De inlichtingenplicht

In artikel 17, eerste lid Participatiewet staat: De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.

De vraag is nu of het aanschaffen van een voertuig een feit is waarvan het de uitkeringsontvanger redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat het van invloed kan zijn op het recht op bijstand. En dat zal per gemeente en per bijstandsgerechtigde vastgesteld moeten worden.

Veel gemeenten hebben in hun beleid opgenomen dat voertuigen die minder waard zijn dan een bepaald bedrag en ouder dan x jaar niet meetellen voor het vermogen. Een voertuig aanschaffen van spaargeld dat binnen het vrij te laten vermogen valt is verschuiving van vermogen, maar geen toename.
Stel een bijstandsontvanger koopt van zijn spaargeld een auto van 18 jaar oud met een waarde van € 800,-. Kent de bijstandsontvanger bovenstaande regels? Als het goed is heeft de gemeente hem hierover geïnformeerd. Hij weet dan dat de auto geen invloed heeft op zijn recht op bijstand.

En in dat geval is er geen sprake van schending van de inlichtingenplicht. Blijkt achteraf sprake te zijn van een voertuig met een te hoge waarde? Dan is een schending van de inlichtingenplicht helder en kan natuurlijk wel een boete worden opgelegd. Datzelfde geldt als belanghebbende handelt in auto’s. Dan hoort de auto namelijk niet meer tot zijn vermogen, maar dan hoort de winst bij zijn inkomen. En inkomen moet altijd gemeld worden.

Hoe komt u er dan achter?

Er zijn veel redenen waarom u wel graag wilt weten of er sprake is van schending van de inlichtingenplicht. Bijvoorbeeld omdat u wilt weten hoe het voertuig is bekostigd (ontvangen erfenis of verzwegen inkomsten) en of de waardebepaling van het voertuig door de uitkeringsontvanger wel overeenkomt met uw eigen waardebepaling. Bovendien kan er sprake zijn van handel (en dus van inkomsten). Of misschien gaat het wel om een busje en vermoed u zwart werk.

De vraag of een boete of een waarschuwing moet worden opgelegd is eenvoudiger als iemand maandelijks een verklaring moet inleveren, waarop expliciet gevraagd wordt naar voertuigbezit. In dat geval is het namelijk een onwaarheid als hij invult dat hij geen voertuig heeft aangeschaft. Datzelfde geldt als hij dit niet aangeeft op een statusformulier waarop hier expliciet naar wordt gevraagd.

Conclusie

Kortom, het enkele feit dat het niet melden van voertuigbezit niet in alle gevallen een schending van de inlichtingenplicht is en tot een boete leidt, wil niet zeggen dat er geen aanleiding is om nader onderzoek te doen. Dat is – zoals ik hierboven heb betoogd – juist heel belangrijk. Alleen, dat staat los van de vraag of een boete opgelegd kan worden wegens schending van de inlichtingenplicht.

Meer informatie over de inlichtingenplicht vindt u in Inzicht sociaal domein.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina