0

De uitvoering van de Wmo 2015 is voor veel gemeenten een uitdaging geworden. Daar is een aantal redenen voor te noemen:

  • De invoering van het abonnementstarief zorgt voor een flinke aanzuigende werking op Wmo-voorzieningen.
  • De overheveling van de maatwerkvoorziening begeleiding naar de gemeenten is een kostenpost, zeker omdat niet iedere gemeente de kennis en expertise op orde heeft voor wat betreft de indicatiestelling rond begeleiding . Dat resulteert in hoge urenindicaties met dito hoge kosten.
  • Alsof het allemaal nog niet erg genoeg is, kwam de coronacrisis hier nog overheen en daarmee is de druk op de Wmo op zijn hoogtepunt.

Wat al sinds de jaren ‘90 een druk geeft is de vergrijzing: dit zorgt ook voor een toenemende vraag naar voorzieningen. Dit alles vraagt om een Wmo-consulent die in de dagelijkse praktijk in staat is om vanuit kennis en kunde goede gesprekken te voeren, die een zorgvuldig onderzoek kan doen en tot goed onderbouwde besluiten kan komen. In deze blog bespreek ik de verschillende uitdagingen met u.

Het abonnementstarief

Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat er sprake is van een aanzuigende werking op de Wmo na de invoering van het abonnementstarief. Er worden 22% meer aanvragen gedaan door de middeninkomens en zelfs 53% meer door de hoge inkomens. Vooral voor hulp bij het huishouden, maar ook voor hulpmiddelen die mensen met wat geld eerder zelf kochten, zoals scootermobielen. Voor de Wmo-consulent is daarmee het gesprek over eigen kracht-oplossingen lastiger geworden. Waar voorheen de hoogte van de eigen bijdrage vaak aanleiding was voor cliënten om zelf oplossingen in te zetten, is die impuls nu verdwenen. En omdat de gemeente in de Wmo 2015 geen inkomenstoets mag toepassen, kan zij het zelf bekostigen van oplossingen dus niet afdwingen. Dit vraagt van u als Wmo-consulent een aantal belangrijke vaardigheden.

Ten eerste moet u gespreksvaardig zijn. U moet goed helder uitvragen waar het probleem van de cliënt zich op richt en welk effect de cliënt wil bereiken. De kunst is dus om samen met cliënten af te stappen van het beoordelen van een claim en te gaan naar het gezamenlijk formuleren van een effect. Vanuit het effect kan er gekeken worden naar verschillende oplossingen om dat effect te bereiken, ook oplossingen die geen Wmo-maatwerkvoorziening zijn.

Ten tweede moet u voldoende wetkennis hebben en op de hoogte blijven van alle relevante jurisprudentie. Op die manier kunt u zorgvuldig onderzoek doen en objectieve afwegingen maken.

Indicatiestelling begeleiding

Met de overheveling van begeleiding van de oude AWBZ naar de Wmo kwam een hele nieuwe doelgroep over naar de Wmo. Over het algemeen een groep cliënten die psychisch kwetsbaar is en andere beperkingen ervaart dan cliënten met een lichamelijke aandoening. De indicaties die in de oude AWBZ werden gesteld waren vaak ruim, misschien wel té ruim. Momenteel zien veel gemeenten dat er veel Wmo-gelden wegstromen naar de maatwerkvoorziening begeleiding en zij zoeken naar manieren om die stroom te beteugelen. Dit vraagt om een Wmo- consulent die goed in staat is concreet en helder te krijgen waar de problemen van de cliënt liggen en hoe deze problemen het beste kunnen worden opgelost. Dat vraagt dus om een consulent die objectief en methodisch onderzoek kan doen en een scherpe afweging en onderbouwing kan maken. Door strakker te indiceren: doen wat écht nodig is, zal er minder geld wegstromen en juist daar terechtkomen waar het nodig is.

Corona

De Wmo-consulent ging voor de coronacrisis in de meeste gevallen op huisbezoek. Maar door de komt van het virus at kon dat niet meer en moest er geschakeld worden naar online gesprekken of telefoongesprekken met cliënten. Vraagverheldering en een gedegen onderzoek doen terwijl de cliënt afwezig is, vraagt om heel sterke gespreksvaardigheden. Een ander punt is dat door de crisis veel meer mensen in een sociaal isolement terechtkwamen, in een depressie raakten of dat de psychische klachten toenamen. Ook dit vroeg om meer inzet en uitvraag van de consulenten. Kennis van voorliggende voorzieningen en het voorliggend veld werden cruciaal.

Een oude bekende uitdaging: de vergrijzing

Nederlanders worden ouder en blijven langer thuis wonen. Sinds de jaren ‘90 speelt dit en het brengt een druk op voorzieningen met zich mee. De Wmo-consulent die meldingen oppakt en onderzoekt zal hierbij dus continue een gedegen afweging moeten maken: kan het probleem van de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of vanuit voorliggende en algemene voorzieningen worden opgelost? Of is een andere wet aan zet? Als dat allemaal geen oplossing biedt zal er een maatwerkvoorziening moeten komen. Maar welke? Het maken van die afweging en het in het oog houden van de kosten is een belangrijke taak. Ook hierbij geldt dat het van groot belang is om vanuit het te behalen effect te werken en niet alleen te kijken naar een ‘ja of nee’ voor wat betreft een voorziening. Bijkomend is (globale) kennis van de doelgroep en kennis van ziektebeelden en beperkingen is van belang. Dat moet u dus allemaal paraat hebben.

Opleiding

Alle punten die hierboven staan beschreven vragen om sterke professionals met gedegen kennis en vaardigheden. Veel van deze kennis en kunde leert u als consulent in de praktijk, door veel te doen, mee te kijken met collega’s, te leren en te lezen. Maar een sterkte Wmo-consulent begint met een sterke basis. Die basis kan gelegd worden door de 7-daagse basisopleiding tot Wmo-consulent te volgen bij Stimulansz. Op 18 november 2021 start er weer een opleiding.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp