In 2020 groeide het aantal mensen in de bijstand, maar minder dan verwacht

Toename van het aantal mensen in de bijstand. En meer cijfers in de jaarrapportage 2020 van de Benchmark Werk & Inkomen.

Er werd gevreesd dat door de coronacrisis het aantal mensen in de bijstand explosief zou stijgen. In die zin is de landelijke stijging met 3,4% lager dan verwacht. Maar “dat het meevalt” zou een onjuiste conclusie zijn, waarschuwt Divosa-voorzitter Erik Dannenberg in het voorwoord van de jaarrapportage. ‘Er zijn nog steeds tienduizenden mensen voor hun inkomsten afhankelijk van een van de coronamaatregelen van de overheid zoals de Tozo’, legt Dannenberg uit.
‘Juist nu moeten we iedereen blijven uitnodigen om mee te doen en mensen niet “afschepen” met een uitkering.’ Dannenberg pleit voor een combinatie van het gebruik van kennis op basis van onderzoek en menselijk contact. ‘Goed dat steeds meer gemeenten inzichten op basis van cijfers en onderzoek gebruiken.’
De Benchmark Werk & Inkomen is gebaseerd op cijfers van 238 gemeenten. Zij vertegenwoordigen zo’n 86% van het bijstandsbestand en 67% van alle gemeenten in Nederland in 2020. Daarmee zijn de cijfers representatief voor heel Nederland. Voor de jaarkaart zijn de cijfers gewogen naar omvang van de gemeente, zodat er een landelijk gemiddelde is berekend.

Bijstandscijfers in perspectief

Hoewel relatief veel mensen in 2020 de bijstand instroomden, waren het grotendeels dezelfde mensen die weer uitstroomden. Van alle mensen die in 2020 de bijstand uitstroomden had 50% maximaal 1 jaar bijstand ontvangen. Vooral jongeren vroegen in 2020 een bijstandsuitkering aan. Die jongeren stroomden doorgaans ook weer redelijk snel uit naar scholing of werk. Eerder dit voorjaar publiceerde de Divosa Benchmark Werk & Inkomen een rapportage over de ontwikkeling van het bijstandsbestand en aanvragen voor Tozo-levensonderhoud in 2020.

Veranderingen bij uitstroomredenen

Net zoals voorgaande jaren stroomden in 2020 de meeste mensen uit naar werk (36%), hoewel dit percentage wel lager uitviel. Ook stroomden minder mensen uit de bijstand door handhaving: van 10% in voorgaande jaren naar 8% in 2020. Gemeenten zetten in 2020 minder in op handhaving.
Daarnaast lag het percentage uitstroom naar school in 2020 met 6% hoger dan de jaren daarvoor (5%). Deze kleine toename kan samenhangen met een hogere instroom van jongeren (< 27 jaar) die in de zomer weer uitstroomden. Meestal gebeurt dit doordat jongeren in de zomer een opleiding starten.

Kleine afname bij parttime werk

Het percentage bijstandsgerechtigden dat inkomsten uit werk heeft, daalde in 2020 licht. Een afname is niet verrassend gelet op de terugloop in werkgelegenheid in 2020. De afname blijft echter beperkt. In 2020 kreeg 7,6% van de bijstandsgerechtigden inkomsten uit werk naast hun bijstandsuitkering. In de voorgaande jaren lag dit percentage rond de 8%.

Stijgende trend loonkostensubsidie zet door

In 2020 waren ruim 22 duizend mensen aan het werk met een loonkostensubsidie. Afgezet tegen het aantal mensen dat een bijstandsuitkering ontvangt, gaat het om 5,4%. Dit percentage stijgt sinds de invoering van de loonkostensubsidie in 2015 elk jaar. De stijging is het sterkst in kleinere gemeenten (< 50.000 inwoners): in 2020 steeg het percentage van mensen met een loonkostensubsidie ten opzichte van het bijstandsbestand naar 9,5%.

Meer lezen over de jaarcijfers?

Bekijk dan het uitgebreide overzicht in de jaarrapportage 2020.

Benchmarks

De Benchmark Werk & Inkomen bestaat sinds 2013 en wordt beheerd door Divosa, Stimulansz en BMC Yacht. De benchmarkorganisatie beheert ook de Benchmark Armoede & Schulden en de Benchmark Statushouders. Dit jaar start een pilot voor een Benchmark Sociaal Domein. Met de benchmarks kunnen gemeenten hun resultaten meten en vergelijken. Daarbij staat leren en verbeteren voorop. Kijk voor meer informatie op: benchmarks-voor-gemeenten.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Redactie helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?