de Israëlische psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman aan hoe de twee denksystemen kunnen leiden tot totaal verschillende uitkomsten, zelfs met dezelfde informatie. Bij het nemen van beslissingen staat ons intuïtieve denken centraal, ook al vinden we dat we alles heel rationeel hebben doordacht. Dat komt omdat systeem 1 van oudsher ons overlevingsmechanisme is.

Vertrouw niet op uw intuïtie

Wat u hiermee kunt als beleidsadviseur? Véél! Bij het formuleren en uitvoeren van beleid is het belangrijk rekening te houden met gevoelsmatige keuzes van mensen. Andersom moet u beseffen dat uw intuïtie waarschijnlijk niet klopt. Denkt u vanuit intuïtie dat iets werkt, dan werkt het meestal niet. Vertrouw daar dus niet op. Bijvoorbeeld als het gaat om het tegengaan van misbruik van sociale voorzieningen. Dat illustreert dit experiment: twee groepen studenten vulden een vragenlijst in. Per goed antwoord kregen ze geld. Zij moesten hun antwoorden versnipperen en vertellen hoeveel antwoorden goed waren. Ook kregen alle deelnemers een echte Gucci-zonnebril, maar één van de twee groepen werd verteld dat het een nepartikel was. De mensen in deze groep fraudeerden beduidend meer. Hoe dat kan? Voor hun gevoel waren ze met het accepteren van de nepzonnebril al een eerste grens overgegaan.

Stel de norm scherp

In zijn boek ‘The honest truth about dishonesty’ schrijft Dan Ariely hoe het komt dat mensen oneerlijk gedrag vertonen. Vaak is een glijdende schaal. Mensen doen één klein dingetje dat niet helemaal eerlijk is. Komt daar geen reactie op, dan is de stap  om iets te doen dat nog een beetje oneerlijker is heel makkelijk. Daarom is het bij een eerste overtreding ook, of misschien wel juist, van belang om die norm scherp te stellen. Dan is de kans op een tweede misstap kleiner.

Sluit aan bij drijfveren

Beter is het om aan te sluiten bij de drijfveren van mensen. Die zijn ten diepste vrij generiek, zo leren we uit de gedragswetenschap. Ten eerste willen mensen allemaal autonomie en vooral gemotiveerd voor onze eigen ideeën en plannen. Ten tweede hebben mensen een hang naar zekerheid. Zo is er onderzoek gedaan naar mensen met een verhoogd risico op de Ziekte van Hodgkin. Mensen die zich hadden laten testen en wisten dat ze de ziekte hadden, bleken gelukkiger dan mensen die zich niet hadden laten testen en dus niets wisten. Zekerheid is belangrijk voor ons mensen.

Ten derde streven we naar energiebehoud: we doen graag zo weinig mogelijk moeite om iets voor elkaar te krijgen. En zeggen vaak ‘ja’ tegen iets en doen vervolgens niets. Dus: willen we gedrag beïnvloeden, dan moeten we zo makkelijk mogelijk maken en drempels wegnemen. Dat is helder uitgewerkt in het rapport ‘Weten is nog geen doen; Een realistisch perspectief op redzaamheid uit’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uit april 2017. De WRR wijst ermee op het belang van niet-cognitieve vermogens, met kennis uit de gedragswetenschap. Zoals: doelen stellen, in actie komen, volhouden en omgaan met verleidingen en tegenslag. Kennis en intelligentie alleen zijn niet genoeg voor redzaamheid. Ook mensen met een goede opleiding en een goed inkomen kunnen in moeilijkheden komen omdat ze even niet opletten of zaken voor zich uitschuiven.

Drempels verlagen

Een goed voorbeeld van onze hang naar energiebehoud is het donorregister. Aanmelden kost energie, want je moet een aantal handelingen uitvoeren. Veel mensen die best donor hadden willen worden, meldden zich daardoor niet aan. De nieuwe aanpak werkt beter: als je het register niet invult, komt er ‘Geen bezwaar tegen orgaandonatie’ bij je naam te staan. Vertaald naar de praktijk van het sociaal domein: u kunt mensen vragen dat ze eventuele wijzigingen in hun leefsituatie moeten doorgeven, op straffe van een maatregel. Maar u kunt hen er ook regelmatig aan helpen herinneren door ernaar vragen. Dat verlaagt de drempel. Sancties opleggen, zoals een boete, een verlaging van de uitkering of het stopzetten van schulphulp, helpt niets. Dat veroorzaakt alleen maar meer stress en minder wilskracht, waardoor mensen steeds meer fouten gaan maken.

Motiverende woorden

Bied mensen dus positieve ondersteuning. Daarbij helpen bijvoorbeeld motiverende woorden die te maken hebben met actief zijn. Doe dit in gesprekken, brieven, voorlichtingsteksten en beschikkingen. En in een plan van aanpak. Ook plaatjes die duiden op activiteit, werken en verantwoordelijkheid nemen stimuleren het onderbewuste van mensen. Dat dit werkt bewijst het experiment waarbij studenten van de ene naar de andere ruimte moesten, lopen nadat ze associaties hadden gemaakt aan de hand van bepaalde woorden. Wat bleek? De groep die woorden had gekregen die te maken hadden met ouderdom – zoals vergeetachtig, kaal, grijs en rimpel – liep duidelijk langzamer dan de groep die met andere woorden moest associëren. Dat terwijl het woord ‘oud’ niet was genoemd. Het idee ‘hoge leeftijd’ had zich dus in hun onbewuste genesteld, en daar zijn ze naar gaan handelen. Waardevolle inzichten uit de gedragswetenschap, waarmee we iets kunnen in het sociaal domein.

Gedragswetenschap en de omgekeerde toets

Voor iedereen die werkt in het Sociaal Domein is kennis van uit gedragswetenschap waardevol voor het ontwikkelen en uitvoeren van beleid. Zeker ook voor gemeenten die werken met de omgekeerde toets. Deze methodiek geeft inwoners en cliënten een oplossing op maat. Dit lijkt in te druisen tegen het gelijkheidsbeginsel, maar de werkelijkheid is dat niet-objectieve factoren altijd een rol spelen in ons onderbewuste. Wist u bijvoorbeeld dat, als u een sollicitatiegesprek hebt met iemand die een kopje warme drank in de handen houdt, de kans groter is dat u wordt aangenomen? We bedoelen maar.

banner opleidingen en trainingen sociaal domein

Neem nu contact op met

Mr. Evelien Meester

Teammanager Innovatie en Strategie. ‘Omdenker’ van het sociaal domein.

Anderen bekeken ook