Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Coalitieakkoord: met omgekeerd werken van papier naar werkelijkheid

De gemeenteraadsverkiezingen zijn achter de rug en in de meeste gemeenten is een coalitie gevormd en een coalitieakkoord gepresenteerd. De lijnen voor de komende 4 jaar zijn daarmee uitgezet. Nu is het tijd om dit van papier naar werkelijkheid te krijgen. Met omgekeerd werken krijg je deze plannen ook daadwerkelijk gerealiseerd. Start met de vraag wat je inwoners over 4 jaar moeten merken van deze plannen. Vanuit die gewenste effecten beredeneer je wat daarvoor nodig is. 5 zomerse tips die gemeenten helpen om mooie plannen waar te maken.
Verordening als middel om doelen te bereiken

1.     Start met een goede probleemanalyse

Een coalitieakkoord wordt vertaald in beleid en onder een goed beleidsplan ligt een probleemanalyse. Door concreet te maken welk probleem met het beleid moet worden opgelost kun je met de gekozen beleidsrichting aansluiten bij het effect dat je wil bereiken. Maak dit concreet, je zou een foto moeten kunnen maken van iemand die precies dat gedrag vertoont dat je graag wil zien. Met andere woorden wie moet wat doen, wanneer, met wie, waar en wat is het doel daarvan? En vergeet niet te vermelden waarom dat nu niet lukt. Kunnen mensen het niet? Willen ze het niet?

Tip: Deze probleemanalyse klinkt logisch, maar wordt vaak overgeslagen of abstract beschreven. Door het concreet te maken kun je meten of de problemen inderdaad zijn opgelost door het beleid en ingezette interventies. Bijvoorbeeld: de werkconsulenten (wie) maken voor iedereen die een bijstandsuitkering ontvangt en arbeidsvermogen heeft, een op maat gemaakt traject richting werk of als dat (nog) niet mogelijk is, sociale activering (wat). Dit traject wordt binnen 4 weken (wanneer) na de aanvraag opgesteld met de aanvrager samen (met wie). Het doel van het traject is het versterken van zelfredzaamheid, waar mogelijk financieel, daarnaast het uitbreiden of opbouwen van een netwerk en het meedoen aan de samenleving.

2.     Verzamel de juiste informatie

Meer informatie voelt al snel als beter geïnformeerd zijn. In beleidsprocessen is dat een hardnekkige misvatting. De vraag is niet hoeveel informatie beschikbaar is, maar welke informatie nodig is om het probleem goed te begrijpen. Wie zoekt met een beperkte set zoektermen, steeds dezelfde bronnen raadpleegt of vooral spreekt met mensen die hetzelfde perspectief delen, loopt het risico een eenzijdig beeld op te bouwen. Een goede probleemanalyse vraagt om bewuste keuzes in bronnen, perspectieven en het toetsen van betrouwbaarheid.

Tip: Zoek altijd naar informatie die jouw standpunt ondersteunt én informatie die jouw standpunt weerlegt. Werk bijvoorbeeld met een lijst met 2 kolommen: argumenten vóór en argumenten tegen. Vraag een tegenlezer die anders naar vraagstukken kijkt om je argumenten zoveel mogelijk te weerleggen. En maak een stakeholderanalyse met minimaal de uitvoering, inwoners, aanbieders, juristen, financiën, privacy en ketenpartners.

3.     Wees alert op het halo-effect

Als we niet alle informatie hebben, dan vullen we dat automatisch aan met een algemene indruk over de informatie die we wel hebben (deze bias wordt het halo-effect genoemd). Ben je enthousiast over een bepaald project en de voordelen op korte termijn, dan ga je er bijna vanzelf vanuit dat dit project op lange termijn ook goede resultaten gaat opleveren. Het halo-effect speelt ook een rol bij bestaand beleid. Bijvoorbeeld: moet het huidige beleid rondom de regiotaxi worden vernieuwd, dan spelen allerlei factoren onbewust een rol bij het beoordelen van de effecten van het huidige beleid. Dat loopt uiteen van de reputatie van de vorige schrijver van het beleid, tot een zeer positieve of negatieve individuele ervaring van één enkele gebruiker van de regiotaxi. Of het coalitieakkoord waarin dit beleid werd genoemd en dat juist wel of juist niet aansluit bij jouw eigen voorkeur.

Tip: Toets je aannames en organiseer je tegenspraak. Die tegenspraak kan een persoon zijn, maar zou ook in de werkprocessen kunnen (of moeten 😉) zitten. Formuleer eerst criteria op basis waarvan je een beleidsstuk of nota beoordeelt. Daarmee verval je minder snel in een bias als het halo-effect omdat je een bewuste analyse van het stuk moet maken om ze aan de criteria te toetsen

4.     Werk met de omgekeerde beleidscyclus

Wil je beleid echt uitvoeren en de beoogde effecten bereiken? Maak dan gebruik van de omgekeerde beleidscyclus met een zorgvuldige uitvoeringstoets waarbij je de uitvoerders betrekt aan de voorkant van het traject. Het bestuur stelt vast welk effect de organisatie wil bereiken, de uitvoerders geven aan wat zij nodig hebben om het gewenste effect te realiseren. Die input is geen vinkje op de checklist, maar noodzakelijk om effectief beleid te maken. Heb je vervolgens een conceptbeleid, dan toets je dat nogmaals bij de uitvoerders, bij voorkeur aan de hand van praktijkcasussen. Hoe pakt het hier uit, wat werkt er en wat niet? Als je hebt getoetst of dit in de praktijk kan werken, dan is de volgende vraag wat er nodig is om het in te voeren. Hoeveel geld, tijd en energie is daarvoor nodig? Zijn die middelen beschikbaar en is de investering in verhouding met de te bereiken effecten?

Tip: Werk met een omgekeerde beleidscyclus. Formuleer eerst het gewenste effect en haal op bij de uitvoering wat zij nodig hebben om dat effect te realiseren. Toets op vaste momenten na het vaststellen van beleid of dat doel wordt gerealiseerd en stel zo nodig bij als dat niet het geval is.

omgekeerd werken graphic

5.     Organiseer verbinding op inhoud

De laatste maar zeker niet de eenvoudigste tip, organiseer integraal verbinding op inhoud. Soms kunnen onderdelen van beleid of uitvoering van de ene afdeling het werk op de andere afdeling frustreren. Niet bewust, maar omdat er onvoldoende kennis is over hoe alles op elkaar inwerkt. Zo heeft het beleid rondom openbare ruimte invloed op hoe zelfredzaam mensen zijn die moeilijk ter been zijn. En het economische beleid rondom bedrijven in de gemeente heeft invloed op de werkgelegenheid en het type banen.

Tip: Haal gemeentebreed per afdeling op wat elke afdeling nodig heeft van een andere afdeling. Dat is nuttige informatie bij het uitwerken van beleid en biedt de basis voor gemeentebreed integraal werken. Dat zal in het begin misschien nog tot weinig concrete beelden leiden, maar hoe langer dit gebruikelijk is hoe meer er naar voren komt. Door die opbrengst te toetsen aan de doelen uit het coalitieakkoord kan een mooie afweging worden gemaakt.

Mooie plannen, maak ze waar!

Coalitieakkoorden staan vaak vol met prachtige plannen waar mensen energie van krijgen. In de praktijk blijft het vaak bij die plannen. Dat is zo zonde! Maak er werk van en zorg dat de plannen bijdragen aan een prettigere samenleving. Gewoon omdat het kan.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Sam Wisse helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Coalitieakkoord: met omgekeerd werken van papier naar werkelijkheid

De gemeenteraadsverkiezingen zijn achter de rug en in de meeste gemeenten is een coalitie gevormd en een coalitieakkoord gepresenteerd. De lijnen voor de komende 4 jaar zijn daarmee uitgezet. Nu is het tijd om dit van papier naar werkelijkheid te krijgen. Met omgekeerd werken krijg je deze plannen ook daadwerkelijk gerealiseerd. Start met de vraag wat je inwoners over 4 jaar moeten merken van deze plannen. Vanuit die gewenste effecten beredeneer je wat daarvoor nodig is. 5 zomerse tips die gemeenten helpen om mooie plannen waar te maken.

Participatiewet in balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?