Wie de nieuwe regeling goed weet uit te nutten kan een groot vermogen vrijspelen, dat kan oplopen tot € 250.000 (bij een gezin het dubbelen). De Participatiewet is het sluitstuk van ons sociale stelsel. De Participatiewet strekt er toe inkomensondersteuning te bieden aan alle Nederlanders (en daarmee gelijkgestelden) als er geen andere voorzieningen zijn. De Participatiewet verstrekt inkomensvoorzieningen afgeleid van het minimumloon. Een vermogen mag een bijstandsgerechtigde slechts in bescheiden mate behouden en wel tot maximaal ca € 6000,00 per persoon (voor een gezin is dit het dubbele). Zit het vermogen in een huis, dan is er een extra vrijlating van ca € 50.000 (verbonden aan de woning). Dit systeem functioneert zo al tientallen jaren. Alleen het niveau van de maandelijkse uitkering kent een dalende tendens. Het meest recente voorbeeld hiervan is de kostendelersnorm.

Vermogen onderbrengen in lijfrente

Per 1 april 2016 is de wet vrijlating lijfrenteopbouw in werking. Deze wet wijzigt onder meer de Participatiewet. Wie de nieuwe regeling goed weet uit te nutten kan een groot vermogen vrijspelen, dat kan oplopen tot € 250.000 (bij een gezin het dubbelen). Daarvoor is het noodzakelijk dat het vermogen wordt ondergebracht in lijfrenten, die tot uitbetaling komen als de pensioengerechtigde leeftijd wordt bereikt. De beslissing om lijfrente te nemen, moet wel zes jaar voor ingang van de bijstand zijn geëffectueerd. Deze vrijstelling staat los van de pensioenen die men uit andere hoofden gaat ontvangen, als de pensioengerechtigde leeftijd wordt bereikt.

Vermogensvrijlating per gezin tot € 562.000

Alle vrijlatingen samen genomen is de conclusie dat de vermogensvrijlating voor een gezin in de Participatiewet kan oplopen tot € 562.000. De nieuwe lijfrentevrijlating in de Participatiewet kost de staat per jaar structureel 136 miljoen euro. Om even te vergelijken, de invoering van de kostendelersnorm leverde een besparing op van 95 miljoen euro (structureel). Robin Hood zou zich in zijn graf omdraaien.

Uiteraard is het wel de vraag hoe duurzaam dit nieuwe Rijksbeleid is. De goed verdienende 40-jarige met vermogen wil nu een goede afweging kunnen maken hoe hij zijn vermogen het best kan beleggen. Te beginnen in lijfrente zou ik zeggen. Maar zal de lijfrentevrijlating in de Participatiewet over 25 jaar ook nog gelden?

Participatie is van ons allemaal

Kortom, de nieuwe situatie is even wennen voor wie in bij de Participatiewet aan de oude Bijstandswet of Armenwet denkt. De Participatiewet gaat sociale zekerheid regelen voor personen die ook nog zelf in hun bestaan kunnen voorzien. Het werkt minder stigmatiserend en dat voelt goed. Participatie is iets van ons allemaal, rijk en arm. Dat is niet de eerste stap, want voor de re-integratievoorzieningen zijn niet-uitkeringsgerechtigden en personen met een Anw-uitkering op voorhand ook niet uitgesloten als zij over aanzienlijke vermogens beschikken.

Wetboek sociaal domein

De wijze waarop personen met vermogen in lijfrenten toegang krijgen tot de Participatiewet is een aanpak die goed te kopiëren is naar andere groepen. Bij de wet vrijlating lijfrenteopbouw is gekozen om het deel dat je wilt vrijlaten te duiden als een voorliggende voorziening, die niet in aanmerking hoeft te worden genomen. Dit opent de weg om ook op vrij eenvoudige wijze IOAWérs, IOAZérs (maar ook andere gerechtigden op sociale zekerheid) de Participatiewet in te schuiven. Daarmee wordt de deur geopend om ook andere inkomensregelingen in de Participatiewet te incorporeren. Een mooi visioen: op weg naar een wetboek sociaal domein.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina