Wmo-toezicht blijft een zorgenkindje

In zijn nieuwe blog gaat juridisch adviseur mr. Paul Norp in op Wmo-toezicht. Dit blijft nog een zorgenkindje.
ouderwetse handhaver met snor loopt door wijk met tablet

Wmo-toezicht Rechtmatigheids- en kwaliteitstoezicht

Wmo-toezicht is breed van opzet. In de praktijk maken gemeenten onderscheid tussen rechtmatigheidstoezicht en kwaliteitstoezicht.

Rechtmatigheidstoezicht wordt vaak door gemeentelijke toezichthouders (die soms ook sociaal rechercheur zijn) uitgeoefend. Kwaliteitstoezicht wordt door veel gemeenten belegd bij de GGD, omdat daar zorginhoudelijke kennis aanwezig is.

Het Wmo-toezicht richt zich zowel op zorgaanbieders als op cliënten; beide partijen zijn immers aan Wmo-regels gebonden en moeten zich dus aan die regels houden.

Bijzondere bevoegdheden

Toezichthouders hebben bijzondere bevoegdheden (Titel 5.2 Algemene wet bestuursrecht). Deze bevoegdheden zijn bedoeld om informatie te verzamelen over het al dan niet naleven van de Wmo-regels, waaronder de kwaliteitseisen. In principe moet iedereen meewerken aan de uitvoering van het toezicht. Zo nodig kan medewerking met bestuursdwang worden afgedwongen.

Met de verzamelde toezichtsinformatie kunnen gemeenten – als dat nodig is – naar aanbieders en cliënten toe allerlei soorten handhavingsmaatregelen nemen. Die maatregelen kunnen variëren van een goed gesprek tot het intrekken of terugvorderen van voorzieningen bij cliënten of het beëindigen van een contract met een aanbieder. Los daarvan kan aangifte worden gedaan van eventuele strafbare feiten, zoals valsheid in geschrift of oplichting.

Onderzoek Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)

In de Wmo 2015 is ook geregeld dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) jaarlijks aan de Minister van VWS rapporteert over de uitvoering van het gemeentelijke Wmo-toezicht en over de effecten daarvan op het niveau van de maatschappelijke ondersteuning.

Medio december 2021 publiceerde de IGJ een jaarrapport over het Wmo-toezicht door gemeenten in 2020. De conclusie is, net als in de rapporten over voorgaande jaren, dat het Wmo-toezicht voor verbetering vatbaar is. Bij de publicatie van het rapport vermeldde de IGJ :

“Het tempo waarin gemeenten het Wmo-toezicht invullen blijft te laag. Ook is het toezicht op een aantal aspecten nog steeds niet goed genoeg of is het zelfs verslechterd. Als de ontwikkeling van het Wmo-toezicht zo blijft, dan verdwijnt de mogelijkheid om in Nederland te komen tot Wmo-toezicht dat overal van voldoende niveau is.”

Hoewel er gemeenten zijn die voorop lopen, is de algemene tendens uit het IGJ-rapport dat er nog veel werk aan de winkel is op het gebied van het Wmo-toezicht. Dat dat ook gebeurt is in ieders belang, zeker nu Wmo-budgetten onder druk staan. Toezicht is een instrument dat moet bijdragen aan een goede uitvoering van de Wmo, en aan juiste besteding van schaarse Wmo-middelen. Uiteindelijk gaat het erom dat deze middelen worden besteed aan de ondersteuning van mensen die dat echt nodig hebben. En uiteraard moeten die mensen kwalitatief goed worden ondersteund.

Meer weten over Wmo-toezicht?

Toezicht hoort bij de uitvoering van de Wmo. Dat dit onderwerp leeft bij gemeenten merken we aan het feit dat er steeds meer vragen over gesteld worden in de helpdesk van Stimulansz. We besteden er daarom in onze dienstverlening aan gemeenten aandacht aan. Zo is toezicht een vast onderdeel van onze Wmo-actualiteiten trainingen. Ook in de modules Wmo en Naleving en privacy van de Kennisbank Inzicht Sociaal Domein leest u uitgebreide informatie over dit onderwerp.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Paul Norp helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?

Handreiking verzachten keteneffecten

Een nabetaling van uitkering of loon lijkt goed nieuws voor de cliënt. Maar in de praktijk kan het leiden tot financiële tegenvallers: toeslagen worden verlaagd of teruggevorderd, of er ontstaat een hoge belastingaanslag. Dit zogenoemde keteneffect zorgt vaak voor stress en onzekerheid.

Is de Participatiewet zelf wel passend en toereikend?

De Participatiewet is een vangnet. Daarom staat in de wet wanneer algemene en soms ook bijzondere bijstand uitgesloten is (art. 13 Pw) of dat bijstand niet mogelijk is als er voor betrokkene een passende en toereikende voorziening bestaat (art. 15 Pw). Daarom zijn bijvoorbeeld bijstand voor een gedetineerde(1) en woonkostentoeslag voor een onzelfstandige huurwoning(2) niet mogelijk.