Nog een klein jaar en dan gaat de nieuwe Wet inburgering 2021 van kracht. Taalcoaching wordt belangrijker in deze vernieuwde wet. Er wordt namelijk benadrukt dat de combinatie van formeel en non-formele taalcoaching bijdraagt aan het snel en effectief onder de knie krijgen van de Nederlandse taal. Mooi nieuws! Maar: zitten taalscholen hier zelf ook op te wachten en wat hebben zij nodig om die belangrijke verbinding te leggen tussen hun formele onderwijs en taalcoaching door vrijwilligers?

Dé taalvrijwilliger bestaat niet

Om dit in kaart te brengen sprak Begint met Taal zeven taalscholen en ROC’s, groot en klein, geografisch verdeeld over het land. Bij deze taalscholen wordt regelmatig gewerkt met vrijwilligers, al is de manier waarop en de organisatie hiervan zeer verschillend van aard. Sommige taalscholen werken samen met en leunen op een sterk lokaal netwerk en werven vrijwilligers via lokale vrijwilligersorganisaties of bibliotheken. Andere taalscholen werven en trainen vrijwilligers volledig zelfstandig en zetten ze ook zelf in. Vrijwilligers worden door de onderzochte taalaanbieders ingezet op vele manieren. Immers, zoals een van de respondenten treffend omschrijft: net zomin als dé anderstalige, bestaat dé taalvrijwilliger ook niet. Respondenten zetten vrijwilligers in als taalmaatje, in taalcafés, als coördinator, als administratieve hulp of als assistent in de klas.

Combineer formeel en non-formeel

Uit het onderzoek blijkt dat taalscholen de inzet van vrijwilligers in de klas ook beschouwen als non-formeel taalonderwijs. In het VIME-model valt de ondersteuning door vrijwilligers in de klas onder formeel taalonderwijs. Dit model is ontwikkeld met o.a. ITTA en ROC West Brabant, en wordt o.a. genoemd in de handreiking van SZW voor gemeenten ‘van beleid naar inkoop in de inburgering’. Formeel taalonderwijs is ontzettend waardevol. Maar het in de praktijk – letterlijk buiten het klaslokaal – toepassen van de opgedane taalkennis vergroot de leercurve en geeft het zelfvertrouwen dat nodig is om een taal écht te gaan beheersen en mee te doen in een samenleving. Het Begint met Taal pleit daarom voor de combinatie van formeel les én non-formele taalcoaching.

Taalcoaching noodzakelijk maar te tijdrovend en te kostbaar

De onderzochte taalscholen zien allemaal nut en noodzaak van taalcoaching als aanvulling op de les. Zonder uitzondering staan ze hier positief tegenover. Ze willen meer doen met taalcoaching en vrijwilligers maar de praktijk maakt dat nu vaak lastig. De oorzaken zijn gevarieerd: het kost (te) veel tijd en er wordt te weinig geld vrijgemaakt door de taalscholen en overheid om taalcoaching te organiseren danwel een samenwerking aan te gaan met een lokale partner. Dat is jammer gezien de breed gedragen visie over de meerwaarde van taalcoaching.

Het werven van vrijwilligers is een zware dobber en als ze er eenmaal zijn, moeten vrijwilligers professioneel opgeleid en begeleid worden door een coördinator of iemand die verantwoordelijk is voor vrijwilligersmanagement. Dat valt of staat met geld en daar blijkt het vaak aan te ontbreken. Het ontbreekt vaak ook aan (tijd voor) lokale samenwerking. Een lokale partner die taalcoaching organiseert kan taalscholen ontlasten, maar om een goede samenwerking te vormen en te behouden blijft menskracht nodig. Daarnaast blijkt dat de zichtbaarheid van lokale organisaties die taalmaatjes aanbieden te laag is: soms zijn er wel vrijwilligersorganisaties actief, maar weet de taalschool ze nog niet te vinden.

Een taalcoach is geen docent

Uit het onderzoek blijkt dat er soms scepsis is over het voorradige potentieel van professioneel opgeleide vrijwilligers die weten wat hun rol is. Het Begint met Taal is van mening dat taalvrijwilligers niet als docent hoeven te fungeren en dus ook niet over de bijbehorende vaardigheden hoeven te beschikken. Bovendien is er voldoende specifiek taalcoach-materiaal beschikbaar waarmee taalvrijwilligers goed beslagen ten ijs komen in hun gesprekken met nieuwkomers. Het aanbod van Het Begint met Taal is breed en nog altijd groeiende maar nog bij maar weinig taalscholen bekend. Ze kennen met name Spreektaal maar weten vaak niet het bestaan van Gezonde Taal, Taal in de Praktijk en de trainingen en webinars die Het Begint met Taal verzorgt.

Wat doet de gemeente?

De rol van gemeenten bij het combineren van taalles met taalcoaching is nog beperkt, concludeert Het Begint met Taal. Een van de gemeentes waarin de onderzochte taalscholen vallen hanteert een convenant formeel/non-formeel onderwijs waarin samenwerkingen tussen formele taalaanbieder en vrijwilligersorganisaties bekrachtigd kunnen worden. Een andere gemeente geeft taalscholen subsidie voor taalcoaching die door de bibliotheek wordt uitgevoerd. Op de meeste locaties heeft de gemeente echter nog geen bemoeienis met het verbinden van taalcoaching aan het onderwijs. De onderzochte taalscholen zijn van mening dat er winst te behalen is als de gemeente het koppelen van taalcoaching aan taalles in de aanbesteding meeneemt of zelfs verplicht stelt.

Het Begint met Taal als expert

Het Begint met Taal wil er alles aan doen om zoveel mogelijk nieuwkomers en vrijwilligers met elkaar in gesprek te laten gaan. Dat taalcoaching dé krachtige en effectieve aanvulling is op formeel taalonderwijs is al langere tijd de overtuiging van de stichting. Als expert op het gebied van taalcoaching wil Het Begint met Taal inspelen op de behoeftes van taalscholen bij het aanbieden van taalcoaching. Bijvoorbeeld door uitbreiding van materiaal, nog meer aandacht vragen voor de toegevoegde waarde van taalcoaching bij landelijke en lokale overheden en het leggen van lokale verbindingen tussen formele taalaanbieders en vrijwilligersorganisaties.

‘Waar een wil is, is een weg’

De wil om samen te werken is groot bij de taalscholen en bij de vrijwilligersorganisaties, alleen het ontbreekt aan tijd en menskracht om dit goed vorm te geven. Ook gemeenten zien het belang van deze gouden combinatie in. Zij kunnen (en moeten) hier een meer sturende rol in spelen. Nu is het moment om hiermee te experimenteren, te leren en te verbeteren. Het Begint met Taal speelt hier graag een rol in.

Uit het onderzoek van Het Begint met Taal naar de behoefte van formele taalaanbieders aan taalcoaching als aanvulling op formeel taalonderwijs komen handvatten voort waarmee alle betrokkenen aan de slag kunnen.

Aan de slag!

1. Aanbeveling voor organisaties die taalcoaching bieden:

• Ga in gesprek met formele taalaanbieders in jouw omgeving.
• Zorg dat je goed zichtbaar bent bij taalscholen, vrijwilligers en nieuwkomers.
• Bespreek met taalscholen welke rol jij kunt spelen rondom vrijwilligers werven, trainen en begeleiden en geef aan welke vergoeding je daar voor nodig hebt.

2. Aanbeveling voor formele taalaanbieders:

• Ga in gesprek met organisaties die taalcoaching bieden in jouw omgeving.
• Promoot de combinatie van taalles en –coaching bij jouw collega’s en in de gesprekken met de gemeente.
• Stimuleer cursisten om de voordelen van taalcoaching te benutten.

3. Aanbeveling voor gemeenten:

• Combineer altijd formeel onderwijs en non-formele taalcoaching (vrijwilligers die buiten de les worden ingezet). Benut ook andere plekken waar nieuwkomers taalcontact hebben, zoals op de werkvloer, sportverenigingen en buurtcentra.
• Zorg voor visie en beleid op beide en hun samenhang. Het NT2-taalvrijwilligersmodel geeft goede handvatten.
• Borg als gemeente de wijze waarop non-formeel aanbod wordt ingezet. Dat kan op verschillende manieren:
i. Maak als gemeente afspraken met non-formele aanbieders. Zorg voor een rechtstreekse subsidierelatie met hen, maak samenwerking met formeel aanbod een criterium.
ii. Leg bij aanbesteding voor taalaanbieders vast in het bestek dat non-formele partners moeten worden ingezet.

Wilt u meer weten over de nieuwe Wet inburgering 2021?

Speciaal voor u hebben wij een samenvatting gemaakt.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina