Personen jonger dan 27 jaar zijn uitgesloten van vrijlating van:

  • inkomsten uit arbeid
  • premies of
  • een kostenvergoeding voor vrijwilligerswerk (artikel 31 lid 5).
  • Personen jonger dan 27 jaar:
    zijn ook uitgesloten van een participatieplaats (artikel 7, achtste lid). En
    voor hen geldt een zoekperiode alvorens zij een bijstandsaanvraag kunnen effectueren (artikel 41, vijfde lid).

 

Zijn leeftijdsgrenzen toegestaan?

Lidstaten dienen op basis van Richtlijn 2000/78/EG het beginsel van gelijke behandeling toe te passen. Onder dit beginsel wordt ondermeer verstaan de afwezigheid van elke vorm van directe of indirecte discriminatie op basis van leeftijd. Niet toegestaan is dat iemand op basis van leeftijd ongunstiger wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie.

Niet ieder onderscheid naar leeftijd levert een verboden discriminatie op. Een onderscheid is toelaatbaar als de bepaling:

  • een legitiem doel betreft en
  • het middel voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk is.

Daarbij geldt dat de rechter de wetgever een ruime mate van beleidsvrijheid toeschrijft voor het leggen van leeftijdsgrenzen die liggen op sociaal en economisch gebied (ECLI:NL:CRVB:2009:BH0312).

Voorbeelden uit Jurisprudentie

Sollicitatieverplichtingen gelden niet voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Deze personen ontvangen in het algemeen een ouderdomspensioen tot een bedrag dat ligt iets boven de bijstandsnorm. Aan dit wettelijk stelsel ligt de bedoeling ten grondslag dat personen van de pensioengerechtigde leeftijd, vanwege ouderdom, zonder meer in aanmerking komen voor een basisvoorziening, waar van personen beneden die leeftijd gevergd kan worden zelf te voorzien in hun levensonderhoud door middel van het verrichten van arbeid. Met het oog daarop gelden voor diegenen die jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd en die aangewezen zijn op bijstand, juist wel de arbeids- en re-integratieverplichtingen. Dit is een redelijke en objectieve grond voor het onderscheid tussen de vrijlating van inkomsten van de oudere en de jongere (ECLI:NL:CRVB:2014:742).

Ten aanzien van een overheidsorgaan dat het beschikbaar stellen van scholingsplaatsen koppelde aan een bepaalde leeftijdsgroep werd overwogen dat het belang van een evenwichtige – piramidale – opbouw van het personeelsbestand, naar rang en leeftijd, een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bevatte voor een onderscheid naar leeftijd (ECLI:NL:CRVB:2004:AR7745).

Maar een ongeoorloofde leeftijdsdiscriminatie betrof een onderscheid naar leeftijd tussen enerzijds bijstandsgerechtigden van 57,5 jaar en ouder en anderzijds jongere bijstandsgerechtigden, waar het de toegestane vakantieduur in de bijstandsperiode betrof. De reden – het niet verwachten van wederinpassing in het arbeidsproces – was niet objectief aan deze leeftijdgrens verbonden (ECLI:NL:CRVB:2005:AS4163). Hier ging de bijstandswetgever dus fout in de zin van dat een 57,5 jarige langer op vakantie mocht.

Waarom een leeftijdsgrens van 27 jaar?

Is voor de leeftijdsgrens van 27 jaar in de Participatiewet een redelijke en objectieve grond? Achtergrond van deze grens was dat de regering voor jongeren:

  • als bijdrage aan de arbeidsinschakeling geen extra activerend instrument nodig vond;
  • een extra inzet verwacht om op eigen kracht de bijstand te verlaten;
  • als uitgangspunt ziet, werken of leren of een combinatie van beide.

Jongeren moeten de mogelijkheden van reguliere scholing zelf onderzoeken en dit prevaleert boven het recht op bijstand. De eigen activiteit staat voorop (vergaderjaar 2011, TK 32 815 nr. 7).

Vergoeding voor vrijwilligerswerk

In het systeem van de Participatiewet was het tot 1 april 2017 zo dat een onkostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk voor ten hoogste € 764 per jaar, werd vrijgelaten. Heeft de onkostenvergoeding betrekking op een voorziening gericht op de arbeidsinschakeling dan bedroeg de vrijlating ten hoogste € 1.500 per jaar.

Om voor personen jonger dan 27 jaar geen vrijlating toe te passen ontbreekt duidelijk een redelijke en objectieve grond. De vrijlating van € 764 werd immers aan iedereen gegeven. Deze vrijlating beoogde ook niet een activerend instrument te zijn. Voor het activerend vrijwilligerswerk gold immers een hogere vrijlating.

Hoe het ook moge zijn: per 1 april maakt het niet meer uit of het vrijwilligerswerk activerend is. De vrijlating is hetzelfde door afschaffing van het lage maximum.

Het onderscheid is ook niet redelijk. Er valt niet te begrijpen waarom een persoon jonger dan 27 zelf voor de onkosten van vrijwilligerswerk moet opdraaien en een persoon boven de 27 jaar een vergoeding krijgt. Helemaal als zij beide hetzelfde werk doen en dezelfde onkosten maken.

Reguliere scholing prevaleert boven het recht op bijstand!

Het is maar zeer de vraag of de motivering “reguliere scholing prevaleert boven het recht op bijstand” en “extra inzet als je jonger dan 27 bent” voldoende draagkrachtig zijn om in algemene zin een zoekperiode te rechtvaardigen, geen vrijlatingen toe te passen en geen participatieplaats open te stellen. Dit is sterker gaan spelen toen de WWB werd omgevormd naar de Participatiewet in 2015. Personen met ernstige beperkingen zijn tot de doelgroep van de Participatiewet gaan behoren. In algemene zin geldt voor hen dat het maar zeer de vraag is of reguliere scholing echt prevaleert en nog minder dat een extra inzet door hen soelaas biedt. Voor velen van hen is werken en leren geen alternatief dat op eigen kracht en met extra (eigen) inspanning geleverd kan worden.

Waar een redelijke en objectieve grond ontbreekt, blijft discriminatie over.

Zoekt u de laatste kennis en inzichten over de Participatiewet?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina