Dit geldt met name voor het organiseren van de hulp voor jongeren met ernstige of meervoudige problemen. Dat gemeenten hier moeite mee hebben, is niet verwonderlijk als je kijkt naar de houding van gemeenten (en de overheid in het algemeen) ten opzichte van meerderjarige jongeren en de behoeften van deze groep. Ik pleit daarom in dit artikel voor een andere, meer flexibele en proactieve houding van gemeenten ten opzichte van meerderjarige jongeren.

Verschil meerderjarigheid en volwassenheid

In Nederland zijn jongeren vanaf achttien jaar bij wet ‘meerderjarig’. En hieraan zijn door de overheid een aantal rechten en plichten verbonden. Bijvoorbeeld het recht om te stemmen en de verplichting om een zorgverzekering af te sluiten. De overheid verwacht verder ook dat meerderjarigen zich ‘volwassen’ gedragen. Bijvoorbeeld dat zij op een verstandige manier omgaan met de kansen en verleidingen in onze samenleving en dat zij om hulp vragen als ze problemen hebben. Maar dit laatste lijkt niet meer te passen bij onze huidige samenleving. De ideeën over het moment waarop jongeren ‘volwassen’ zijn, zijn namelijk de afgelopen decennia sterk veranderd. Steeds meer mensen vinden bijvoorbeeld dat jongeren langer ‘kind’ mogen blijven en moeten kunnen genieten van hun jeugd. Dus ook na het bereiken van de meerderjarigheid. Er lijkt dus een kloof te zijn ontstaan tussen het moment waarop jongeren meerderjarig zijn en het moment waarop zij volwassen zijn. En in de praktijk blijkt deze kloof ervoor te zorgen dat jongeren niet goed geholpen kunnen worden door de overheid.

“Past de leeftijdsgrens van 18 jaar nog bij onze hedendaagse samenleving en de jongeren van nu?”

Historisch perspectief

De  leeftijdsgrens waarop jongeren in Nederland bij wet ‘meerderjarig’ zijn, ligt pas sinds 1988 op achttien jaar. Daarvoor – van 1901 tot 1988 – lag deze grens ruim driekwart eeuw op 21 jaar. En voor 1901 lag deze grens zelfs op 23 jaar. Dat de leeftijdsgrens twee keer is verlaagd, is zeer goed te begrijpen als je kijkt naar de grote sociale en economische veranderingen in onze samenleving die daaraan vooraf gingen. Bijvoorbeeld de opkomst van de industrie en de wereldhandel in de tweede helft van de negentiende eeuw, de economische crisissen in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw en de daaruit voortvloeiende vraag om meer democratische inspraak van jongeren.

De vraag is nu of de huidige leeftijdsgrens van achttien jaar en de bijbehorende houding van de overheid nog past bij onze hedendaagse samenleving en de jongeren van nu. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is het van belang om de positie van jongeren in onze samenleving in relatie tot de belangrijkste sociale en economische veranderingen onder de loep te nemen.

De achterbankgeneratie

De huidige generatie jongvolwassenen wordt ook wel de ‘achterbankgeneratie’ genoemd. De naam verwijst naar het idee dat deze kinderen in hun jeugd overal met de auto naar toe werden gebracht. Of het nou naar school, naar de muziekles of naar de voetbal was. Maar de naam laat ook zien wat voor beeld er bestaat over deze generatie jongeren. Zij zouden namelijk door hun ouders zijn verwend en vertroeteld en zijn behandeld als kleine prinsjes en prinsesjes. En hierdoor zouden zij geen enkele verantwoordelijkheid of discipline meer hebben. Maar dit beeld en de gevolgen die eraan zijn verbonden, zijn echter nogal kort door de bocht en zijn beter te verklaren als we kijken naar de heersende opvattingen in onze samenleving.

De jongeren van nu zijn opgegroeid in tijden van grote economische voorspoed en technologische vooruitgang. En dat is direct terug te zien in de opvoeding die zij hebben gekregen. Want waar de focus in de opvoeding vroeger lag op zaken zoals gehoorzaamheid, verantwoordelijkheid en discipline, is de focus in de afgelopen twintig tot dertig jaar steeds meer komen te liggen op de individuele ontwikkeling en geluk. Ouders van nu stimuleren hun kinderen dan ook meer dan vroeger om door te studeren, te sporten, muziek te maken, kunst te maken en te reizen.

Nieuwe gezinsverhoudingen

Dat de positie van jongeren in onze samenleving de afgelopen decennia is veranderd is ook terug te zien aan de positie van jongeren in gezinnen. De klassieke verhoudingen – met een vader aan het hoofd van het gezin en een moeder die zorgt voor de kinderen – hebben plaats gemaakt voor nieuwe en meer flexibele verhoudingen. Kinderen worden bijvoorbeeld op steeds jongere leeftijd als volwaardig lid van het gezin gezien en hebben een stem bij beslissingen die hun aangaan. Bijvoorbeeld over hoe zij zich kleden, waar ze hun vrije tijd aan besteden en hoe laat ze thuis moeten zijn na een feestje. Door de meer democratische gezinsverhoudingen zijn jongeren van nu dan ook een stuk mondiger dan vroeger. En jongeren gaan daarom ook niet zomaar akkoord met wat anderen hun vertellen en voorschrijven. Veel jongeren hebben nu dan ook moeite met de houding van de overheid die allerlei dingen voorschrijft en overal verplichtingen aan stelt.

Door de nieuwe gezinsverhoudingen zijn jongeren ook steeds meer naast  hun ouders komen te staan. Dit geldt in het bijzonder voor meerderjarige  jongeren. En veel ouders omschrijven hun relatie met hun meerderjarige  kinderen dan ook als ‘vriendschappelijk’ en/of ‘gelijkwaardig’. Dat  jongeren er steeds vaker voor kiezen om na hun achttiende langer bij hun  ouders te blijven wonen, vinden veel ouders dan ook geen enkel  probleem. En de gemiddelde leeftijd waarop jongeren het ouderlijk huis  verlaten is de afgelopen decennia dan ook fors toegenomen. Maar dit is  niet alleen het resultaat van veranderde gezinsverhoudingen. Zo kiezen  jongeren er ook steeds vaker voor om op latere leeftijd te gaan  samenwonen, te trouwen en kinderen te krijgen. En thuis wonen is  simpelweg ook een stuk comfortabeler dan alleen of in een studentenhuis  wonen. Zo staat ’s avonds het eten op tafel, wordt de was gedaan en is  de koelkast altijd goed gevuld.

“Een steeds groter gedeelte van de jongeren is ‘gedwongen’ om thuis te blijven wonen”

Financieel gedwongen

Maar niet alle jongeren kiezen ervoor om langer thuis te blijven wonen. Een steeds groter gedeelte van de jongeren is ‘gedwongen’ om thuis te blijven wonen. Zelfstandig wonen is namelijk voor veel jongeren simpelweg niet meer te betalen. Een combinatie van verschillende factoren heeft er voor gezorgd dat de financiële positie van jongeren en dus ook hun positie op de woningmarkt de afgelopen jaren sterk achteruit is gegaan. Zo zijn er met name in de grote steden – waar veel jongeren juist naar toe trekken – nauwelijks nog betaalbare huur- of koopwoningen voor jongeren. En dit heeft er niet alleen voor gezorgd dat jongeren langer thuis blijven wonen, maar heeft er ook voor gezorgd dat steeds meer studenten ‘gedwongen’ zijn om na hun studie in een studentenhuis te blijven wonen of om terug bij hun ouders te gaan wonen.

Eén van de meest voor de hand liggende redenen waardoor de financiële positie van jongeren is verslechterd, is dat jongeren steeds langer doorstuderen en dus pas op latere leeftijd beginnen met (fulltime) werken. Hierdoor hebben zij bij het bereiken van de meerderjarigheid veelal niet de financiële middelen om zelfstandig te gaan wonen. Dit is door het afschaffen van de basisbeurs voor studenten verder versterkt.

Een andere belangrijke reden is de stijging van de huurprijzen. Voor een kleine studio betaal je momenteel al snel € 500 tot € 600 per maand. En met de kosten voor het levensonderhoud – die de afgelopen jaren ook sterk zijn toegenomen – daar nog eens bovenop is dat voor de meeste jongeren onbetaalbaar. Zonder financiële bijdrage van ouders is het voor een groot deel van de jongeren dus simpelweg niet mogelijk om op zichzelf te gaan wonen.

Gelukkig afhankelijk

Jongeren zijn door hun nieuwe positie in onze samenleving langer afhankelijk van hun ouders. En de meeste mensen in onze samenleving vinden dat geen enkel probleem. Zeker niet als men bedenkt dat de generatie jongeren van nu één van de gelukkigste is van de wereld. Het gevolg van dat jongeren langer afhankelijk zijn, is echter dat zij zich steeds langer als ‘kind’ gedragen en pas op latere leeftijd zelfstandig zijn. En ik durf dus vrij zeker te zeggen dat de houding en de verwachtingen van de overheid ten opzichte van meerderjarige jongeren in veel gevallen niet meer passen bij de jongeren van nu. De vraag is nu of dit erg is? En of de overheid zijn houding en verwachtingen moet aanpassen?

Toegenomen kwetsbaarheid

Naast dat de kloof tussen meerderjarigheid en volwassenheid steeds groter wordt, wordt de kloof ook steeds dieper. Hiermee bedoel ik dat meerderjarige jongeren steeds kwetsbaarder zijn en de kans op problemen de afgelopen decennia fors is toegenomen. Zo is de kans om uit te vallen in onze samenleving sterk toegenomen. Dit komt onder andere door de verslechterde positie van jongeren op de arbeidsmarkt en de toegenomen kans op schulden en psychische problemen.

De positie van jongeren op de arbeidsmarkt is verslechterd door een combinatie van factoren. Zo is het aan de ene kant lastiger geworden om als starter werk te vinden. Zo stellen werkgevers steeds meer eisen aan nieuwe werknemers en worden voor startersfuncties steeds vaker mensen gezocht met enkele jaren werkervaring. Daarnaast zijn in de afgelopen jaren ook veel startersfuncties vervangen door onbetaalde stage- en werkervaringsplekken. Aan de andere kant is het ook lastiger geworden om werk vast te houden. Zo hebben steeds minder jongeren een vast contract en wisselen jongeren – al dan niet noodgedwongen – vaker van werkgever aan het begin van hun carrière. Dit is een direct gevolg van een steeds verder flexibiliserende arbeidsmarkt, de economische crisis en werkgevers en werknemers die door de onzekerheid zo min mogelijk risico’s willen nemen. De Wet werk en zekerheid – die een averechts effect heeft gehad – heeft dit nog eens verder versterkt.

Jongeren zijn ook steeds kwetsbaarder omdat de kans op schulden steeds  verder is toegenomen. Zo kunnen jongeren met een paar klikken op hun  smartphone, zonder enige drempel of vorm van controle, op afbetaling de  duurste kleren of nieuwste gadgets kopen. Grote bedrijven lijken hier  zelfs op in te spelen door zich met hippe reclamespotjes en met de  bekendste artiesten en atleten direct te richten op kinderen en  jongeren. En naast dat de verleidingen in onze samenleving zijn  toegenomen, is het besef van de waarde van geld onder jongeren juist  afgenomen. Zo hebben jongeren steeds minder echt geld in handen – omdat  tegenwoordig alles elektronisch wordt betaald – en beginnen ze steeds  later met werken. En omdat ze de waarde van geld slecht kunnen  inschatten, zijn jongeren eerder geneigd om schulden te maken. Want als  jongeren een slecht besef hebben van de waarde van geld, is het  waarschijnlijk dat ze ook een slecht besef hebben van de gevolgen van  schulden. Daarbij komt nog eens dat jongeren het vaak lastig vinden om  de lange termijngevolgen van hun beslissingen te overzien. Veel jongeren  vinden het bijvoorbeeld ook geen enkel probleem om hun zorgverzekering  een maandje niet te betalen zodat ze een avondje op stap kunnen met  vrienden. Zij denken daarbij niet na dat de rekening dan wordt  doorgeschoven naar de toekomst en dat daar extra kosten aan verbonden  zijn.

Flexibele houding

Naast dat jongeren de afgelopen decennia een andere positie in onze samenleving hebben gekregen, zijn ze ook een stuk kwetsbaarder geworden. Eén van de gevolgen hiervan is dat jongeren steeds vaker een beroep doen op professionele hulp. Zo neemt het aantal jongeren met burn-outs en depressieve klachten al jaren toe. Maar ook het aantal jongeren met problemen op andere gebieden neemt toe, zoals op het gebied van onderwijs, wonen en werk en inkomen. Gemeenten hebben een belangrijke taak om jongeren op deze gebieden passende hulp te bieden en ze weer op gang te helpen. Maar de houding van gemeenten (en de overheid in het algemeen) ten opzichte van meerderjarige jongeren zit hierbij in de weg. Waardoor het gemeenten dus niet lukt om alle jongeren goed te kunnen helpen. De overheid verwacht bijvoorbeeld van meerderjarigen dat zij zelf om hulp vragen en zich houden aan de eisen die gemeenten stellen. Eerder in dit artikel heb ik al vastgesteld dat deze houding niet meer past bij de jongeren van nu en dat dit één van de redenen is dat het gemeenten niet lukt om passende hulp te bieden of om jongeren zelfs al te bereiken. In dit artikel pleit ik dus voor een andere, meer flexibele en proactieve houding van gemeenten (en andere instanties) ten opzichte van meerderjarige jongeren.

“Veel jongeren zijn slecht op de hoogte over wat de gemeente kan doen en vragen hierdoor ook minder snel om hulp”

Er zijn verschillende dingen die gemeenten kunnen doen om invulling te geven aan deze nieuwe, meer flexibele en proactieve houding. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld jongeren in een eerder stadium gaan voorlichten over de taken en mogelijkheden van gemeenten. Veel jongeren zijn namelijk slecht op de hoogte over wat de gemeente allemaal kan doen en vragen hierdoor ook minder snel om hulp. Gemeenten kunnen daarnaast ook zelf op zoek gaan naar jongeren met problemen en hun hulp aanbieden. Nu wachten nog veel gemeenten met het bieden van hulp totdat jongeren zelf vragen om hulp. Maar veel jongeren weten niet dat ze hulp nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze hun eigen problemen onderschatten of ontkennen, of willen geen hulp van gemeenten (of andere instanties). Als gemeenten ervoor kiezen om zelf op zoek te gaan naar jongeren met problemen, is het belangrijk dat ze doorzetten en flexibel omgaan met de inzet van middelen en voorzieningen. Hiermee bedoel ik dat ze jongeren niet direct loslaten als het even tegenzit en dat ze niet star blijven vasthouden aan de verplichtingen die gesteld worden aan bepaalde vormen van hulp. Nu gebeurt het namelijk nog te vaak dat de hulpverlening wordt stopgezet omdat jongeren niet aan alle eisen kunnen voldoen. En dit zorgt op zijn beurt voor teleurgestelde jongeren die geen beroep meer willen doen op de gemeente.

Daarnaast schrikken veel verplichtingen jongeren ook af. Kijk dus altijd goed naar welke verplichtingen je als gemeente stelt en of deze passen bij de desbetreffende jongere. Ik wil gemeenten hierbij ook wijzen op het adolescentenstrafrecht, wat als inspiratie kan dienen voor het gemeentelijk beleid. In het adolescentenstrafrecht wordt per jongere (die een misdrijf heeft gepleegd tussen zijn zestiende en drieëntwintigste) gekeken welke vorm van strafrecht het beste past bij de situatie van de jongere: het jeugdstrafrecht of het volwassenenstrafrecht. Er wordt dan gekeken naar de ontwikkelingsfase van jongeren, zodat interventies die voor minderjarigen zijn bedoeld in bepaalde situaties ook beschikbaar zijn voor meerderjarigen, en vice versa. Mogelijk is een dergelijke constructie ook mogelijk bij de inzet van bepaalde gemeentelijke middelen en voorzieningen.

Door jongeren vaker bij de hand te nemen, staat u als overheid niet meer alleen achter uw jongeren om hen op te vangen als zij vallen, maar durft u naast uw jongeren te gaan staan als gids. Want pas als u naast uw jongeren durft te gaan staan, kunt u ze helpen bij de stap richting volwassenheid. De beste navigator staat immers niet achter iemand, maar naast iemand.

Bronnen

  • Rooijers, E. (2016). In de dertig en nog steeds op kamer. Financieel Dagblad.
  • ABN AMRO (2016). Woningmarktmonitor. Herstel houdt aan.
  • ABN AMRO (2017). Woningmarktmonitor. Kwik stijgt tot grote hoogte.
  • CBS (2010). Meer jongeren verkiezen studie boven werk.
  • CBS (2014). Minder jongeren aan het werk, meer jongeren in de schoolbanken.
  • Huygen, M. (2015). Thuis wonen is trend bij eerstejaars.
  • CBS (2016). Jongeren blijven langer bij ouders thuis.
  • Van de Laak (2016). Woningnood: jongeren wonen steeds langer thuis.
  • CBS (2016). Welzijn van jongeren: geluk en tevredenheid met het leven onder jongeren van 12 tot 25 jaar.
  • Nieuwsuur (2015). Burn-out groeiend probleem onder jonge werknemers.
  • Brandpunt (2016). Toename van jongeren met ernstige depressies.
  • CBS (2016). Meer dan 1 miljoen Nederlanders had depressie.
  • Inspectie SZW (2015). Buitenspel. De uitvoering voor jongeren in de WW of bijstand.
  • Inspectie SZW (2017). Met 18 jaar ben je (niet) volwassen. Samenwerken voor continuïteit van de ondersteuning voor 18-plussers en de rol van Werk en Inkomen daarin.
  • Stearns, P. N. (2006). Childhood in world history.

 

Dit artikel heeft eerder gestaan in het magazine 18- / 18+ van Sociaalweb.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina